Griekse regering ruimt erfenis Papandreou op

Griekenland, al lang de slechtste leerling uit de klas van de Europese Unie, wil over enige jaren deelnemen aan de Europese Monetaire Unie. Na jaren van ongeremde uitgaven onder de socialistische leider Andreas Papandreou dringt de nieuwe regering van premier Simitis het tekort op de begroting terug. Gedeeltelijke privatisering van staatsbedrijven moet extra inkomsten opleveren. “Er zullen nog bergen werk verzet moeten worden.”

Voor een dode man doet Alexandros Papadopoulos het niet slecht. De Griekse minister van Financiën wordt binnen de Europese Unie alom geprezen voor het terugdringen van het chronische begrotingstekort in zijn land. Deze reductie wordt gezien als een duidelijk signaal dat Griekenland eindelijk zijn ongecontroleerde uitgaven - de reden voor zijn reputatie van slechtste leerling van de klas in de Europese Unie - aan banden legt. In plaats van dat te vieren, wijst de ernstige minister naar een schilderij in zijn kantoor waarop een dode man staat afgebeeld die wordt opgegeten door een gier. “Dit laat ik graag zien aan andere ministers die op bezoek komen”, zegt hij. “Ik vertel hun dat ik deze man ben.” Papadopoulos betwijfelt of het Griekse volk de discipline van een verantwoordelijk lidmaatschap van de EU kan opbrengen. Hij heeft weliswaar het begrotingstekort van 14,2 procent van het bruto binnenlands produkt in 1993 teruggebracht naar 9,2 procent in het afgelopen jaar, maar hij waarschuwt andere ministers het volk voor te bereiden op nieuwe, ingrijpende beperkingen van de uitgaven. Anders, zo zei hij onlangs, zullen de burgers hem in november, wanneer hij de begroting voor 1997 bekend maakt, naar het Syntagmaplein in het centrum van Athene slepen en hem daar aanvallen.

De waarschuwing illustreert een gevaarlijk dilemma voor Griekenland. Het land heeft een stap gezet op weg naar fiscale discipline, waardoor het een beter EU-lid moet worden. Niet alleen het begrotingstekort, maar ook de inflatie is teruggebracht, tot 9,3 procent in het afgelopen jaar vergeleken met bijna 20 procent in 1990. De economische groei zal naar verwachting dit en volgend jaar boven de twee procent blijven. Maar de doorsnee Grieken voelen nog niet de pijn van echte soberheid. Zodra dit wel het geval is, zal het voor de regering waarschijnlijk moeilijk worden afscheid te nemen van de jaren van wangedrag, met hun grote publieke uitgaven en regionale subsidies van de EU die thans ongeveer 3,5 procent van het BBP uitmaken. Iedere misstap zal bovendien de overige EU-partners minder gevoelig maken voor de Griekse waarschuwingen al te vriendelijk te zijn voor Turkije, Griekenlands aartsvijand.

Vandaar dat de Griekse politici tegenwoordig openlijk praten over hoe de opgeblazen publieke sector de economie lamlegt. Deze vertoonde slechts een groei van gemiddeld één procent per jaar vanaf 1990 tot 1995. “Ondanks alle eisen en beloften bleef de economie stagneren”, zegt Giannos Papantoniou, de Griekse minister van Economische Zaken. “We realiseren ons dat zolang we niet breken met het verleden, er in de toekomst weinig zal veranderen.”

Het conflict tussen verleden en toekomst is zeer duidelijk te zien bij Delta Dairy SA, een particulier bedrijf dat heeft ondervonden hoe inefficiënt overheidsbedrijven kunnen functioneren. Medewerkers van Delta laten in een voorstad ten zuidwesten van Athene vol trots de computerruimte van het bedrijf zien. Via vier centrale computers en talrijke terminals kan Delta van minuut tot minuut de distributie van melk, yoghurt en ijs door heel Griekenland bijhouden en snel ingrijpen als er iets fout gaat. Verloren tijd kan namelijk bederf betekenen.

