Verlegen sproetig meisje maakt Frans filmdebuut onvergetelijk

En avoir (ou pas). Regie: Ltitia Masson. Met: Sandrine Kiberlain, Arnaud Giovaninetti, Roschdy Zem, Claire Denis. In: Amsterdam, Rialto; Haags Filmhuis, Rotterdam, Lantaren/Venster; Utrecht, 't Hoogt.

'Hebben (of niet hebben)' luidt de titel in vertaling; maar met Hemingway's To Have and Have Not of de gelijknamige Hollywoodkomedie van Howard Hawks heeft het speelfilmdebuut van Ltitia Masson (29) niets te maken. En avoir (ou pas) is een film zonder glamour, op het sociaal-realistische af, over werk, leven en liefde in het Frankrijk van Chirac.

De eerste beelden van En avoir (ou pas) tonen Boulogne-sur-Mer, een door loodgrijze luchten bedekte haven- en industriestad waar alle dromen en verwachtingen in de kiem worden gesmoord. Als de 26-jarige Alice haar baan verliest als visverwerkster aan de lopende band besluit ze om haar leven drastisch te veranderen. Ze maakt het uit met haar vriend, neemt afscheid van haar ouders en haar jeugdvriendin de patatbakster, en reist naar Lyon, een grote stad, maar, zoals ze zelf zegt, minder beangstigend dan Parijs.

In het kleine armoedige Hotel Idéal ontmoet ze de stugge bouwvakker Bruno bij wie het sinds de dood van een goede vriend 'stormt in zijn kop'. Zowel Bruno als Alice zijn op een leeftijd dat ze beseffen dat ze hun jeugddromen (profvoetballen, zangeres worden) niet meer zullen verwezenlijken. Maar dat lijkt juist hun wederzijdse aantrekkingskracht te versterken.

Als scenarioschrijfster en regisseuse blinkt Ltitia Masson vooral uit in onnadrukkelijk gefilmde miniatuurtjes die ontroeren in hun eenvoud - of het nu een slappe-lachbui is van twee meisjes met een fles champagne in een friettent, of een uitzichtloos sollicitatiegesprek waarin een PTT-ster in spe wordt gedwongen om in gebrekkig Engels een liedje te zingen. Dat En avoir (ou pas) toch niet helemaal bevredigt, komt dan ook doordat Masson met overbodige en lang uitgesponnen scènes het tempo uit het verhaal haalt. Vooral tijdens de quasi-artistiek gefilmde beelden van het nachtleven in Lyon krijg je de indruk van een single play dat voor een bioscooproulement een half uurtje is opgerekt.

Hemelbestormend is En avoir (ou pas) niet. Maar één ding zorgt dat je de film niet snel vergeet: het spel van de in Nederland nog onbekende Sandrine Kiberlain. Zij ìs Alice, een sproetig meisje met spriethaar, licht uitstaande oren en hoekige gelaatstrekken waarvan een grote charme uitgaat. Als een jonge versie van Isabelle Huppert paart ze melancholie aan verlegen-meisjesachtigheid, zonder behaagziek te worden. Dat maakt haar tot de ideale fille d'à côté; een innemende filmster die hopelijk een lange carrière tegemoet gaat.