KNMI doet als agentschap mee in de commerciële strijd om het weer; 'We zijn gewoon ambtenaren gebleven'

De privatisering in BV Nederland raakt mensen ook in hun onmiddellijke omgeving. Bietenboeren en Elfstedenschaatsers bellen de 06-nummers van het KNMI.

DE BILT, 7 AUG. In de burelen van het KNMI in De Bilt zijn de handmatig getekende weerkaarten van de eerste directeur, C.H.D. Buys Ballot, langzamerhand vervangen door computermodellen. En vorig jaar maakten de ronde letters en het kroontje van het KNMI-logo plaats voor een 'vierkantere' uitvoering. “Dat geeft het geheel iets dynamisch, iets pittigs”, meent de huidige directeur, H. Fijnaut. Het nationale weerinstituut gaat met zijn tijd mee. Het moet wel - de strijd om het weer is losgebarsten.

Honderddertig jaar lang waakte alleen het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) over het weer, totdat tien jaar geleden het commerciële Meteo Consult op de markt verscheen. Om zich tegenover de concurrentie te kunnen handhaven kreeg het KNMI van het ministerie van Verkeer en Waterstaat de vrijheid om ook de markt op te gaan. Vorig jaar bemachtigde het de status van agentschap binnen het departement. Wie wil weten of het droog zal blijven bij de geplande barbecue kan bellen met het overheidsbedrijf.

De verzelfstandiging van het KNMI is “een behoorlijke klus” geweest, zegt directeur Fijnaut in zijn werkkamer van het KNMI in De Bilt. Maar wat de verzelfstandiging ook heeft teweeggebracht, zijn salaris is er in ieder geval niet op vooruit gegaan. “We zijn gewoon ambtenaren gebleven”, aldus Fijnaut. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is uiteindelijk nog steeds verantwoordelijk voor het weerinstituut. Wel werkt het KNMI nu met een bedrijfsmatige boekhouding en moet het zijn werkzaamheden voortaan uitgebreid rapporteren aan het ministerie. “Je komt als het ware onder een vergrootglas te liggen”, zegt Fijnaut. En dan blijkt bijvoorbeeld dat het werk met veel minder mensen kan worden gedaan. Op dit moment heeft het KNMI zo'n vijfhonderd werknemers in dienst, tien jaar geleden waren dat er nog ruim zeshonderd. En sinds de verzelfstandiging in maart vorig jaar is de overheidsbijdrage van omstreeks 50 miljoen gulden met twee miljoen afgenomen. In 1997 moet die met 3,5 miljoen gulden zijn teruggebracht.

Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut heeft met de verzelfstandiging nog een andere trend uit het bedrijfsleven overgenomen: het mission statement. In het jaarverslag over 1995 staat te lezen: “Het KNMI is het nationale data- en kenniscentrum voor weer, klimaat en seismologie. Het levert informatie, adviezen en diensten aan overheid, burger en bedrijfsleven ten behoeve van veiligheid, economie en duurzame ontwikkeling.” De komende jaren zullen vooral de burgers en het bedrijfsleven de aandacht van het KNMI krijgen. Nu nog is tweederde van de omzet van 75 miljoen gulden afkomstig uit overheidstaken (zoals het verzamelen van data en klimatologisch onderzoek) en komt eenderde uit de markt.

Maar in het jaarverslag constateert het KNMI dat de maatschappelijke belangstelling voor meteorologische diensten en produkten groeit. Bedrijven en beroepsgroepen worden zich volgens het jaarverslag “steeds meer bewust van het nut van klimatologische en meteorologische diensten en produkten voor hun bedrijfsprocessen”. Zoals de verzekeringsmaatschappij die twijfelt aan de schadeclaim van een cliënt die beweert dat er door een windvlaag een boom op zijn schuurtje is gevallen. Bij het KNMI kan de verzekeringsmaatschappij in elk geval laten checken of een dergelijke windvlaag op die tijd en plaats enig realiteitsgehalte kan hebben. En de oliemaatschappij die een boorplatform wil verplaatsen kan bij het KNMI gegevens krijgen over de verwachte golfhoogte, windkracht en deining.

