Wales beleeft tweede Industriële Revolutie

Wales, lange tijd in mineur door het wegzakken van de zware industrie, is tegenwoordig zeer in trek bij buitenlandse investeerders. Met het binnenhalen van het Koreaanse bedrijf LG sloeg het een grote slag.

CARDIFF, 7 AUG. In heel Wales knalden de champagnekurken toen het Koreaanse conglomeraat LG vorige maand bekendmaakte 1,7 miljard pond te zullen investeren in twee reusachtige tv- en halfgeleiderfabrieken in het kustplaatsje Newport. Nooit eerder had een buitenlands bedrijf zo'n groot bedrag gestoken in Groot-Brittannië en voor één dag was Wales voorpaginanieuws voor alle Britse kranten. Tot in de late uurtjes werd feest gevierd: in het plaatselijke arbeidsbureau, waar onmiddellijk een hotline voor werkzoekenden werd geopend; door de gemeenteraad van Newport, die in één klap door zijn beschikbare bedrijfslocaties heen is; door William Hague, de staatssecretaris voor Wales, die als winnaar tevoorschijn kwam uit de verbeten strijd met zijn collega voor Schotland; in het Welsh Development Agency, dat talloze delegaties uit Korea alle uithoeken van Wales had laten zien; en tenslotte in de plaatselijke glasfabriek, die zich door de komst van LG verzekerd ziet van een superafnemer.

Alleen Kenneth Honey, de beheerder van het businesspark aan de monding van de rivier de Severn waar LG - voorheen Lucky Goldstar - gaat bouwen, kijkt wat zuinig als het megaproject ter sprake komt. Diep in zijn hart had hij liever kleinere bedrijven in Newport zien neerstrijken. Honey zal de billboards met de wervende tekst 'business & science in a parkland environment' uit het keurig gemaaide, nu nog grotendeels lege businesspark moeten verwijderen. Want van een parkland environment zal straks geen sprake meer zijn: de vissteigers, het kunstmatige beekje, de mini-rotondes, de meren, de lantaarnpalen en de bomen die Honey in afwachting van bedrijven en bedrijfjes met zoveel zorg had neergezet op het onmetelijke terrein, zullen vermorzeld worden door de gigantische fabriekshallen van LG.

De Welsh konden hun zenuwen maar ternauwernood de baas in de weken voor het verlossende woord van de Koreanen. De herinnering aan de mislukte operatie rond het Taiwanese concern Chungwha, dat 750 miljoen pond zou investeren in Wales in een produktievestiging voor tv-buizen, goed voor 3.300 banen, lag nog vers in het geheugen. Op het allerlaatste moment kozen de Taiwanezen voor Schotland. De kater in Wales was groot, temeer daar eerder al twee andere grote projecten - Siemens en Samsung (samen 5.000 banen) - naar Noord-Engeland gingen. Ook de komst van LG kwam aan een zijden draadje te hangen toen het nieuws in mei voortijdig uitlekte naar de pers. LG was woedend en Michael Forsyth, de staatssecretaris voor Schotland, rook zijn kans. Hij nam het eerste vliegtuig naar Seoul in de hoop de boze Koreanen naar Schotland te kunnen halen. Tevergeefs. In de vroege ochtend van 10 juli zetten staatssecretaris William Hague van Wales en LG-topman John Koo hun handtekening. De grootste buitenlandse investering ooit gedaan in Europa was een feit.

Pagina 13: Met 30.000 pond per baan won Wales subsidiestrijd om LG

WALES

In Wales, de bakermat van de industriële revolutie, is een tweede industriële revolutie aan de gang. Waar tot medio jaren '70 de kolenmijnen en de staalindustrie de boventoon voerden, verrijzen nu high tech bedrijven, waarvan één op de drie in buitenlandse handen is. Het zijn niet de geringste namen die zijn neergestreken in deze uithoek van het Verenigd Koninkrijk. Uit de Verenigde Staten kwamen onder meer Kimberly Clark, Ford, Dow en Texaco. Onder de Europese investeerders bevinden zich Bosch, Elf en Tetra Pak, en Sony, Toyota en Panasonic behoren tot de groten uit het Verre Oosten.

Een nieuwe industriële revolutie was de enige redding voor het economisch uiterst zwakke Wales. Werkten er in 1971 nog 120.000 man in de kolen- en staalsector, nu zijn dat er nog 20.000. Van de 450 mijnen die Wales begin deze eeuw telde, is er nog precies één over en het aantal staalfabrieken is gereduceerd van 62 in 1973 tot twaalf nu. De werkloosheid in Wales is nog altijd een fractie hoger dan in de rest van Groot-Brittannië. “Lange tijd is er nauwelijks geïnvesteerd in Wales”, legt Peter Price, directeur Europa van de Welsh Development Agency (WDA), uit. “De regionale economie was buitengewoon monomaan, de Welsh hadden geen flauw idee wat ze anders moesten doen dan kolen winnen en staal maken. Daardoor is de werkloosheid lange tijd heel hoog gebleven.”

