Assad wil niet in spoor van geminachte Arafat treden

Geheel volgens de verwachtingen heeft Syrië gisteren het aanbod verworpen van de Israelische premier Benjamin Netanyahu om de vredesonderhandelingen, die zijn voorganger Shimon Peres in februari afbrak, te hervatten - maar nu op basis van het principe 'Libanon Eerst'.

Overeenstemming over Israels ontruiming van Zuid-Libanon kan, aldus Netanyahu, één van de zo noodzakelijke vertrouwen wekkende maatregelen zijn, later gevolgd door vredesonderhandelingen tussen Israel en Syrië.

Voor de Syrische president Hafez al-Assad is die aanpak onacceptabel. Alleen al het begrip 'Libanon Eerst' is hem een gruwel. Wat? Hoe haalt Netanyahu het in zijn hoofd? Niet 'Syrië Eerst'?

Want Assad herinnert zich maar al te goed dat Israel in 1993 in de onderhandelingen met de PLO het principe gebruikte van 'Gaza Eerst' om de ontruiming van bezet Palestijns gebied op de lange baan te schuiven. Toen al was hij ervan overtuigd dat dit zou uitmonden in 'Gaza Eerst en Laatst'. Hij denkt er niet over om in het voetspoor van de door hem zo geminachte Yasser Arafat te treden. En zeker niet wat betreft Libanon.

Libanon is sinds 1989 een Syrisch protectoraat, dat zich op binnen- en buitenlands politiek gebied geheel moet schikken naar de wensen van Damascus. President Assad kan onder geen beding toestaan dat er een Libanees-Israelisch akkoord tot stand komt buiten het kader van een Syrisch-Israelisch akkoord. Zeker niet als zo'n akkoord gepaard gaat met afzonderlijke Libanees-Israelische vredesonderhandelingen, zoals Netanyahu heeft gesuggereerd. Dat zou niet alleen de nog altijd betwiste Syrische hegemonie over Libanon in gevaar kunnen brengen, maar tevens Syrië in toekomstige onderhandelingen met Israel isoleren.

Alsof dat nog niet genoeg was, zei de Israelische minister van defensie, Yitzchak Mordechai, vorige week in het parlement dat Israel zijn eigen troepen pas terugtrekt als ook de naar schatting 35.000 Syrische militairen in Libanon dat doen. Volgens het in 1989 gesloten akkoord van Taïf hadden zij al lang en breed uit bijna heel Libanon verdwenen moeten zijn.

Vandaar dat men in Damascus het Israelische aanbod “een valkuil” noemt, “bedoeld om de goede betrekkingen tussen Damascus en Beiroet te saboteren”. Vandaar ook dat Assad en zijn Libanese collega, Elias Hrawi, eergisteren voor de zoveelste maal overeenkwamen om ten aanzien van Israel “een gemeenschappelijk standpunt in te nemen”. Zij zullen - aldus Assads woordvoerder - “al hun stappen volledig coördineren om een rechtvaardige en alomvattende vrede te bewerkstelligen, gebaseerd op het principe land-voor-vrede”.

Gisteren meldde de Syrische regeringskrant Tishreen dat Israel vooral over zijn veiligheidsproblemen in Zuid-Libanon wil praten, maar niet over zijn terugtrekking van de Golan-hoogvlakte. “Netanyahu's verklaringen op zijn gemeenschappelijke persconferentie met koning Hussein van Jordanië zeggen niets. Het zijn mooie, holle woorden, en niet erg serieus.”

“Hervatting van de onderhandelingen met Israel is geen probleem”, zo vervolgde Tishreen. “Het probleem zit hem in de inhoud van die onderhandelingen. (...) De tegenstrijdige ideeën die Netanyahu naar voren tracht te brengen onder het mom van hervatting van de onderhandelingen, overtuigen Syrië niet.”

Arabische diplomaten zijn het erover eens dat Netanyahu met zijn niet erg nieuwe voorstel ten koste van Syrië mooie sier wil maken in het Westen. Reeds de vermoorde premier Rabin had voorgesteld dat Israel zijn troepen uit de in Zuid-Libanon gecreëerde 'veiligheidszone' geleidelijk zou terugtrekken, als het Libanese leger in deze grensstreek daadwerkelijk de macht zou overnemen en de strijders van de shi'itische beweging Hezbollah zou ontwapenen. Toen al wees de Syrische (en dus ook de Libanese regering) deze voorstellen onmiddellijk van de hand.

