Hollandse woorden

De laatste tijd drink ik steeds vaker Zuidafrikaanse wijn. Niet Grands crus, dat blijft een Franse aangelegenheid, maar goede tafelwijn. Er zijn ook andere, maar die hebben geen Hollandse namen.

Toen ik op mijn zestiende in Nederland kwam wonen viel mij al op dat zoveel dingen buitenlandse namen hadden. Zo waren er wel Nederlandse sigaretten, maar die hadden namen als Old Mac, Chief Whip en Bond Street; vooral zo'n straatnaam vond ik een gemiste kans: waarom niet Kalverstraat, Heerengracht, Damrak, Nieuwezijds? Als ik mij voorstel dat dat namen van sigarettenmerken zouden zijn krijgen die woorden een romantische, verlangende klank, ik zie de meeuwen en de winderige bruggen van Amsterdam.

Nu, sinds Nelson Mandela, zijn er Afrikaanse wijnen verkrijgbaar met namen als Drakensberg, Droë Steen ('n droë witwyn); Twist Niet, een rooiwijn met een onvergetelijke naam, naar zo'n prachtige l8de-eeuwse Kaapse boerderij waarvan een afbeelding op het etiket staat. Wyn van oorsprong Weskaap, wyn van oorsprong Kusstreek, verskeep deur Van Riebeek Kelders, Oesjaar 1995 lees ik op de flessen. Zelfs op de kurk staan Hollandse woorden: een landkaartje van de Kaap met namen als Paarl, Wynberg, Constantia, Stellenbosch.

Ik schaam me het te zeggen, maar die woorden en namen roepen een zeker gevoel van trots bij mij op - ik vermoed minder dan Ajax of Feijenoord voor mensen die van voetbal houden, maar ik koester het omdat de meeste associaties met Nederland voor mij negatief zijn. Ach, met Zuid-Afrika natuurlijk ook, maar daar tussendoor zitten herinneringen aan hoe mijn vader 'Zyt gy dat volk vol heldenmoed' zong - 'en toch zoo lang geknecht'. Met Sarie Marais die zo ver van myn hart is: zo'n refrein als 'O breng my terug naar...' heeft de vorm die nostalgische poëzie door alle eeuwen gehad heeft, tot in het Chinees, en ik heb nu eenmaal ook zo'n land waarnaar ik teruggebracht wil worden.

En dan de poëzie van een van de grootste dichteressen die ik ken: Elisabeth Eybers. “Vreemd hoe ek steeds die hede en hier verraai/ sodra ek kans kry gou 'n Kaapse draai/ beskryf, onmiddellik 'n landskap vind/ waaraan die donkerste gebrek my bind/ hoe agteloos ek draai in die gebied/ helder oordag selfs, één voet in die niet.”