Arts niet vervolgd na euthanasie

DEN HAAG, 7 AUG. Justitie in Assen stelt geen vervolging in tegen de arts A. Postma uit Noordwolde, die in 1993 euthanasie pleegde op een ongeneeslijk zieke vrouw uit Rolde in Drenthe. De 65-jarige vrouw ging destijds in hongerstaking nadat haar huisarts en specialisten hadden geweigerd haar verzoek tot levensbeëindiging in te willigen.

De vrouw leed aan een ongeneeslijke ziekte, had hartklachten en was nagenoeg blind. Twee weken nadat zij met het innemen van voedsel en medicijnen was gestopt, was vertrouwensarts Postma van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) bereid om het leven van de vrouw te beëindigen.

Volgens persofficier van justitie R. van der Velde in Assen is gebleken dat Postma zich terecht kan beroepen op de noodtoestand, die in dergelijke gevallen vereist is om niet te worden vervolgd wegens moord. De noodtoestand houdt in dat de arts twee tegenstrijdige plichten heeft: het in leven houden van de patiënt en het verlichten van diens lijden. Drie hoogleraren die in deze zaak door justitie zijn aangezocht om te adviseren, zijn onafhankelijk van elkaar tot het oordeel gekomen dat Postma een juiste beslissing heeft genomen, aldus Van der Velde. Ook het oordeel van de Hoge Raad in de zaak-Chabot, in de zomer van 1994, is van invloed geweest op de beslissing om de zaak-Postma te seponeren. De Haarlemse psychiater Chabot hielp destijds een ernstig depressieve vrouw op haar verzoek uit haar lijden. In die zaak oordeelde de Hoge Raad uiteindelijk dat er sprake was van een ondraaglijk lijden en een uitzichtloze situatie.

De huisarts J. Drijftholt, die destijds weigerde op het verzoek van de Drentse vrouw, in te gaan, vindt het jammer dat door de beslissing van justitie het handelen van zijn collega niet door de rechter wordt getoetst.