Abortus helft tweeling zeldzaam in Nederland

ROTTERDAM, 7 AUG. Nederlandse gynaecologen zien weinig reden voor morele verontwaardiging over de abortus die een Engelse vrouw heeft laten uitvoeren op de helft van de tweeling die zij droeg. Ze zien niet in waarom dit geval zoveel meer opwinding zou moeten veroorzaken dan de gebruikelijke abortus.

Prof. dr. J.P. Holm, hoogleraar obstetrie en gynaecologie in het Academisch Ziekenhuis Groningen en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie: “Ik ben verbaasd over de belangstelling. Als deze vrouw beide vruchten had willen laten weghalen, had niemand dat vreemd gevonden. Kennelijk onstaat er opwinding omdat je er één laat zitten. Ik denk dat de meningen hierover thuishoren in de gebruikelijke discussie over het wel of niet toestaan van abortus.”

Selectieve foeticide op meerlingen komt in Nederland doorgaans alleen voor als is aangetoond dat een of meer van de vruchten met een ernstige afwijking ter wereld zou komen. In dat geval wordt het kind onder het zicht van een echo met een injectie kaliumchloride in het hart aangeprikt. Het is volgens gynaecologen goed mogelijk, vooral als de ingreep in een vroeg stadium plaatsvindt, foeticide te plegen op een van de meerlingen zonder dat de overblijvende vruchten daar schade van ondervinden. De gedode foetus blijft gedurende de zwangerschap in de baarmoeder en komt bij de bevalling gekrompen en als het ware gemummificeerd mee. Selectieve foeticide is niet mogelijk bij één-eiige tweelingen.

Holm benadrukt dat in het geval van de Engelse vrouw uitgebreid overleg met de aanstaande moeder noodzakelijk is, en dat alleen technische selectiecriteria mogen meespelen. Holm: “Het lijkt me niet de bedoeling om te selecteren op basis van geslacht, als je dat al zou kunnen zien.”

Selectieve foeticide is in Nederland vooral toegepast in de begintijd van de in vitro fertilisatie en ovulatie-inductie, waarbij de eisprong wordt opgewekt door het toedienen van hormoonpreparaten. Bij deze techniek kunnen meerdere eicellen vrijkomen om vervolgens tot meerlingen uit te groeien. Tegenwoordig stellen verbeterde echotechnieken de arts in staat de ovulatie-inductie te staken als blijkt dat er te veel eicellen vrijkomen. In de beginjaren van in vitro fertilisatie werden soms wel vijf of zes embryo's teruggeplaatst in de baarmoeder, als gevolg waarvan in sommige gevallen eveneens grote meerlingen ter wereld kwamen. Ook hier werd selectieve abortus toegepast om de overblijvende embryo's meer levenskansen te geven. De laatste jaren hoeven minder embryo's teruggeplaatst te worden omdat door verbeterde laboratoriumtechnieken de kans kans op innesteling groter is geworden.

Het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam, waar in 1984 voor het eerst een baby werd geboren dankzij in vitro fertilisatie, plaatst maximaal twee embryo's terug in de baarmoeder. Van selectieve abortus kan geen sprake zijn, aldus een woordvoerder. “Het beleid is erop gericht een eenlingzwangerschap tot stand te brengen, maar een tweeling is geen reden om abortus toe te passen.” Gynaecoloog dr. H. Brandenburg noemt selectieve foeticide “een rotingreep”. Brandenburg gaat over tot selectieve foeticide als er sprake is van genetische afwijkingen bij meerlingen of als bij grote meerlingzwangerschappen de kans op een voorspoedige geboorte van één of meerdere kinderen kan worden vergroot. Hoewel Brandenburg selectieve foeticide om sociale redenen nog niet aan de hand heeft gehad, sluit ze deze mogelijkheid niet uit. Brandenburg: “Het krijgen van een meerling kan als een te grote psychische belasting voor het gezin worden ervaren. Als na zorgvuldige bestudering duidelijk wordt dat de moeder een meerling niet aankan, zie ik geen verschil met abortus op een eenling.”

Volgens F. Willems, geneesheer-directeur van de Stimezo-abortuskliniek in Den Haag, komt selectieve foeticide om andere dan medische redenen in Nederland sporadisch voor. De abortus-arts meldt dat het wel eens gebeurt - overigens niet in zijn kliniek - dat een vrouw als blijkt dat ze een tweeling draagt, vraagt om één vrucht te laten zitten. Zo'n ingreep is echter alleen mogelijk in academische ziekenhuizen. In de Haagse kliniek gebeurt het ook wel eens dat een patiënte in geval van een tweeling afziet van abortus.