'Bedreigde' IRT-informant opgespoord

DEN HAAG, 8 AUG. De criminele IRT-informant die in 1994 twee miljoen gulden van minister Sorgdrager (Justitie) kreeg om naar het buitenland te vluchten, leidt een riant bestaan in de omgeving van Den Haag.

Het weekblad Vrij Nederland heeft Cornelis C. - 'Haagse Kees' - opgespoord. Justitie heeft altijd gezegd niet op de hoogte te zijn van de verblijfplaats van de voormalige informant. Hij houdt zich op dit moment bezig met zijn geliefde hobby: de duivensport.

Een maand nadat de minister de man miljoenen had uitgekeerd om zich in veiligheid te brengen, kochten 'Haagse Kees' en zijn partner een villa van ruim een half miljoen gulden in een plaatsje in Zuid-Holland, zo meldt het weekblad. In de garage staat een open Mercedes-sportwagen. Deze maand was het groot feest met een band, een cateringbedrijf en ingehuurde kelners ter ere van zijn vijftigste verjaardag.

Op de eerste dag van haar ministerschap, op 22 augustus 1994, besloot minister Sorgdrager met het voorstel van haar ambtenaren in te stemmen om de informant uit te betalen. De dekmantel van de recherche-informant was door een publicatie in De Telegraaf opgeblazen. Hij zou in levensgevaar verkeren en moest met een nieuwe identiteit voorgoed onderduiken in een ver buitenland. De kosten daarvan bedroegen twee miljoen gulden.

Rechercheurs van de nationale criminele inlichtingendienst overhandigden de man het geld enkele dagen later in een hotel in Zwitserland. In september 1994 was hij weer terug in Nederland. De koopakte van het huis is op de dertigste van die maand gepasseerd.

De parlementaire enquêtecommissie die onder meer de IRT-affaire heeft onderzocht, oordeelde een half jaar geleden dat het onverantwoord was geweest de informant met zo veel geld te belonen. Een maand later meldde Het Parool dat de man nog steeds in drugs handelde. Kamervragen leverden van het departement van Justitie als antwoord op dat het niet bekend was of de informant in Nederland verbleef.

Het Kamerlid Hillen (CDA) blijft erbij dat de actie van minister Sorgdrager “onhandig” is geweest. “Het was een slecht debuut toen de minister haar handtekening zette op haar eerste werkdag. Met de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden concludeer ik dat de transactie onverantwoord was. Maar het is niet meer terug te draaien. Het valt binnen het bestek van alle ongerechtigheden in het kader van het IRT-onderzoek. Ik krijg een gevoel van machteloze boosheid van zo'n zaak.”