Groningse jeugd rookt meer hasj

GRONINGEN, 6 AUG. Jongeren in Groningen van onder de twintig jaar zijn de afgelopen jaren meer softdrugs gaan gebruiken. Ook het roken in deze leeftijdscategorie is toegenomen. Dat blijkt uit een onderzoek van de GGD in Groningen.

Elf procent van de jongeren zegt regelmatig softdrugs te gebruiken. Twee jaar geleden was dit nog vijf procent. Dertig procent gebruikt wel eens softdrugs, terwijl dit in 1994 nog vijftien procent was. Het roken bij de gehele Groninger bevolking neemt volgens het onderzoek af, maar bij jongeren is een stijgende tendens te zien.

Volgens onderzoeker P. Wiegersma zou de toename te verklaren zijn uit het feit dat jongeren de buik vol hebben van overvloedige gezondheidstips. Hij vermoedt dat zij als een soort tegenbeweging meer softdrugs en sigaretten zijn gaan gebruiken. “De jongeren hebben genoeg van al het gezeur over gezondheid. Ze hebben vaak genoeg te horen gekregen wat ze wel of niet moeten gebruiken.”

Vooral mannen onder de 24 jaar blijken meer te zijn gaan roken. Volgens Wiegersma komt dit omdat mannen zich sneller laten beïnvloeden door hun omgeving. “Zij zijn vatbaarder voor groepsgedrag. Ze willen stoer doen voor hun vrienden. Zij zullen zich ook eerder afzetten tegen alle gezondheidsadviezen.”

Het beleid van de gemeentes in Groningen om fruitautomaten uit cafetaria's te verwijderen, heeft volgens het GGD-onderzoek geleid tot een minder aantal spelers op gokkasten. Er is wel een verschuiving te zien naar andere vormen van kansspelen, zoals krasloten.

Het onderzoek is gedaan in 13 van de 25 gemeenten van de provincie Groningen, 73 procent van de 16- tot 55-jarigen in deze gemeenten hebben meegedaan. In 1990, 1992 en 1994 zijn vergelijkbare onderzoeken gedaan. Van de ondervraagden ervaart 81 procent zijn eigen gezondheid als goed of zeer goed. Daarmee is de ervaren gezondheid vanaf 1990 gelijk gebleven. Het gebruik van alcohol schatten de ondervraagden als positief in voor hun gezondheid, terwijl het nuttigen van tabak en drugs, waaronder slaap- en kalmeringsmiddelen, als negatief worden betiteld.

Volgens Wiegersma is sinds 1990 de tweedeling tussen mensen met een laag en hoog opleidingsniveau en mensen zonder of met betaalde baan groter geworden. Lager opgeleiden en werklozen gebruiken meer tabak, alcohol en drugs, bewegen minder en hebben meer overgewicht.

Uit het onderzoek blijkt ook dat het aantal ongevallen in huis sinds 1994 met vijf procent is gestegen.