Als de stemmen staken splits de kudde

Waarom zou je als individueel dier eigenlijk in een kudde leven, onder de terreur van de sterkste dieren? Buffels kiezen voor een democratische oplossing van dit oeroude dilemma.

H.H.T. Prins: Ecology and Behaviour of the African Buffalo. Social inequality and decision making. Chapman & Hall, Wildlife Ecology and Behaviour Series, 1996, Londen. Geïll, 293 blz. Prijs ƒ 73,45. ISBN 0 412 72520 7

De gemiddelde namiddag voor Kaapse buffels in het Lake Manyara reservaat in noordelijk Tanzania. “De kudde ligt ergens op de moddervlakten langs de oever van het meer (...). De meeste dieren zijn gestopt met herkauwen, enkele buffels staan rechtop, en sommige liggen op hun zij en gebruiken daarbij hun hoorns als neksteun. Volwassen stieren zoeken niet naar bronstige koeien en kalveren vallen hun moeders niet lastig om melk. Gewoonlijk is het volkomen rustig en lijkt het alsof er niets gebeurt. Maar dat is niet het geval.”

Aan het woord is prof. dr. Herbert Prins van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Hij doet vanaf 1980 onderzoek naar de Kaapse buffels (Syncerus caffer) van Lake Manyara en brengt daar nu in boekvorm verslag van. Na twee jaar observatie drong tot Prins door dat zich in zo'n rustende kudde iets bijzonders afspeelde: stemgedrag.

Om de zoveel tijd staat een koe op - schijnbaar om de benen te strekken, terwijl ze wat in de verte staart. Na een minuut gaat ze weer liggen. In de kudde van tegen de duizend dieren staan er hooguit vijftien dieren gelijktijdig, meestal slechts enkele. Ze houden hun kop hoger dan wanneer ze staande rusten, maar lager dan wanneer ze op hun hoede zijn. En de meeste dieren kijken in dezelfde richting. Na een uur van rust gaat een golf van energie door de kudde. Men gaat weer aan het werk. Overal in de kudde beginnen buffels te lopen. Aanvankelijk onafhankelijk van elkaar - maar allemaal in dezelfde richting. Ze gaan op weg naar de graasgronden voor die nacht. Het aanbod daaraan is breed, en wijd verspreid. Maar de dieren wekken de indruk dat ze weten waar ze naartoe gaan.

Diezelfde nacht zijn ze op een weide te vinden waarvan de ligging opmerkelijk precies overeenkomt met de kompasrichting van de eerder op de rustplaats geworpen blikken. Blijkbaar is in de rustende groep een beslissing genomen. Het soort beslissing dat Koos van Zomeren op de voorpagina van deze krant ooit in zijn rubiek 'Vandaag of morgen' (aan de hand van een gesprek met een collega van Prins) samenvatte als een volksraadpleging waarbij verschillende koeien een voorstel doen - alsof ze bezig zijn een consensus te bereiken.

Looprichting

Aan de hand van cijfers maakt Prins in zijn boek duidelijk dat het inderdaad om consensus gaat, en niet om een verkiezing waarbij het meerderheidsstandpunt uiteindelijk wint. De looprichting die uit de bus komt vormt het gemiddelde van alle uitgebrachte stemmen - die zijn opmerkelijk eensluidend, zodat er een sterke richtingsvector uit valt af te leiden. Bij een gelijk aantal stemmen in alle kompasrichtingen zou die nul zijn; bij volledige overeenstemming één; en in praktijk zit die zo rond de 0,7. Er zijn aanwijzingen dat bij gebrek aan overeenstemming de kudde zich opsplitst.

Voor Prins is dit stemgedrag een van de sleutels tot het hoe en waarom van het groepsleven. 'Ecology and Behaviour of the African Buffalo - Social inequality and decision making' heeft één centrale vraag: welke voordelen hebben individuele dieren, met al hun variatie in gedrag, status of conditie, van het leven in een sociale groep?

Wanneer het stemgedrag van de buffels aan bod komt heeft de lezer al een gedegen analyse van kuddeverplaatsingen en de ecologie van het gebied voorbij zien komen. De buffels van Manyara leven in een mozaïek-achtig landschap met relatief kleine, verspreide weidegronden. Hun kieskeurige selectie uit een breed aanbod aan voedselplanten is gericht op een voedingsbalans met rond de tien procent aan ruw eiwit. Gedurende het merendeel van het jaar voorzien de graasgrondjes niet in die behoefte, maar er zijn er altijd wel een paar die wel voldoen.

In tegenstelling tot stieren zijn de koeien de kudde waarin ze geboren werden, enorm trouw. De koeien die in sociaal opzicht slecht af zijn, bereiken maar ternauwernood een conditie waarin zij zich kunnen voortplanten. Lopend in de achterhoede van de kudde moeten zij zich tevreden stellen met vertrapt en al deels afgegraasd gras; de overdracht van parasieten vormt een reëel risico. Toch splitsen zij zich hoogst zelden van de kudde af. Prins maakt aannemelijk dat één duidelijk voordeel van het kuddeverband dat voorkomt. Dat is de gedeelde informatie en besluitvorming over waar te grazen, en vooral: waar het beste te grazen. De besluitvormingsprocedure functioneert dan ook goed. De buffels kiezen altijd de beste plekken, of maken hooguit af en toe een neutrale keus. Een slechte keus is er nooit bij. Op hun omzwervingen houden de dieren hun informatie-bestand actief bij. Zij voeren veldverkenningen uit: al lopend houden ze de kop laag bij de grond en onderwerpen de grasmat aan inspectie.