Medio jaren '70 grepen de bestuurders van Wales naar het laatste redmiddel: buitenlandse investeringen. Om bedrijven te lokken, banen te scheppen, de infrastructuur te verbeteren (nog altijd lopen de meeste wegen in Wales van noord en zuid, vanuit de valleien naar de kust) en het door mijnbouw en andere zware industrie gehavende landschap op te knappen, werd in 1976 de Welsh Development Agency opgericht. Een gouden greep, zo blijkt twintig jaar na dato: over de afgelopen tien jaar trok Wales 15 procent van alle buitenlandse investeringen in de UK naar zich toe, ofwel ruim 8 miljard pond. Een op de drie Japanse bedrijven die in Groot-Brittannië investeren, gaat naar Wales. Sinds medio jaren '80 groeide de economie van Wales met 30 procent en is de gemiddelde werkloosheid gedaald van 13,5 procent in 1984 tot 8,3 procent. Anno 1996 heeft Wales nog maar één doel voor ogen: economisch beter presteren dan de rest van het Verenigd Koninkrijk.

Tot de vroegste investeerders die zich in Wales waagden, behoorden het Amerikaanse chemiebedrijf Dow (1971) en het voedingsconcern Kellogg's (1978). Met 130 produktievestigingen zijn de VS thans de belangrijkste buitenlandse investeerders in Wales, gevolgd door de Duitsers met ruim vijftig fabrieken (Bosch, Bayer, Grundig).

De sterren van de afgelopen twintig jaar waren echter de Japanners. De Japanse golf begon in 1972 toen Takiron, producent van PVC golfplaat, zich vestigde in Bedwas, Zuid-Wales. Een jaar later kwam Sony naar Bridgend. Een gestage stroom van grote namen volgde: Matsushita, Hitachi, Aiwa, Sharp en Toyota. Bovendien wist Wales een chipsfabriek van QPL Holdings met 800 banen binnen de grenzen te halen, de grootste buitenlandse investering ooit gepleegd door een bedrijf in Hongkong. Met de invasie van de Aziaten is elektronica de grootste bron van werkgelegenheid geworden.

LG, het op twee na grootste conglomeraat in Zuid-Korea, zet met een recordinvestering van 1,7 miljard pond de kroon op de economische renaissance van Wales. De twee fabrieken van LG Elektronics en LG Semicon, waar tv-onderdelen en multi-media chips zullen worden geproduceerd, zullen aan 6.100 mensen werk bieden, waarmee Newport in theorie in één klap van zijn 5.841 werklozen verlost wordt. Aan indirecte werkgelegenheid zal het nog eens 9.000 banen opleveren.

LG wil de komende tien jaar zijn omzet uit verkoop buiten Korea zien stijgen van 20 naar 50 procent, reden voor de Koreanen om naar Europa te komen. Maar ook problemen in eigen land hebben LG doen omzien naar andere afzetgebieden: de loonkosten in Zuid-Korea stijgen pijlsnel, de produktiviteit blijft daarbij achter en de thuismarkt raakt verzadigd.

“Zonder de Aziatische investeerders hadden we in Wales vrijwel geen industrie meer gehad”, concludeert Richard Blight van de afdeling Japan van het Welsh Development Agency. Hij roemt de managementkwaliteiten van de Aziaten. “De Japanners hebben arbeidsrust gebracht in Wales door hun open manier van leidinggeven. In 1980 was nog 70 procent van de arbeiders vakbondslid, nu nog maar 45 procent. Aziaten betrekken hun werknemers bij besluiten, dat waren we hier niet gewend. Zeker in de mijnbouw, waar de arbeiders onder de grond zaten en de managers in het kantoor erboven, was er fysiek een grote afstand tussen werknemers en werkgevers.”

De hausse aan Japanse investeringen, die eind jaren '80 haar hoogtepunt bereikte, is echter voorbij, aldus Blight. “De meeste Japanse bedrijven zijn klaar met hun grote investeringen in Europa. Het zijn nu de Koreanen die met zakken vol geld aankloppen.” Hij voorspelt dat de Koreanen de leiding zullen nmen aan het Europese investeerdersfront, gevolgd door Singapore en Maleisië en over twintig jaar door Thailand, Vietnam en “wie weet de Chinezen”.

