Investeerders vluchten niet uit West-Europa

ROTTERDAM, 6 AUG. Hoewel de gangbare opvatting dat Azië steeds meer aantrekkingskracht uitoefent op buitenlandse investeerders klopt, is het vaak daaraan gekoppelde spookbeeld van een massale desertie van westerse investeerders vanuit West-Europa ongefundeerd. Natuurlijk, de 'globalisering' is alom zichtbaar.

Maar er is geen sprake van dat westerse investeerders hun eigen regio's koortsachtig verlaten en op grote schaal banen en bedrijvigheid naar Azië verkassen. Verscheidene, dit jaar uitgevoerde internationale onderzoeken wijzen daarop.

Dat de 'rijpe' Westeuropese economie haar aantrekkingkracht nog lang niet heeft verloren, blijkt bij voorbeeld uit een recent rapport van de accountantsorganisatie Deloitte & Touche (The Drive Toward Investing in Europe) waarbij 105 van de grootste Amerikaanse bedrijven aan de tand werden gevoeld. Zo ging van de totale Amerikaanse buitenlandse investeringen in 1994 - 56 miljard dollar - driemaal meer naar Europa dan naar Azië en 2,5 keer meer dan naar Latijns Amerika. “Europa is en blijft de grootste non-US markt voor Amerikaanse goederen en diensten”, concludeert Deloitte. “Van de ondervraagde ondernemingen verwacht 55 procent een toename van hun Europese afzet in de komende vijf jaar, met name in diensten en detailhandelsverkopen.”

Hoewel 'directe overname' de komende vijf jaar de meest voorkomende vorm van Amerikaanse investering zal blijven, groeit de populariteit van de joint venture en de strategische alliantie sneller. Wat volgens de onderzoekers een verschuiving markeert naar investeringen op basis van controle naar flexibeler arrangementen.

Traditioneel zien Amerikaanse geldschieters hun investeringen in Europa als een tweestaps-proces, aldus de onderzoekers. Eerst vestigen ze verkoopkantoren en hoofdkwartieren in Europese landen. Als hun operaties succesvol blijken, volgen meer investeringen in assemblage en produktiefaciliteiten. Deloitte & Touche: “De komense vijf jaren zullen Amerikaanse bedrijven minder voorzichtig worden en bereid blijken om direct grotere en meer permanente investeringen in Europa te doen.”

Die Amerikaanse investeerders zullen zich dan minder op het Verenigd Koninkrijk concentreren en meer aan de slag gaan in landen als Frankrijk, Duitsland, Spanje, Nederland en België. Daarbij worden vestigingsfactoren als structureel belastingklimaat en infrastructuur belangrijker dan eenmalige financiële voordelen of taalkennis.

Volgens het door Deloitte geciteerde Amerikaanse ministerie van Handel hebben Amerikaanse bedrijven van hun totale buitenlandse investeringen 40 procent ofwel 200 miljard dollar in Europa gestoken. Hetzelfde ministerie beschrijft de Europese Unie met z'n 360 miljoen merendeels welvarende consumenten als 'één van de meest gastvrije regio's voor Amerikaanse investeringen in de wereld, met hecht gewortelde tradities betreffende de heerschappij van de wet, van individuele eigendomsrechten en van vrijheid van kapitaalbeweging.'

Tegelijk voorziet het internationale management-adviesbureau Arthur Andersen in een nieuw rapport (International Investement Toward the Year 2000) dat Azië (exclusief Japan) zowel Europa als de VS zal passeren op de ranglijst van meeste populaire bestemmingen voor buitenlandse investeringen. Tijdens dit onderzoek, in opdracht van de Franse regering uitgevoerd onder 260 Amerikaanse, Europese en Aziatische topmanagers, plaatsten de onderzoekers wereldregio's voor de afgelopen vijf jaren respectievelijk de komende vijf jaren op een prioriteitenschaal die loopt van 0 (zeer laag) tot 4 (zeer hoog).

Scoorden Amerika en West-Europa de afgelopen vijf jaar het hoogst op deze investerings-prioriteitenschaal met ieder 2,25 punten, gevolgd door Azië (exclusief Japan) met 2,1, de komende vijf jaar leidt Azië (zonder Japan) met 2,75 punten, gevolgd door Europa en de VS met elk 2 punten. Maar ondanks alle globalisering blijft de eigen 'nestgeur' voor geldschieters van groot belang. Zo kregen investeringen in eigen land over de afgelopen vijf jaar van de ondervraagden voorrang met een prioriteitsnotering van 3,4, al zal dat voor de komende vijf jaar dalen tot 3,1. In dat betrekkelijke verschil schuilt dan de globalisering.

De grote magneet voor buitenlandse investeerders in Azië blijkt zonder meer China. De directe buitenlandse investeringen in dat land stegen in 1995 met 12 procent tot 38 miljard dollar en alle buitenlandse investeerders pompten sinds de Chinese liberalisering in 1979 in totaal 133 miljard in het land.

De Duitse Bundesbank bracht vorige maand in haar maandelijkse rapport ook interessant nieuws. Zo is de Duitse export naar Oost-Europa sinds 1993 zo scherp gestegen dat ze die naar de VS of naar Azië nu overtreft.

Bijna 10 procent van alle directe buitenlandse investeringen van Duitsland gaat nu naar die regio, waarbij behalve de afzet van Duitse produkten ook de lage Oosteuropese lonen een trekpleister vormen. Wat ook grote concurrentie voor de Duitse economie betekent, omdat veel Duitse bedrijven vanuit het goedkope Oost-Europa weer naar hun thuisland re-exporteren.

Dus explodeerde de Duitse import uit Oost-Europa de laatste twee jaar met 44 procent tot 58 miljard mark vorig jaar. Maar Oost-Europeanen die meer exporteren en daarmee meer verdienen, hebben ook meer te besteden. Daarom groeiden de Oosteuropese invoer uit Duitsland de laatste twee jaar met 29 procent tot 60 miljard mark.