Toen Delta echter twee jaar geleden een nieuwe yoghurtfabriek liet bouwen in het noordelijke industriegebied van Athene, kwam het bedrijf erachter dat de computers niet aangesloten konden worden op die van het hoofdgebouw aan de andere kant van de stad. “Dit is een industriezone, maar het lijkt erop dat de regering dit niet wist en zodoende zijn er geen informatiekabels”, zegt Costis Nicolaidis, financieel manager van Delta. “Om de nieuwe kabels te installeren rukt de telefoonmaatschappij de bestaande kabels (in de gehele omtrek) uit de grond, waardoor we zonder telefoonverbinding zitten.”

Delta heeft dit probleem opgelost door een directe verbinding te huren, uiteraard van de staatstelefoonmaatschappij, de Helleense Telecommunicatie Organisatie (OTE). Het bedrijf overweegt tevens om 40 miljoen drachme (31 miljoen gulden) uit te geven voor de aanleg van een privé-verbinding. “We hebben inmiddels veel knowhow gekregen hoe we infrastructurele problemen kunnen oplossen”, aldus Nicolaidis.

Griekenland heeft nu echter de kans om de inefficiënte publieke sector aan te pakken. Dit als gevolg van een wisseling van de wacht binnen de heersende socialistische partij, de Panhelleense Socialistische Beweging, ofwel Pasok. De socialist Costas Simitis werd in januari minister-president toen door ziekte een einde kwam aan de heerschappij van de oprichter van Pasok, de linkse nationalist Andreas Papandreou, wiens economisch beleid voornamelijk gericht was op het royaal uitdelen uit de staatskas.

Simitis, een in Duitsland en Engeland geschoold econoom en advocaat, verliet ooit het Griekse kabinet omdat hij het niet eens was met Papandreou's ongecontroleerde uitgaven. Hij kreeg een mandaat om de economie te hervormen, toen hij tijdens een partijcongres afgelopen maand na de dood van Papandreou de leiding van Pasok overnam.

Simitis' belangrijkste taak is de Griekse economie op de rails te krijgen. Hij wil het overheidstekort terugbrengen met ongeveer twee procent van het bbp per jaar, ongeveer 500 miljard drachme (2,1 miljard dollar). Zijn doel: zijn land in staat stellen te voldoen aan de strenge criteria inzake de overheidsuitgaven om toe te treden tot de Europese monetaire unie in 1998 - een jaar na de oorspronkelijke streefdatum die de leiders van de EU in het Verdrag van Maastricht hadden vastgesteld.

Dit is misschien te hoog gegrepen voor een land waarvan de munteenheid nog nooit in aanmerking is gekomen voor deelneming aan het Europese wisselkoerssysteem. Simitis' inspanningen zijn gericht op het winnen van het vertrouwen van enkele van 's werelds grootste sceptici, internationale investeerders. Drie dagen na zijn overwinning op het partijcongres stroomde ongeveer een miljard dollar aan buitenlands kapitaal het land binnen.

Simitis' machtsovername leidde tevens tot de meest conctructieve relatie tussen Griekenland en de EU sinds jaren. Dit is voor een groot deel te danken aan Simitis' streven naar consensus - een welkome afwisseling na Papandreou, wiens trotse patriottisme vaak grensde aan een anti-Europese houding.

“Dit is een nieuw tijdperk voor onze partij en hopelijk ook voor Griekenland”, zegt de Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Theodoros Pangalos, terwijl hij een ochtendsigaar opsteekt na een ontbijt met zijn Ierse collega Dick Spring, wiens land dit halfjaar voorzitter van de EU is. Deze ontmoeting afgelopen maand leidde tot een verbetering van de Griekse verhouding met zijn Europese partners. Athene besloot zijn veto op een 4,7 miljard ecu (9,8 miljard gulden) kostend hulpprogramma voor het Middellandse-Zeegebied op te heffen. Griekenland had het program geblokkeerd omdat een deel van het geld bestemd was voor Turkije. “Voor het eerst verwachten we in dit land een normaal politiek leven”, aldus Pangalos.