Boze tongen beweren dat Wales de Koreanen uitsluitend met grof geld zover heeft weten te krijgen zich in dit ruige deel van het Britse Koninkrijk te vestigen. Algemeen wordt aangenomen dat Wales circa 200 miljoen pond op tafel heeft gelegd om LG over de streep te trekken, ofwel 30.000 pond per baan. Daarbij inbegrepen is onder meer 100 hectare gratis bedrijfsterrein en gratis scholing van arbeiders, zodat LG eind 1997 zonder personeelsproblemen aan de slag kan. Het record stond tot nu toe op naam van Siemens, dat 17.000 pond per baan kreeg toen het een halfgeleidersfabriek bouwde in Noordoost-Engeland.

Tussen de Britse regio's woedt een soort Battle of Britain als het gaat om het binnenhalen van investeringen. In Brussel zijn maar liefst 26 Britse regionale ontwikkelingsmaatschappijen met kantoor en staf vertegenwoordigd. Veel regio's kunnen het maar moeilijk verkroppen dat Wales en Schotland samen ruim 50 procent van alle buitenlandse investeringen binnenhalen, terwijl er slechts 14 procent van de Britse bevolking woont.

John Bridge, topman van de Northern Development Company, merkte na de LG-deal zuinig op dat dergelijke mega-investeringen niet regionaal, maar door het ministerie van handel in Londen zouden moeten worden afgehandeld. Josephine Chexal van de North Eastern Agency zei iets dergelijks over subsidies van meer dan 1 miljoen pond. En vanuit de West Midlands Development Agency werd geklaagd dat Schotland en Wales oneerlijk voordeel hebben doordat ze een eigen minister hebben in Londen die kan lobbyen in het kabinet en meer gewicht in de schaal kan leggen bij handelsbesprekingen.

“Wales mag precies dezelfde bedragen betalen als andere Britse regio's, alleen Noord-Ierland mag wegens zijn grote economische achterstand meer geven”, weerlegt Peter Price van het WDA de kritiek op de torenhoge subsidie aan LG. “Bovendien moet het ministerie van financiën het bedrag goedkeuren, dus ons valt niets te verwijten.” Als de regio's geen subsidie meer mochten verstrekken, gingen alle buitenlandse bedrijven in groot-Londen zitten, meent Price, die er op wijst dat de subsidies in Wales verbleken bij de bedragen die in andere Europese regio's worden betaald. Zo kreeg Volkswagen 780 miljoen D-mark voor een opknapbeurt van twee fabrieken in Saksen waar 'slechts' 1.200 mensen werken. Inmiddels heeft de Europese Commissie overigens te kennen gegeven de aan Volkswagen toegekende subsidie te hoog te vinden en daarin te willen snijden.

“Hoeveel we LG hebben betaald, blijft tussen ons en LG”, zegt ook Brian Adcock, directeur economische zaken van de gemeente Newport, die volhoudt dat alleen de staatssecretaris weet hoeveel geld richting LG geschoven is. Wel geeft hij toe dat de hulp in natura wellicht beter is dan in andere regio's. “In het pakket niet-financiële voordelen dat je een investeerder biedt, ben je redelijk vrij”, aldus Adcock, die in plaats van subsidies liever spreekt over 'serviceverlening aan het bedrijfsleven'. De subsidieregels zijn in theorie weliswaar gelijk voor elke regio, maar er zijn zoveel regionale, nationale en Europese regels betreffende subsidies dat een slimme development agency tot maximaal driekwart van de kosten van een investeringsproject kan subsidiëren, berekende de Financial Times.

In Cardiff, hoofdstad van Wales en tot de Tweede Wereldoorlog de grootste kolenhaven ter wereld, weet men moeiteloos te vertellen wat het geheim is van Cymru - zoals Wales in het Welsh heet - als het gaat om buitenlandse investeringen. 'Hoe verder je de M4 afrijdt van Londen naar Cardiff, hoe goedkoper het wordt', klinkt het. Ook de aanwezigheid van Ocean Technical Glass in Cardiff, producent van glas voor monitoren en tv-buizen, was in het geval van LG een belangrijk pluspunt, evenals de nabijheid van de M4 motorway en de opening, vorige maand, van de tweede Severn Bridge (bijna drie keer zo lang als de Golden Gate Bridge in San Francisco) over de baai tussen Engeland en Wales. Verder ligt het bruto salaris nog altijd een fractie lager dan in de rest van Groot-Brittannië en de arbeidsproduktiviteit iets hoger. Volgens een studie van het Institut der Deutschen Wirtschaft is de verhouding tussen winst en arbeidskosten in Wales elf keer beter dan in Duitsland en 2,5 keer beter dan in de VS. Bovendien is de arbeidsmarkt in Wales flexibel door de hoge werkloosheid en net als in de rest van het Verenigd Koninkrijk minder gereguleerd dankzij het feit dat de Britse regering het Social Chapter van het Verdrag van Maastricht nooit heeft willen ondertekenen: geen minimum inkomen en een werkweek van maximaal 48 uur. Groot-Brittannië haalt 40 procent van alle buitenlandse investeringen in Europa binnen, in 1994-95 goed voor 50.000 banen.

