Gulden versterkt en geldmarkt ontspant

AMSTERDAM, 7 AUG. Vorige week werd in deze rubriek geconstateerd dat de gulden in tijden niet zo zwak was geweest ten opzichte van de Duitse mark. Inmiddels is de gulden wat aangesterkt en hoeft voor een Duitse mark nog slechts 1,1216 gulden te worden betaald (vorige week 1,1234 gulden).

Om dit te bereiken was het niet nodig de Nederlandse rente op speciale beleningen te verhogen, zoals vorige week nog voor mogelijk werd gehouden. Nu de verwachting van een renteverhoging voorlopig is verdampt, laten de tarieven op de Nederlandse geldmarkt een daling zien. Zo was de rente voor de driemaandslening van 3,13 procent vorige week gedaald tot 3,06 procent gisteren en die voor de twaalfmaandslening van 3,56 tot 3,43 procent. Deze daling op de geldmarkt gaat vergezeld van een afname van de kapitaalmarktrente. De rente op een Nederlandse tienjaars-staatsobligatie is afgenomen van 6,34 procent vorige week tot 6,24 procent gistermiddag. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de daling van de rente in de Verenigde Staten.

Beziet men de verkorte balans van de Nederlandsche Bank (de weekstaat) dan blijkt een aantal forse mutaties te hebben plaatsgevonden. De geldmarkt verkrapte wegens de belastingafdrachten die traditioneel aan het eind van de maand plaatsvinden. Dit wordt weerspiegeld in de toename van het tegoed van de Schatkist met maar liefst 6,5 miljard gulden. Tegelijkertijd heeft in de loop van de vorige week een bijzondere transactie plaatsgehad, die eveneens verkrappend uitwerkte. Er is drie miljard gulden gestort op een lening in euro-guldens, die onlangs is geplaatst door de Franse Sociale Verzekering Bank Cades. Op de weekstaat komt dit onder andere tot uiting in de afname van het ECU-tegoed van DNB met 1,9 miljard gulden. Cades heeft namelijk bij de Banque de France de guldens ingewisseld voor Franse francs en de Franse centrale bank op haar beurt heeft de guldens bij DNB omgeruild voor ecu's. Om de met deze lening gepaard gaande geldmarktverkrapping te compenseren, is de verplichte kasreserve tot 15 augustus op nihil vastgesteld, waardoor er acht miljard gulden vrijkwam. Desondanks moesten de banken hun beroep op de speciale beleningen vergroten met 594 miljoen gulden en op de voorschotregeling met 844 miljoen gulden. De besparing op het contingent, nu 19,8 procent van de contingentsperiode is verstreken, is hiermee praktisch onveranderd gebleven (van 2,2 procent vorige week tot 2,1 procent deze week).

Bron: Economisch Bureau ING