Chez Pauline

Als mijn reisgenoot en ik, moe van het wandelen langs de uitgestorven route national, in de schaduw van huizen en platanen het Café de la Promenade vinden, blijkt de deur op slot te zijn.

Aan de overkant van de weg, in de slagschaduw van een witheet benzinestation zit een gezette bejaarde vrouw op een Van Gogh-stoeltje. Tegenover haar, op praatafstand, staat nog zo'n stoeltje. Dat is onbezet, op een jasje na, dat over de rugleuning hangt.

Zodra de vrouw ziet dat wij door de ramen het café in turen, onderbreekt ze haar siësta. Ze brengt haar bovenlichaam naar voren, steunt haar handen op de zitting en duwt zich omhoog. Op haar pantoffels steekt ze de stille weg over.

Over haar bonte jurk, met het dessin en de zakken van een ouderwets bloemetjesschort, draagt ze een groen, handgebreid vest, waarvan de knoopjes tot bovenaan dicht zijn.

Ze heeft een wijd gezicht met moederlijke trekken dat evenals haar houding vermoeidheid uitdrukt. Het naar achteren gekamde haar is doorregen met zilverdraadjes. Verlegen kijkt ze ons aan en vraagt met zachte stem of het onze bedoeling is iets te gebruiken. Uit de zak van haar jurk haalt ze een lange sleutel. Wij betreden een groot lokaal, dat donker, koel en hoog is. Het vuilgele plafond bestaat uit drie tongewelven waarvan het middelste breder en hoger is dan de buitenste twee. Op de stenen vloer staan lange rijen aaneengeschoven tafels met wirmarmeren blad die aan weerszijden geflankeerd worden door even lange rijen Van Gogh-stoeltjes. Midden tussen de tafels staat, op hoge poten, een gietijzeren kolenkachel. Net als in een wachtlokaal zijn tegen de zijwanden lange, houten banken getimmerd met hoge kaarsrechte rugleuningen. Boven die banken is de muur bedekt met bewerkt leer waarvan de oorspronkelijke kleuren en motieven - gouden lelies tegen een wijnrood fond - alleen op die plekken die het verst van de kachel verwijderd zijn, door de vuilbruine aanslag heengloeien.

Wij gaan zitten aan een van de lange tafelrijen en vragen om twee zwarte koffie. Madame knikt, herhaalt onze bestelling en sloft naar de keuken: een piepkleine uitbouw met een lichtdoorlatend dak van plastic golfplaat. Een tweede uitbouwtje, naast de keuken, ook met plastic dak, dient als opslagplaats voor teiltjes en klapstoelen en als kweektuin voor fuchsia's, geraniums en spinnen.

Wij zien madame boven het gasfornuis met een steelpannetje in de weer. Gaat ze melk warm maken? We horen het geluid van serviesgoed, zien haar het pannetje optillen en uitschenken.

'Voilà.' Twee trechtervormige bekers vol geurige zwarte koffie en een schoteltje met grote suikerklonten worden voor ons neergezet. Omdat madame achter onze stoelen blijft staan, vragen we haar of ze niet ook wil zitten. Terwijl we de suikerklonten laten zinken, vertellen we uit welk land we komen, waar we logeren en hoe we heten. Haar naam is Pauline. Ze lacht als een meisje. Wij nemen een slokje. Dit is geen koffie, dit is godendrank. De zwarte vloeistof jaagt alle vermoeidheid uit mijn lijf. Ik smak met mijn tong: godendrank uit een steelpannetje. Als de bekers leeg zijn, heeft zich in de punt van de trechter twee centimeter koffiedik opgehoopt.

Het lokaal is weldadig koel. Samen met de inrichting stamt het nog uit de tijd van Paulines grootouders. Alleen het gewelf is wel eens opnieuw geverfd, herinnert ze zich glimlachend, maar het zou weer een verfje kunnen gebruiken.

Bij de bestelling van onze tweede koffie, verlangen wij tevens een glaasje van het een of ander en ontvangen de kaart. We kiezen een cognac. Zonder te kijken wat we aanwijzen, knikt Pauline vriendelijk en onderneemt voor de tweede keer de weg naar het keukentje en haar toverpan. Buiten, op de stoel met het jasje heeft inmiddels een andere oude vrouw plaatsgenomen.

Als Pauline de bekers weer voor ons neerzet, zijn die vergezeld van twee glaasjes met een lichte, ondoorzichtige vloeistof die klaarblijkelijk zelf gestookt is en zo sterk naar hooizolders en versgemalen graan ruikt, dat de geur alleen al mij zomerdronken maakt.

Na ons bezoek gaat het café weer op slot. Pauline steekt over, gaat op haar stoel zitten en legt de handen in de schoot. Druk gesticulerend neemt de andere vrouw het gesprek weer op waar het kennelijk was blijven steken.