Een van de Oosterse success stories in Wales is Matsushita, dat in 1976 een Panasonic-tv-fabriek in Cardiff neerzette en in twintig jaar groeide van 50 naar 2.400 werknemers. In die tijd werd ruim 100 miljoen pond geïnvesteerd, waarvan 30 miljoen in de laatste twee jaar. Inmiddels is de Panasonic-fabriek in Wales de grootste Matsushita-vestiging in Europa. Dit jaar zullen er 1,2 miljoen tv's en ruim 900.000 magnetrons van de lopende band rollen.

Het overschot aan arbeiders, de Engelse taal en de politieke stabiliteit waren destijds reden om naar Wales te komen voor Matsushita, dat de loonkosten in Japan zag stijgen en bovendien allerlei importregels ontwijkt door in Europa te produceren, meldt Peter Bishop van Panasonic. “De arbeidskosten in Japan zijn zo hoog dat we beter in Wales kunnen produceren en onze tv's naar Australië kunnen exporteren dan ze in Japan produceren en naar Australië brengen.” Waarom Panasonic niet in Polen is gaan zitten? “In Polen spreken ze geen Engels en bovendien is het daar lang niet zo stabiel als in West-Europa.” Over het belang van subsidies blijft Bishop vaag: “Subsidies zijn belangrijk, maar vormen slechts een deel van het pakket. Al kan geld wel net de doorslag geven”, erkent hij.

Newport zal nooit meer hetzelfde zijn als de Koreanen zich binnenkort langs de baai vestigen. Het aanzien van het stadje zal ingrijpend veranderen. Het krijgt een speciaal station voor LG-forensen, hotels gaan uitbreiden, de gemeenteraad buigt zich over plannen voor duurdere woningen en meer scholen en de propvolle M4 motorway krijgt à 3 miljoen pond een speciale aftakking richting het businesspark.

Het gemeentebestuur worstelt sinds de ondertekening van de LG-deal met een luxe-probleem: de vele bedrijven die zich in het kustplaatsje willen vestigen, in de hoop een graantje mee te pikken van het mega-project, kunnen onmogelijk aan grond geholpen worden. Vrijwel alle beschikbare ruimte is opgeslokt door LG. Brian Adcock van de dienst economische zaken krijgt dagelijks zo'n vijftien telefoontjes van boomkwekers, aannemers, graafmachinese-leasers, verzekeringsmaatschappijen, werkzoekenden en Koreaanse restaurants die willen cateren voor de af en aan vliegende delegaties uit Seoul en de LG-kantine willen gaan beheren. “LG maakt een nieuw urban plan voor Newport noodzakelijk”, aldus Adcock, die precies weet wat hij met Newport wil: “Een stad voor de 21ste eeuw, met banen voor de toekomst. Geen kwetsbare economie meer, maar een groei-economie.”

In Merthyr Tydfil, 25 mijl ten noorden van Cardiff en ooit de bakermat van de eerste industriële revolutie, is nog maar weinig te merken van het nieuwe economische denken in Wales. Het stadje, waar steile straatjes met piepkleine arbeidershuisjes herinneren aan de hoogtijdagen van de mijnbouw en de staalindustrie, bezat ooit de grootste ijzergieterij ter wereld. Nu is het een onbeduidend oord met een werkloosheid die met 20 procent ver boven het Britse gemiddelde ligt.

Het zijn vooral deze afgelegen gebieden die de autoriteiten in Wales zorgen baren: investeerders zijn nauwelijks geïnteresseerd wegens de matige infrastructuur, terwijl de werkloosheid er onverminderd hoog blijft. Maar er is hoop voor Merthyr Tydfil. Dit jaar vestigde het Koreaanse Halla Euro Enterprise, producent van graafmachines en vorkheftrucks, zich er als pionier, goed voor 300 banen.

Voorlopig blijven Merthyr Tydfil en omgeving echter het domein van bulldozers en landschapsarchitecten. De heuvels rond het dorp, vervuild door twee eeuwen zware industrie, worden schoongemaakt en omgetoverd tot grazige weiden. Voor de schoonmaak van zijn zwartgeblakerde valleien heeft Wales 300 miljoen pond uitgetrokken. De sporen van de eerste industriële revolutie worden gewist.