Beter genieten met volle mond

Vertel mij wat over 'le pique-nique'. Ik heb in snel stromende rivieren gespeurd naar de beste plek om een fles wijn te koelen. Ik ben vertrouwd met het zoeken naar schaduw in de bosrand langs een voetpad. En talloos zijn de keren dat ik over prikkeldraad ben geklommen omdat het lonken van een plek in de luwte van de wind onweerstaanbaar was.

Denkend aan een wandeltocht loopt het water me al in de mond. Naast het stap voor stap verkleinen van de afstand tot het einddoel is het onderbreken van de tocht voor een hap brood en een slok water het plezantste wat iemand zichzelf kan aandoen.

In België en Frankrijk wedijveren waterval en vergezicht in even sterke mate om mijn aandacht als charcuterie en épicerie. Boudin, bal gehakt, gevulde courgette, met volle maag kan ik mijn ogen pas goed de kost geven. Ik erken het volmondig, eten en drinken in de buitenlucht doe ik zoals een katholiek ter communie gaat. Toch weet ik dat ik, als wandelaar, altijd een amateur zal blijven op het olympische terrein van de picknick.

Een wandeltocht langs een Schots binnenmeer moest ik ooit met mijn toenmalige wandelgenote onderbreken. We hadden, stom stom stom, gedacht dat we onderweg wel een levensmiddelenwinkel zouden tegenkomen. In de thistles en thorns kijken naar de eindeloze deining van een aanpalend loch dat leek ons wel iets. Maar dan met een stuk haggis of desnoods een pie met onbestemde inhoud. Helaas, na uren lopen door een in onze reisgids bejubelde streek viel er nog geen kraampje te bespeuren. We besloten langs de snelweg om een lift te bedelen.

Een rode tweedeurs met jong echtpaar stopte. We propten ons op de achterbank, de rugzak op schoot. Na een korte uitwisseling van preliminaire beleefdheden vroeg het paar ons of we al gegeten hadden. Of we in dat geval zin hadden met hen te picknicken. Enkele mijlen verder sloegen we een zijweggetje in dat smaller en allengs hobbeliger werd. Bij een bosschage werd haltgehouden.

Beschaafd voortkeuvelend werd de picknick in gereedheid gebracht. Een plaid werd uitgerold, eenvoudig kookgerei werd in stelling gebracht. De chauffeur verdween met een ketel achter een heuvel en ik hielp een grote rieten mand uit de bagageruimte te hijsen.

Nadat het water uit de beek aan de kook was gebracht ging de mand open. Onderaan het deksel hingen, achter leren riemen gebonden kleurige borden. Gevat in daartoe voorgevormde holtes lagen bijpassende kop en schotels klaar. Er was bestek van zilver en in het hart van de mand zat een enorme theepot. Er waren scones, warm genoeg om de boter te laten smelten en de jam was zelf gemaakt.

Nee, het echtpaar taalde er niet naar om zoals wij wandelend van de natuur te genieten. Daarvoor was hun het picknicken te lief.