Veel diplomaten van EU-landen delen die verwachting. In andere Europese hoofdsteden heeft men zelfs het gevoel dat Griekenland binnen de Unie van eeuwige scharrelaar bijna veranderd is in een voorbeeldig EU-lid. “Ze zijn op de goede weg”, verklaart een diplomaat in Brussel.

De belofte van een Griekse renaissance gaat echter gepaard met een waarschuwing. Het probleem is dat bijna alle economische vooruitgang tot nu toe terug te voeren is op het anti-inflatiebeleid van de centrale bank en de verbeteringen die de regering bij de belastinginning heeft doorgevoerd. Accountants die de boekhouding van de sociale verzekeringsfondsen controleerden, ontdekten vorig jaar opeens extra inkomsten tot het schokkende totaal van een procent van het bbp, of ongeveer 260 miljard drachmen (1.6 miljard dollar).

Dit soort meevallers is uiteraard niet in staat alle economische problemen in Griekenland op te lossen. De inflatie bijvoorbeeld neemt weliswaar af, maar de consumentenprijzen stijgen nog steeds driemaal zo snel als gemiddeld in de EU. Neem bijvoorbeeld Kostas Vasiliades, een 22-jarige student civiele techniek, die met moeite de eindjes aan elkaar kan knopen. Twee jaar geleden had hij voor zijn dagelijkse eten 2.000 drachmen nodig, nu 3.500 drachmen. Om dit verschil te kunnen betalen werkt hij in de weekeinden 12 uur per dag op een reisbureau. “Ik eet nog steeds in een kantine voor studenten”, zegt hij met een vertrokken gezicht. “Je weet hoe slecht het eten daar is.”

Om de inflatie en de tekorten verder terug te brengen moet de regering nog meer pijnlijke maatregelen treffen. “Vooruitgang werd tot nu toe alleen geboekt aan de kant van de inkomsten, niet aan die van de uitgaven”, aldus Mike Harris, een Londense analist die voor Merrill Lynch International de Griekse economie volgt. “Er zullen nog bergen werk verzet moeten worden, en dat betekent dat er moeilijke jaren in het verschiet liggen.”

Dit betekent onvermijdelijk dat de socialistische regering haar primaire machtsbasis moet aanpakken, de publieke sector. Tijdens de regering-Papandreou, gedurende de jaren '80 en '90, nam de rol van de regering in de economie door nationalisaties en patronage aanzienlijk toe. Thans is naar schatting zestig procent van de economie - van het staatssymbool Olympic Airways tot banken en scheepswerven - in handen van de Griekse staat. Veel mensen in deze bedrijven hebben hun positie te danken aan welwillende socialistische partijleden. Dit maakt het voor de huidige regering lastig kosten te drukken en kapitaal te verkrijgen door de verkoop van aandelen in staatsbedrijven.

De eerste akte van het gevecht van de regering om de publieke sector te saneren betreft de staatstelefoonmaatschappij. Eerder dit jaar begon de regering met de langverwachte privatisering door het afstaan van zes procent van de Helleense Telecommunicatie Organisatie, beter bekand als OTE. Ondanks een drie jaar durende voorbereiding werd de aandelenverkoop 4,5 maal overtekend. De verkoop leverde de regering 96 miljard drachmen op.

Minister Papantoniou van Economische Zaken verklaart dat de regering OTE als voorbeeld gaat gebruiken voor de verkoop van kleinere belangen in andere staatsbedrijven. Oliemaatschappij Public Petroleum Corp. wordt de volgende, daarna komen de Bank van Kreta en de Bank van Centraal Griekenland aan de beurt. Andere privatiseringen zullen waarschijnlijk volgen. Papantoniou voorspelt dat deze verkopen tegen oktober 1997 zo'n 500 miljoen gulden hebben opgebracht - net op tijd voor de nieuwe nationale verkiezingen.