In april dook het idee opnieuw op tijdens de onderhandelingen die een einde maakten aan 'De Druiven der Wrake', Israels bombardementsactie in Libanon als reactie op de beschietingen van Noord-Israel door Hezbollah. Ditmaal stelde Frankrijk voor dat Israels troepen in Zuid-Libanon geleidelijk door Libanese legereenheden zouden worden vervangen. De door Netanyahu verslagen premier Peres was van plan na de verkiezingen zich hiervoor actief in te zetten.

Netanyahu probeert nu hetzelfde te doen. Temeer omdat Israel steeds meer verliezen lijdt in de door Hezbollah gevoerde guerrilla-oorlog, die Israel en zijn verkruimelende bondgenoot ter plaatse, het Zuidlibanese Leger, onmogelijk kunnen winnen. Bovendien beschouwt de Israelische publieke opinie al sinds jaren Libanon als een moeras, waaruit men zich liever vandaag dan morgen terugtrekt.

Ook de belangrijkste geschilpunten zijn dezelfde. Israel wil - om zijn politieke geloofwaardigheid in de regio niet te verliezen - garanties voor de manschappen van het Zuidlibanese Leger. Zij moeten in het reguliere Libanese leger worden opgenomen, precies zoals na de burgeroorlog gebeurde met de andere milities, Hezbollah uitgezonderd. Boven alles wil Israel de ontwapening van Hezbollah door de Libanese strijdkrachten.

Maar Libanon en Syrië stellen zich op het formele standpunt dat Israel niets heeft te willen, omdat Veiligheidsraad-resolutie 425 dwingend voorschrijft dat Israel onvoorwaardelijk Zuid-Libanon dient te verlaten.

Natuurlijk zou er achter de schermen een compromis kunnen worden uitgewerkt. Maar president Assad ziet daar vooralsnog geen enkel heil in. Wat hem betreft, is Hezbollah een prima beweging. De Partij Gods werd begin jaren '80 opgericht op bevel van imam Khomeiny en met de zegen van president Assad. Toen was zij er nog op uit om van Libanon een Islamitische Republiek te maken, maar in de loop der jaren paste zij zich aan aan de Libanese politieke realiteit.

Na afloop van de Libanese burgeroorlog trad Hezbollah naar voren als een politieke partij die sociale verbeteringen nastreeft voor de shi'ieten (meer dan eenderde van de bevolking, en over het algemeen de armsten). Zij manifesteerde zich vooral, en met steeds meer succes, als een nationale verzetsbeweging. Verzet tegen Israels bezetting van twaalf procent van het Libanese grondgebied - en niet langer verzet tegen de Libanese Republiek als zodanig.

Daarom werd Hezbollah - als enige Libanese militie - na afloop van de burgeroorlog door Syrië niet gedwongen om zich te ontbinden. Voor Assad is de beweging namelijk van zeer groot nut. Zij verhindert de Libanese overheid om een afzonderlijk akkoord met Israel te sluiten. Haar leider, sjeik Hassan Nasrallah, bevestigde nog eens een paar dagen geleden dat alle onderhandelingen met Israel uit den boze zijn en dat zijn aanhangers “met een onverbiddelijke slijtage-oorlog de vijand uit Libanon zullen verjagen”. Die retoriek is geheel conform Assads wensen.

De recente uitwisseling van gevangenen en stoffelijke overschotten tussen Hezbollah, Israel en het Zuidlibanese Leger was dan ook niet bedoeld, zoals men in Israel hoopte, als voorspel tot politieke onderhandelingen, maar alleen om Duitsland een cadeautje te geven. Want de Duitsers gebruikten hun zéér zichtbare bemiddeling bij deze ruil om aan hun boze Amerikaanse bondgenoten te laten zien dat 'de kritische dialoog' met het door Washington zo verdoemde Iran wel degelijk vruchten kan afwerpen.

“Hezbollah” - zeggen daarom de spotters in Damascus - “is ons waardevolste bezit. Hoe zouden wij zonder Hezbollah de Golan kunnen terugkrijgen? Hun strijd houdt Israel bezig en kost ons niets.”