Wensdroom

Het olympisch ideaal wil dat alles sneller, hoger en sterker moet. Maar vooral ook: meer. Begonnen met dertien landen en 285 deelnemers zijn we in Atlanta gestuit op ruim zestienduizend sporters, verdeeld over 271 disciplines. Gebleken is dat het er te veel zijn om effectief te kunnen bewaken en vermoedelijk zijn het er eveneens te veel om allen aan het werk te kunnen zien.

Alleen al in de loopnummers van de atletiek herinner ik me in de series enkele achterblijvers over de streep te hebben zien komen met een dusdanige achterstand dat je je onwillekeurig afvroeg waarom die verliezers eigenlijk waren uitgezonden. Er komen er steeds te veel en er komen voortdurend sporten bij, zoals vrouwenvoetbal en beachvolley. Het lijkt alsof het IOC door angst om niet met zijn tijd mee te gaan sporten die aan de poort staan te kloppen snel binnenhaalt. Veel is welkom, al is nog helemaal niet bewezen dat zo'n tak van sport waard is olympisch gezien te worden.

Anderen hebben in deze krant over de organisatorische chaos geschreven. En over de veel te grote invloed van de commercie. Zelfs Samaranch, die jarenlang de deur voor de commercie wagenwijd heeft opengezet, kwam nu met een voorzichtige waarschuwing. Erg laat en wellicht hypocriet. Het was alsof hij, nu zijn regime zo ongeveer ten einde loopt, plotseling heimwee naar vroeger krijgt. Vroeger was inderdaad alles anders. Ditmaal vielen er doden en gewonden door een bomaanslag. In 1952 werd de openingsceremonie verstoord doordat er een dertigjarige, in smetteloos wit gehulde, pacifiste van Duitse origine over de sintelbaan naar het spreekgestoelte draafde en poogde de microfoon aan de handen van de Finse voorzitter van het organiserend comité te ontfutselen. Zij had een vredestoespraak tot de wereld willen houden, maar Erik von Frenckell hield de microfoon dermate stevig vast dat de dame niet aan het woord kwam. Het bleef bij: “Ladies and Gentlemen”. Bij mijn weten hebben we daarna nooit meer van haar gehoord, alleen haar naam blijft in de herinnering: Barbara Rotraut-Pleyer. Hoe vredelievend van opzet ook, het was toch duidelijk een poging tot beïnvloeding door buitenstaanders. In 1972 pakte dat verschrikkelijk uit, toen elf Israelische sportlieden de dood vonden in München. Sommigen willen de Olympische Spelen niet zien als een sportfeest, maar gooien bommen of schieten als ze de kans krijgen. Er waren dertigduizend veiligheidsagenten in Atlanta. Worden het er nog tienduizend meer in het jaar 2000 in Sydney?

Wat mij persoonlijk van stonde af aan heeft dwarsgezeten, was het feit dat er een meerderheid in het IOC was, die Athene niet wilde, hoewel het dit jaar exact een eeuw geleden is dat alles begon in Griekenland. Totaal geen historisch besef bij de olympische machthebbers! Men deed een knieval voor de Verenigde Staten en vooral voor het grootkapitaal dat in Atlanta resideert. Ik beweer niet, dat de Grieken de zaak foutloos op de rails zouden hebben gekregen. Misschien had er daar ook veel aan gemankeerd, aangezien de Spelen organisatorisch waarschijnlijk voor elke stad ter wereld onbeheersbaar zijn geworden. Uit de krachten gegroeid en dus rijp voor de chaos. Maar de wereld zou op de Griekse tekortkomingen vermoedelijk milder gereageerd hebben dan op de blunders van de Westerse nummer-één-natie. Naar het schijnt willen de Atheners opnieuw hun kandidatuur stellen, ditmaal voor 2004. Mijn zegen (hoe weinig waard ook) hebben ze. Maar dan minder sporten, minder onderdelen, minder commercie en minder storend nationalisme. Dit alles zal wel een wensdroom blijven, maar het eens gezegd te hebben bezorgt al een gevoel van opluchting.