De regering gebruikt ook andere tactieken bij de aanpak van de publieke sector. Om het aantal mensen op de loonlijst van de staat te beperken zonder de woede van de socialistische aanhang te wekken stelt de regering voor om voor iedere drie ambtenaren die vertrekken slechts één nieuwe in dienst te nemen. Ze wil tevens beter gebruik maken van het geld afkomstig van de Europese regionale hulpprogramma's, waarvan een deel ongebruikt blijft als gevolg van slechte organisatie. Papantoniou heeft een team van honderd mensen opdracht gegeven het geld op een betere manier te besteden.

Deze maatregelen, hoe uitdagend ook voor Pasok, lijken veel te bescheiden om Simitis' doel te halen, deelneming aan de Monetaire Unie vlak na de geplande startdatum van 1 januari 1999. De ministers van Financiën van de EU-landen lieten Griekenland onlangs weten dat voor dit doel 'een veel ambitieuzere begroting voor 1997 vereist is' dan de afgelopen jaren ooit werd vastgesteld.

Het grootste obstakel voor Griekenland om een fiscaal meer verantwoordelijk - en binnen de grote EU-lijn passend - land te worden, vormt wellicht zijn antagonistische verhouding tot Turkije. Als er iets is dat de Grieken, van ministers tot arbeiders, verbindt, dan is het wel de gedachte dat door de Turkse territoriale aanspraken in de Egeïsche Zee elk moment oorlog kan uitbreken. Het gevaarlijkste moment was afgelopen januari tijdens een geschil over een onbewoond eiland. “We verkeren in een halve-oorlogssituatie”, aldus minister van Buitenlandse Zaken Pangalos.

Volgens de Griekse regering vlogen Turkse militaire vliegtuigen 407 keer over Grieks grondgebied gedurende de eerste zes maanden van dit jaar. In heel 1995 gebeurde dat 73 keer en in de late jaren '80 en vroege jaren '90 ongeveer 20 keer per jaar. “Dit soort provocaties kan leiden tot incidenten die snel uit de hand lopen”, waarschuwt minister van Defensie Gerassimos Arsenis.

De Grieken zijn geërgerd dat hun EU-partners deze bedreigingen niet serieus nemen omdat die al te gretig toegang willen krijgen tot de groeiende Turkse markt. “De doorsnee Griek ziet dit en begrijpt niet wat er aan de hand is”, zegt Peter Mitroupoulos, ober in café Ithaka in het centrum van Athene. “Ze zien dat de EU en de Verenigde Staten Turkije onbelemmerd zijn gang laten gaan. Dit is niet goed voor Griekenland en ook niet voor de EU.”

Het Turkse probleem kan de aanzienlijke publieke steun voor de EU in gevaar brengen. De Grieken behoren tot de meest enthousiaste Europeanen. Recent onderzoek toont aan dat 72 procent van het Griekse volk gelooft dat het land baat heeft gehad bij het lidmaatschap van de EU. Dit ligt ver boven het gemiddelde van 44 procent dat geldt voor de hele EU.

De spanningen rond de Egeïsche Zee kunnen ook de pogingen van de Griekse regering ondermijnen om de uitgaven te beperken. De Griekse angst voor een dreigende oorlog was voor het ministerie van Defensie aanleiding tot voorstellen om de bewapening flink uit te breiden. Over het precieze plan wordt binnen de regering nog vurig gedebatteerd voor de bekendmaking ervan later deze maand. Het ministerie van Defensie wil naar verluidt tien miljard dollar extra voor bewapening gedurende de komende vijf jaar. Dit komt nog bovenop het jaarlijkse defensiebudget van ongeveer vijf miljard dollar. Dit staat gelijk aan 4,6 procent van het bbp, of tweemaal het gemiddelde van Europese NAVO-leden volgens het Londense International Institute for Strategic Studies.

“Het is een ramp”, zegt Pangalos, die zelden een blad voor de mond neemt. “Het betekent dat we ons plan om tot de Monetaire Unie toe te treden tot na het jaar 2000 moeten uitstellen.”

Copyright: The Wall Street Journal.

Vertaling: Marlous van der Jagt.