Opera Gertrude Stein blijft boeien

NEW YORK, 6 AUG. Het is niet moeilijk om, meer dan zestig jaar later, te horen waarom het Amerikaanse publiek in 1934 zo enthousiast was over de bizarre opera Four Saints in Three Acts, die het afgelopen weekeinde in een regie van Robert Wilson te zien was in het Lincoln Center Festival in New York.

De glasheldere woorden van Gertrude Stein, soms samengevoegd tot onbegrijpelijke zinnetjes, stuiteren heen en weer tussen de personages tot het nog slechts betekenisloze klanken zijn. Zo gaan de woorden Once in a while, ritmisch en zorgvuldig uitgesproken, van mond tot mond, alsof de ene heilige na de andere er even touwtje mee springt, tam-tada-tam, om ze dan weer door te geven.

De muziek van de Amerikaanse componist Virgil Thomson (1896-1989) heeft dezelfde gedisciplineerde frivoliteit. Kerkelijke gezangen, volkse deuntjes, een wals, een mars, de blues, hij weeft het allemaal door elkaar. De muziek zit vol herhalingen, harde contrasten, omkeringen, halve en hele haperingen, net als het libretto van Stein. Maar het wordt geen kakafonie en geen carnaval: niets klinkt door elkaar, alles lijkt iets te betekenen, ook al is niet duidelijk wat. Het is intrigerend, vermakelijk en ondanks z'n dadaïstische rederijkerij soms ontroerend mooi.

De opera, die de twee Amerikanen Stein en Thompson samen eind jaren twintig in Parijs schreven, gaat over de levens van zestiende-eeuwse Spaanse heiligen. Maar eigenlijk is dat al te veel gezegd, want herkenbare personages, een intrige of handeling heeft Four Saints nauwelijks. Volgens Wilson, die het stuk voorzag van een passend surrealistisch decor, aankleding en regie, is het een meditatie over levensvreugde.

In 1934 had de opera een onwaarschijnlijk succes op Broadway. Echte Amerikaanse avant garde, en toch ook Europees, en opgevoerd met louter zwarte acteurs - het was allemaal nog nooit vertoond. De kranten raakten er niet over uitgeschreven, het was dè culturele en intellectuele gebeurtenis van het jaar. En wie de spot wilde drijven met de nieuwe kunst van die dagen hoefde alleen maar te zeggen: Pigeons on the grass alas, duiven op het gras helaas, uit het begin van de derde acte.

Tegenwoordig wordt de opera in de Verenigde Staten nog maar zelden met een groot orkest in een van de vooraanstaande theaters opgevoerd. Robert Wilson heeft dertig jaar met het plan rondgelopen, aanvankelijk op aansporing van de choreograaf Merce Cunningham, voor het ervan kwam. Met een gemengde cast van zwarte en blanke zangers, het orkest van de New York Opera en het koor van de Houston Grand Opera heeft hij begin dit jaar een aantal voorstellingen in Houston gegeven. Na de vier voorstellingen van het afgelopen weekeinde in New York zijn er eind deze maand nog drie uitvoeringen in Europa op het Edinburgh Festival (29, 30 en 31/8).

Het statische toneelbeeld dat het libretto dicteert heeft Wilson niet aangetast. Als schaakstukken staan de heiligen (veel meer dan vier) vrijwel het hele stuk (geen drie actes, zoals de titel suggereert, maar vier) op het podium. De levensvreugde zit, behalve in de woorden en de muziek, in de spectaculaire belichting (een blauwe lucht regelrecht uit een Magritte-schilderij, dag en nacht tegelijk), in de schaapjes die als wolken aan de hemel zweven, in de goud-glanzende acrobaat die af en toe tussen de heiligen door buitelt en vooral in de aanstekelijke en prachtig zingende ceremoniemeesters Compère en Commère, die zowel meespelen als commentaar geven op de voortgang van het stuk. Het publiek kan het allemaal volgen via de boventitels. En ook al is er geen touw aan vast te knopen, niemand in de zaal wil een woord missen.

    • Juurd Eijsvoogel