OESO waarschuwt Portugal over EMU

PARIJS, 7 AUG. Portugal moet de belastinginkomsten verhogen om de voorgenomen vermindering van het begrotingstekort te bereiken. Blijven de geraamde inkomsten uit belastingafdracht achter bij de ramingen, dan bestaat het gevaar dat het beleid om te voldoen aan de voorwaarden van het Verdrag van Maastricht ontspoort.

Dat zegt de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar landenrapport dat zij vandaag naar buiten bracht. De vorig jaar aangetreden socialistische regering heeft de plannen van Portugal om vanaf het begin deel te nemen aan de Economische en Monetaire Unie bevestigd. “Deze belofte lijkt geloofwaardig, zeker als de resultaten van de afgelopen twee jaar worden herhaald”, schrijven de OESO-economen.

Vorig jaar bracht Portugal het begrotingstekort terug tot 5,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), de totale waarde van alle geproduceerde goederen en diensten. Dat betekende niet alleen een vermindering met 0,5 procentpunt ten opzichte van het jaar ervoor, maar ook een 0,5 procentpunt betere uitkomst dan waarop was gemikt. Dit jaar moet het tekort omlaag tot 4,2 procent om volgend jaar verder te dalen tot de vereiste maximumgrens van 3,0 procent uit het Verdrag van Maastricht.

Maar de belastinginkomsten vormen een risico, zo waarschuwt de OESO. De in 1995 bereikte vermindering van het begrotingstekort kwam voort uit de hogere belastingopbrengsten. De Portugese fiscus inde achterstallige verplichtingen en de belastingontduiking nam af.

Ook dit jaar zal de belastingafdracht toenemen, deels doordat de economie naar verwachting harder gaat groeien, “maar dat kan optimistisch blijken te zijn”, tekent de OESO aan. Ook zullen meer escudo's naar de schatkist vloeien door een betere inning van de belastingen. Lissabon is al begonnen de belastingontduiking aan te pakken, door onder meer de inning te decentraliseren, nieuwe controles uit te voeren en bekwame inspecteurs aan te stellen. Nu dient het ministerie van Financiën deze maatregelen daadwerkelijk uit te voeren, aldus het rapport.

De tweede weg waarlangs het Zuid-Europese land het gat op de begroting moet verkleinen, is het beheersen van de uitgaven. In het lopende jaar gaan de uitgaven weliswaar omhoog, maar de huidige plannen bevatten “welkome” verschuivingen van lopende uitgaven naar investeringen, vooral in de infrastructuur, en van rentebetalingen naar onder meer onderwijs.

In dit verband adviseren de economen in de Franse hoofdstad de autoriteiten in Portugal te komen met een convergentiebeleid voor de middellange termijn. Dat is vooral nodig gezien de staatsschuld die met 71,4 procent van het bbp “buitensporig blijft” en nog verder kan oplopen. In het Verdrag van Maastricht is de maximumgrens op 60 procent van het bbp gesteld, al zal ook een daling in die richting in een bevredigend tempo worden aanvaard.

Hoewel een strenge controle van de overheidssuitgaven essentieel is voor de vermindering van het begrotingstekort, zal de snelheid waarmee de staatsschuld kan worden verminderd, vooral afhangen van de inkomsten uit privatiseringen, de uitgaven voor de pensioenen als ook de resultaten van de strijd tegen de belastingontduiking.

De revenuen uit de verkoop van staatsondernemingen worden overigens niet uitsluitend voor de reductie van de staatsschuld aangewend. Weliswaar wordt het grootste deel daarvoor gebruikt, maar de rest wordt besteed aan de herstructurering van noodlijdende staatsbedrijven. Verder blijft de ruimte om de rol van zowel de centrale als de lokale overheden terug te dringen groot, vooral bij de elektriciteitsbedrijven, de luchtvaart-, de spoorweg- en de gemeentelijke openbaar-vervoermaatschappijen.

Om de staatsschuld omlaag te drukken, moet Portugal ook zijn systeem van sociale voorzieningen wijzigen. Vooral de kosten voor pensioenen dreigen uit de hand te lopen. Behalve aanpassingen op dit terrein, dient de financiering van bijstand, kinderbijslag en uitkeringen aan arbeidsongeschikten te worden veranderd, moeten bijdragen voor oudedags- en werkloosheidsverzekeringen worden herzien en dient ontduiking van premiebetalingen te worden aangepakt.

In haar korte-termijnramingen gaat de OESO uit van een groei van de Portugese economie met 2,3 procent dit jaar en 2,7 procent volgend jaar. De werkloosheid loopt op van 7,2 procent van de beroepsbevolking in 1995 via 7,4 procent in 1996 tot 7,5 procent in 1997. De inflatie zakt van 5,8 procent vorig jaar naar 4,2 procent dit jaar tot 3,7 procent volgend jaar. (ANP)