'Beslissingen nemen', 'kennis toepassen' - menige gedragsonderzoeker die gemakshalve deze termen gebruikt, maakt er een voorbehoud bij. Het is eerder het vernuft van de evolutie dat uit schijnbaar intelligent gedrag spreekt dan dat van de dieren zelf. Die laten zich wellicht sturen door simpele vuistregels.

In het geval van de buffels is het nu eens andersom. Prins benadrukt dat hij termen als besluitvorming en kennis bewust gebruikt, in hun gebruikelijke directe betekenis. Het mooie is dat hij dat met - falsifieerbare - cijfers kan onderbouwen, en daarmee aantoont dat uitspraken over cognitie en bewustzijn bij dieren niet noodzakelijk zweverig zijn. Dat is welkom. Wanneer het om intelligentie en bewustzijn zijn van dieren gaat zijn de kampen nu eenmaal sterk verdeeld. Aan de ene kant zijn er de welwillenden die ervan uitgaan dat alles wat een vacht of veren draagt naar diep doordachte principes handelt. En aan de andere kant de neo-Descartianen, die alle ratio voor de mens opeisen - of, in het nauw gedrongen, voor de mens en de mensapen.

Informatie-overdracht is een favoriet onderwerp voor onderzoekers van sociale insecten, maar het belang hiervan voor andere in groepen levende dieren is onderbelicht. Voor stemgedrag en besluitvormingsprocedures geldt hetzelfde - er is nog weinig van bekend. Maar er zijn wel parallellen met het gedrag van de buffels. Prins geeft als voorbeeld het gedrag van Mantelbavianen (Papio hamadryas) in Ethiopië. Leiders van groepen die gezamenlijk de nacht hebben doorgebracht maken elkaar 's ochtends, voordat de groepen zich opsplitsen, met stilzwijgend in de verte geworpen blikken duidelijk waar ze later die dag weer bijeen zullen komen.

Prins geeft een aantal minder vergaande voorbeelden van vogelgedrag op dit vlak. Hij laat daarbij een oud voorbeeld onvermeld, beschreven door de grondlegger van de ethologie Konrad Lorenz. Binnen rondtrekkende groepen kauwen (Corvus monedula) geven de dieren die op een gegeven moment terug willen naar de kolonie dat luidkeels te kennen. Zij die willen blijven of verder gaan laten zich ook horen. Lorenz benadrukte dat dit niet een werkelijke stemprocedure is, maar simpelweg stemmingsoverdracht: het roepen werkt aanstekelijk, en de hardste of talrijkste schreeuwers beslechten het pleit. Of hij daarmee een overeenkomst met menselijke besluitvorming uitsloot, is natuurlijk de vraag.

Onderzoek als dat van Prins brengt weer in beeld dat dieren soms heel gericht afwegingen maken op grond van verworven kennis. Daarnaast biedt zijn boek een mooie monografie van de Kaapse buffel. Zijn betoog is doorspekt met statistische analyses, beschrijving van methodiek en literatuurverwijzingen. Voor vakgenoten, of studenten die 'saai' statistisch gereedschap nu eens levendig gebruikt willen zien, is dat een onmiskenbaar voordeel. Maar de uitgever van de nu al veelbelovende serie 'Wildlife Ecology and Behaviour' mist er één nadrukkelijk genoemde doelgroep door: die van de natuur- en dierenliefhebbers in het algemeen.

Miskend

Deze uitgave, met een perfecte 'plot', schreeuwt eigenlijk om een toegankelijker versie voor een breder publiek. De miskende Kaapse buffel kan wel wat populariteit gebruiken. Eens een van de succesvolste zoogdieren van Afrika, is hij nu sterk bedreigd. Zijn achteruitgang speelt zich in alle stilte af. In een doeltreffend voorwoord schetst Prins Bernhard hoe het leefgebied van de onderzochte dieren haast onherkenbaar veranderd is. Herbert Prins voegt er beschrijvingen aan toe van de veelvormige aanslagen die op de buffels gepleegd worden. Daar waar ze nog niet door runderpest of stroperij zijn geveld, is het een kwestie van tijd. Want ontwikkelingsorganisaties zijn druk doende door bestrijding van de tseetseevlieg de laatste nog bewaard gebleven gebieden voor mensen open te leggen - en daarmee het uitsterven van onder meer die Kaapse buffel te verzekeren. Prins hoopt met zijn gedegen studie een bijkomend argument aan te dragen voor het redden van deze diersoort. Daarnaast pleit hij voor eerherstel voor runderen in het algemeen - ook de gedomesticeerde. Het misverstand, aldus Prins, is dat veel mensen gezeglijkheid verwarren met stomheid.