Onderzoek naar Weweler voor arrestaties klaar

ROTTERDAM, 7 AUG. Justitie had het opsporingsonderzoek tegen twee verdachten in de zaak wegens handel met voorkennis in aandelen Weweler (autoveren) in november 1995 al afgerond. De verdachten, H. van Asselt, destijds commissaris van Weweler, en G.K., zijn schoonzoon, werden desondanks zeven maanden later door een nieuwe aangestelde officier van justitie “in belang van het onderzoek” gearresteerd.

Dit blijkt uit een brief die de vorige officier van Justitie mr J. Wortel in november 1995 heeft verstuurd aan de rechter-commissaris. “Het opsporingonderzoek tegen de verdachten (...) is afgerond”, schrijft Wortel in november 1995. “Ten aanzien van het gerechtelijk vooronderzoek heb ik geen verlangens meer.”

“Deze officier was niet van plan de getuigen op te sporen, achter tralies te zetten en te laten horen”, zegt advocaat mr C. van Bavel van verdachte G.K. Opvolger mr H. de Graaff van Wortel, dacht daar anders over. Van Asselt, G.K. en diens echtgenote werden deze zomer van hun bed gelicht en in verzekering gesteld. “Misschien hing het dossier nog in de kast en hebben de nieuwe officieren de zaak opgepakt”, zegt Van Bavel. Hij meent dat de verdachten of hun raadslieden op de hoogte hadden moeten worden gesteld van de brief van Wortel. “Justitie kan het onderzoek dan alleen opnieuw starten als er nieuwe feiten zijn.” Justitie weigerde vanmorgen commentaar op de interne brief.

De echtgenote van G.K. werd deze zomer vrijwel direct na de arrestatie vrijgelaten en de rechter-commissaris oordeelde twee dagen later dat de het onrechtmatig was Van Asselt en G.K. in verzekering te stellen. Justitie heeft vanmorgen bevestigd dat de Amsterdamse rechtbank in hoger beroep heeft bepaald dat eén van de verdachten, G.K., langer in verzekering had mogen worden gesteld. Dit kan als er “een redelijk vermoeden van schuld” bestaat en “in belang van het onderzoek” als Justitie vreest dat de verdachte vlucht, documenten wegmaakt of getuigen beïnvloedt. Justitie heeft G.K. vervolgens niet gearresteerd. “Dat was misschien gebeurd als we te maken hadden met een vluchtgevaarlijke crimineel” zei een woordvoerder van Justitie vanmorgen.

Volgens raadsman Van Bavel van G.K., is officier van justitie De Graaff op principiële gronden in beroep gegaan. Hij zou hebben willen toetsen of er sprake was van “een redelijk vermoeden van schuld” van verdachten en vreesde dat verklaringen die tijdens de inverzekeringstelling zijn afgenomen onrechtmatig zouden zijn verkregen. Die vrees is volgens Van Bavel ongegrond. “Wij vragen de officier snel te beslissen of hij wil vervolgen.”