Het KNMI helpt de burger graag bij zijn meteorologische bewustwording, vermeldt het jaarverslag. Vorig jaar introduceerde het 'een vakantieweerfax' met daarop in het Nederlands, Duits, Frans en Engels regionale weersvoorspellingen met watertemperatuur en windrichting, een 'waterweerfax' voor de watersport en een ballonvaartverwachting. Bezitters van een Seiko message watch kunnen voortaan het KNMI-bericht op hun horloge ontvangen en het aantal 06-nummers is aanzienlijk toegenomen. Toen Nederland zich afgelopen winter opmaakte voor de Elfstedentocht gaf het KNMI via een speciaal 06-nummer de ijsdikteverwachting uit. Bij een naderende zonsverduistering kan men bellen voor de wolkenverwachting. En tijdens de bietenoogst is er voor boeren een speciaal nummer dat informatie geeft over mogelijk vorstgevaar.

Het meest in het oog springen de talloze weerpresentaties op de televisie. De meeste ontbijt-, lunch- en actualiteitenrubrieken zijn niet compleet zonder het weer. Sinds 19 september 1994 hebben de weermannen van het KNMI bovendien hun eigen programma. In plaats van tachtig seconden in het NOS-Journaal mogen zij nu - na de drukst bezette reclameblokken van de Ster - in drie minuten het weer uitpakken. “Daarmee ging een lang gekoesterde wens van veel kijkers in vervulling”, aldus het jaarverslag over 1994. In het nieuwe televisieseizoen komt daar nog meer zendtijd bij: de tachtig seconden in het NOS-Journaal keren weer terug, waarna rond de klok van negen uur op Nederland 1 het uitgebreide weerbericht wordt uitgezonden.

“Het KNMI dekt dezelfde markt als wij”, zegt H. Otten. Hij is oorspronkelijk afkomstig van het KNMI maar nu directeur van Meteo Consult en een enkele keer nog weerman bij het commerciële tv-station RTL 4. Tien jaar geleden begon hij voor zichzelf. De relatie met het overheidsbedrijf liep aanvankelijk nogal stroef. Het KNMI kon maar moeilijk wennen aan het idee dat het zijn monopoliepositie kwijt was. Het exploiteren van stormwaarschuwingen en gladheidsmeldingen, die de veiligheid van de burger betreffen, was bijvoorbeeld volgens het KNMI een overheidstaak waar Meteo Consult van af moest blijven. De advocaten moesten er aan te pas komen om de weg vrij te maken voor Meteo Consult. Inmiddels heeft het koninklijk weerinstituut volgens Otten goed naar de concurrent gekeken. “Toen wij tien jaar geleden begonnen, was het KNMI nog nauwelijk commercieel actief.”

Bij Meteo Consult - overigens de grootste afnemer van weergegevens van het KNMI - kunnen ze zich vreselijk opwinden over de hoge tarieven die sommige nationale weerinstituten voor hun gegevens vragen. In heel Europa maken alle weerinstituten gebruik van dezelfde meteorologische data, afkomstig van nationale meteorologische diensten. De nationale diensten wisselen deze gegevens met gesloten beurzen uit, maar de commerciëlen moeten betalen. “De prijzen daarvoor zijn vaak onrealistisch hoog”, zegt Otten.

Bovendien laadt het KNMI volgens Otten de verdenking van kruissubsidie op zich - ook al hebben accountants volgens het KNMI objectief vastgesteld dat de overheidsinkomsten van het nationaal weerinstituut zijn gescheiden van de marktinkomsten. “Maar hoe controleer je dat”, vraagt Otten zich af. “Zelfs de beste accountant prikt daar niet doorheen. Als commercie en overheidstaak niet volkomen los van elkaar staan loopt men altijd het risico van kruissubsidies verdacht te worden.”

Ook minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) heeft haar bedenkingen over de commerciële activiteiten van het KNMI. Bij het tienjarig bestaan van Meteo Consult werd 'de minister van het KNMI' uitgenodigd om te speechen. In haar toespraak wierp ze de vraag op “of een gesubsidieerd overheidsinstituut wel een eerlijke concurrent kán zijn”. Vooral aan het werken voor derden wil zij voorwaarden stellen. “Het overheidsbedrijf mag natuurlijk niet financieel bevoordeeld worden.”

Bij het KNMI is men dezer dagen druk doende modellen te ontwikkelen die het weer voor tien dagen vooruit kunnen voorspellen. En bij Meteo Consult zijn ze bezig met de voorbereidingen voor een vierentwintiguurs weerkanaal dat vanaf september op de kabel moet zitten. Aan weer geen gebrek. “Maar dat wil nog niet zeggen dat de voorspellingen ook steeds beter worden”, zegt weerman Otten. “De atmosfeer kan altijd een loopje met je nemen.”

    • Monique Snoeijen