Cuba beter dan Birma?

In zijn artikel van 30 juli 'Wat maakt Cuba beter dan Birma?' acht de heer Van der Vuurst de Vries het moeilijk aan de conclusie te ontkomen dat de EU met twee maten meet in haar opstelling tegenover beide genoemde landen.

De tegenstelling die hij poneert is echter niet zuiver. In het geval van Cuba staat voor de EU (dit keer) niet het regime van Castro ter discussie, maar de eerder vertoonde Amerikaanse neiging om anderen te dwingen zich te schikken naar het beleid van de VS. De EU treedt mijns inziens terecht fel op tegen de extraterritoriale werking van wetten die niet door enig parlement in Europa zijn aanvaard. Het gaat in dit geval om de bescherming van onze rechten, niet die van de Cubanen.

Hoewel ik de mening van de auteur deel inzake de ideologische oogkleppen van veel Nederlandse actiegoepen, is de tegenstander in casu echter de Amerikaanse overheid, die, om Cuba te treffen, haar Europese bondgenoten bruskeert. Ik geef toe dat dat een vorm van 'misguided' optreden voor nationale publieke consumptie is die men eerder van een pressiegroep verwacht.

Illustratief in dit verband is dat de ING-bank (voorbarig?) besloten heeft zich uit Cuba terug te trekken om haar belangen in de VS te beschemen; niet uit wroeging over haar activiteiten op het eiland van de beul met de baard en de bolknak.