Egyptische professor moet scheiden om islam

AMSTERDAM, 6 AUG. Professor Nasr Hamed Abu Zeid was gisteren in shock en niet in staat één woord uit te brengen. Hij had in Leiden net van zijn vrouw te horen gekregen dat de hoogste juridische instantie van Egypte, het Hof van Cassatie, hem in het ongelijk had gesteld.

Het Hof bevestigde gisterochtend in hoger beroep het vonnis van een lagere rechtbank van vorig jaar juni dat Abu Zeid de islam afvallig was geworden en dus moest scheiden van zijn vrouw.

Aangezien Abu Zeid gelukkig getrouwd is en zijn vrouw, Ibtihal Younis, die Frans doceerde aan de Universiteit van Kairo, er niet over peinst om van hem weg te gaan, besloten beiden hun land te ontvluchten. Na het vonnis was het daar te gevaarlijk geworden. “Ik kon alleen nog maar onder zware politiebescherming college geven”, vertelde Abu Zeid onlangs. “Dat is een onmogelijke situatie. Dan verlies je het contact met je studenten.” Dankbaar maakte hij gebruik van het aanbod van de universiteit van Leiden om daar zijn werk voort te zetten.

De 53-jarige Nasr Hamed Abu Zeid is docent in de Arabische letteren aan de Universiteit van Kairo. Met linguistische middelen toont hij aan dat men de Koran anders kan interpreteren dan de traditie aangeeft. Hij is niet de eerste die dat probeert.

Saïd Ishmawi, een voormalige opperrechter, ging hem voor. Deze vrijgezel leidt, beschermd door politiemannen met walkie-talkies, een kluizenaarsbestaan in een flat in Kairo. Rechter Ishmawi en nog een paar mensen, die op de vingers van één hand zijn te tellen, willen met een nieuwe uitleg de islam aan het moderne leven aanpassen.

Zij stellen bijvoorbeeld dat de profeet Mohammed regels vastlegde om het leven van slaven te verbeteren. “Nu accepteert iedereen dat slavernij in de tijd van de profeet paste, maar in deze tijd niet meer. Het afschaffen van de slavernij is niet in strijd met Gods wetten, ook al heeft de Koran het erover. Hetzelfde geldt voor andere zaken, die met het verstrijken van de tijd anders worden beoordeeld”, aldus Abu Zeid.

Deze liberaal gezinde voorvechters van een nieuwe Koran-uitleg lopen grote risico's, omdat hun stellingen altijd door de fundamentalisten als ketterse afwijkingen worden bestempeld. Toen Abu Zeid ook nog publiekelijk ertegen protesteerde dat zijn ideologische vijanden hem een promotie op de universiteit onthielden, was het tijdstip aangebroken om met hem en de zijnen eens goed af te rekenen.

Pagina 4: Islam moet beschermd tegen 'verderf'

De tegenstanders van de Egyptische professor Abu Zeid maken gebruik van de hisba - de verplichting om de islamitische samenleving tegen haar vijanden te verdedigen. Deze praktijk is de afgelopen jaren in diverse moslim-landen sterk gegroeid. Radicaal gezinde fundamentalisten gebruiken de hisba om hun wat minder gelovige landgenoten het leven zuur te maken. In Egypte bijvoorbeeld overspoelden leden van de vakbond van advocaten, die in handen is van de fundamentalisten, de rechtbanken met honderden hisba-klachten.

In dergelijke zaken hoeven de klagers niet aan te tonen dat zij zelf belanghebbenden zijn. Zij handelen uitsluitend op grond van het algemeen islamitische belang en kunnen dat omdat de islam zowel godsdienst als geloofsgemeenschap is. Beide moeten zich beschermen tegen het verderf van binnen en buiten, dat voortdurend op de loer ligt.

De islam beschouwt zichzelf niet alleen als de ultieme, maar ook als de laatste van Gods openbaringen. Dat betekent dat de aanhangers van andere monotheïstische godsdiensten “van het Boek” (joden en christenen, en in Iran ook nog de zoroastriërs) getolereerd worden. Zij mogen zich te allen tijde tot de islam bekeren. Wie echter eenmaal moslim is, mag volgens de shari'a (de islamitische wet) niet tot een andere godsdienst overgaan. Dat is geloofsafval, waarop - precies zoals bij landverraad - de doodstraf staat. En aangezien, eveneens volgens de shari'a, niet-moslims (dus ook zij die van het geloof zijn afgevallen) nooit met moslim-vrouwen mogen trouwen, kregen Abu Zeid en zijn vrouw van de rechtbank een echtscheidingsbevel, nadat de rechtbank bewezen had geacht dat Abu Zeid van zijn geloof was afgevallen.

Het was een geruchtmakend vonnis en zelfs in orthodox-islamitische kring omstreden. De als liberaal bekend staande mufti van Egypte, sjeik Tantawi (die nu rector is van de Al Azhar-universiteit, het bolwerk bij uitstek van de fundamentalisten), uitte zelfs verholen kritiek op de uitspraak. De shari'a stelt namelijk ook dat de aangeklaagde gehoord moet worden en zelf zijn geloofsafval moet toegeven. Dat heeft Abu Zeid nooit gedaan. Hij houdt in tegendeel vol dat hij een goede moslim is.

Maar trots als hij is, weigerde hij het advies van zijn advocaten op te volgen om in het openbaar de geloofsbelijdenis uit te spreken, dat hij in God en Zijn profeet Mohammed gelooft. Hij vindt dat hij - in overeenstemming met de Koran - zelfstandig zijn ideeën mag ontwikkelen en een wetenschappelijke analyse geven van de taal van de Koran. Naar zijn mening zijn het juist de fundamentalisten die de Koran uit zijn context halen, waarbij zij ook nog feitelijke fouten maken. In deze strijd tussen een conservatieve en een liberale islam, waarin de Egyptische overheid eigenlijk geen partij wil kiezen, komt het vonnis tegen Abu Zeid buitengewoon ongelegen. Weliswaar geeft de overheid op zeer veel gebieden toe aan de fundamentalisten, die bij voorbeeld op de televisie en op de scholen alle gelegenheid krijgen hun ideeën te verspreiden. Want de overheid is als de dood zo bang voor beschuldigingen dat zij zich anti-islamitisch opstelt. Maar tegelijkertijd streeft zij ernaar Egypte te moderniseren - wat goede betrekkingen inhoudt met het geïndustrialiseerde en bepaald niet erg gelovige Westen. Bovendien is de overheid verwikkeld in een bloedige oorlog met radicaal-islamitische groepen, en wil zij geen legitimiteit verschaffen aan de fundamentalisten, die met vele doelstellingen van deze gewelddadige groepen sympathiseren.

Daarom werd het hoger beroep van Abu Zeid voor het Hof van Cassatie door de staat gesteund. En op 29 januari van dit jaar nam het parlement, op aandrang van de regering, een wet aan waarbij enerzijds - tot grote woede van de intellectuelen - de hisba werd gehandhaafd. Maar anderzijds, zo bepaalde de wet, kon alleen de openbare aanklager voortaan bepalen of een door een individu ingediende hisba-klacht inderdaad door een rechtbank behandeld zou worden. De wet was in eerste instantie bedoeld om paal en perk te stellen aan de stroom van hisba-klachten tegen boeken en films die volgens de klagers verboden moesten worden. Maar zij was ook van toepassing op aanklachten als die tegen Abu Zeid.

Ten overvloede aanvaardde het parlement op 22 juni een amendement op de wet die de procedures in het civiele recht regelt. Daarbij werd “elke juridische actie afgewezen van een persoon die geen direct en persoonlijk belang bij de aanhangig gemaakte zaak heeft”. Volgens een van de advocaten van Abu Zeid had de wet terugwerkende kracht en was zij van toepassing op alle bestaande processen. Dat zou nietig-verklaring van het vonnis tegen Abu Zeid betekenen.

Groot was dan ook de verbijstering - in Leiden, maar ook in Kairo bij de vrienden van Abu Zeid en bij de mensen die van Egypte een vrij en modern land willen maken - toen het Hof van Cassatie gisteren zijn oordeel bekendmaakte, vooralsnog zonder inhoudelijke argumenten. Kennelijk had het hof de nieuwe wetgeving genegeerd dat een echtscheidingseis die niet afkomstig is van een van de huwelijkspartners, eerst door de aanklager op zijn merites moet worden onderzocht.

Abu Zeids vrienden zijn het erover eens dat hij en zijn vrouw niet meer naar Egypte terug kunnen. “Op het hoogste juridische niveau is nu vastgesteld dat hij een geloofsafvallige is en dat zij onwettig met hem samenleeft. Dat opent voor de extremisten de legale weg om beiden te doden, zonder dat de moordenaars daarvoor bestraft kunnen worden. Zelfs in Nederland lopen ze gevaar.”

Ibtihal Younis was gisteren ten einde raad. De advocaten van haar man hebben als laatste mogelijkheid, zo vertelde ze, om de rechters die het vonnis van gisteren hebben geveld, te beschuldigen van vooringenomenheid. Maar dat kan alleen gebeuren voor een andere kamer van hetzelfde Hof van Cassatie. “En ons probleem is dat wij die beschuldiging moeten bewijzen.”

Mohammed Seneida, één van de groep advocaten die de klacht tegen Abu Zeid had ingediend, liet weten dat hij een nieuw proces zal aanspannen, ditmaal met de eis om alle werken van Abu Zeid uit de handel te halen. En een andere fundamentalistische advocaat zei tevreden: “Het vonnis zal de mond snoeren van al die mensen die de vrijheid van meningsuiting en de media misbruiken om de islam aan te vallen. Dit vonnis heeft de islam beschermd.”