Dole belooft VS grote belastingverlaging; Presidentskandidaat wil campagne nieuw leven inblazen

WASHINGTON, 6 AUG. De Republikeinse presidentskandidaat Bob Dole heeft de Amerikaanse kiezers gisteren een drastische verlaging van de belastingen beloofd als hij op 5 november de verkiezingen wint. Dole maakte in een toespraak in Chicago zijn economische programma bekend, waarvan de belastingverlichting van in totaal 548 miljard dollar over zes jaar het hart vormt.

Dole voorspelt dat de lagere belastingdruk zal leiden tot een grotere economische groei, die vervolgens de verminderde belastinginkomsten van de overheid weer gedeeltelijk zal goedmaken.

Het belastingplan markeert de bekering van Dole tot de economische theorie waarmee Ronald Reagan in 1980 het presidentschap won. Tot nog toe was Dole een tegenstander van wat wel Reaganomics werd genoemd, omdat niet alleen de groei erdoor werd gestimuleerd, maar tegelijkertijd het begrotingstekort werd opgestuwd. Al sinds hij in 1960 zijn entree maakte in de landelijke politiek pleit Dole voor een begroting die in evenwicht is.

Maar sinds gisteren betoogt de Republikeinse kandidaat dat terugdringing van het begrotingstekort goed kan samengaan met een ingrijpende verlaging van de belastingen. “Het kan gebeuren en het zal gebeuren. Het is alleen een kwestie van presidentiële wil”. Hij beloofde te zullen vasthouden aan de Republikeinse verkiezingsbelofte om het tekort voor 2003 weg te werken. Een amendement bij de grondwet moet nieuwe begrotingstekorten verbieden.

Met zijn belofte van lagere belastingen, en later deze week de bekendmaking van zijn kandidaat voor het vice-presidentschap, hoopt Dole zijn kwakkelende campagne eindelijk een impuls te geven. Zelfs in eigen, Republikeinse gelederen is het enthousiasme voor zijn kandidatuur nogal lauw, terwijl volgende week maandag in San Diego al de conventie van de Republikeinse partij begint, waarop Dole officieel als kandidaat genomineerd zal worden.

Doles belastingplan voorziet in een verlaging van alle tarieven van de inkomstenbelasting met vijftien procent - het laagste tarief van vijftien procent komt daarmee uit op 12,75 procent, het hoogste tarief van 39,6 op 33,66 procent. De belasting op vermogensgroei wil hij halveren (van 28 naar 14 procent). Ouders krijgen voor ieder kind een belastingteruggave van 500 dollar. Verder zou de hele belastingwet op den duur vervangen moeten worden door een eenvoudiger systeem. De belastingdienst zou drastisch ingekrompen moeten worden. En door een ander systeem van belastinginhouding zouden veertig miljoen Amerikanen voortaan geen aangifteformulier meer hoeven invullen.

Dole heeft zich laten inspireren door de uitgever en miljardair Steve Forbes, die dit voorjaar in de Republikeinse voorverkiezingen korte tijd veel succes had met zijn pleidooi voor één universeel belastingtarief. Forbes' plotselinge opkomst gaf de aanhangers van de school van de supply-side economics (die belastingverlaging bepleiten als middel tot economische groei, het scheppen van banen en meer belastinginkomsten) voor het eerst sinds het einde van het tijdperk-Reagan weer een belangrijke plaats binnen de Republikeinse partij.

Het Witte Huis deed gisteren het plan onmiddellijk af als een noodsprong van Dole, die niet te rijmen valt met terugdringing van het begrotingstekort. Maar ook in Doles eigen partij waren enige bezwaren te horen. “Het is te vroeg voor Kerstmis”, was de kop boven een paginagrote advertentie in The New York Times van zondag, waarmee een aantal principiële vijanden van begrotingstekorten het plan al bijvoorbaat aanviel. Onder andere de voormalige senator Warren Rudman en voormalig minister van handel Peter Peterson, beide Republikeinen, ondertekenden het pamflet. Hun waarschuwing: “Laten de jaren tachtig een les zijn. Grote belastingverlagingen betalen zich zelf niet terug: pas op voor rooskleurige scenario's en technische voodoo”. Dat laatste is een verwijzing naar de term waarmee George Bush tijdens de voorverkiezingen van 1980 de ideeën van zijn rivaal Reagan bespotte: voodoo economics.

Reagan voorspelde indertijd dat zijn belastingverlagingen via een toename van de economische groei uiteindelijk een vijfde van de inkomensderving van de overheid zouden goedmaken. Dole gaat verder en rekent op een “inverdieneffect” dat een vierde van de kosten goedmaakt. Verder zal hij de belastingverlaging “betalen” uit een afslanking van het overheidsapparaat (zoals afschaffing van de ministeries van handel en van energie) en nog nader te bepalen bezuinigingen op uitgaven.

Dole benadrukte dat zijn plan een brede economische hervorming beoogt, niet alleen door belastingverlaging maar ook door bijvoorbeeld de mogelijkheden te beperken om hoge schadevergoedingen te eisen voor allerlei kleinigheden voor de rechter. Bovendien is het plan gericht op àlle werkende Amerikanen, aldus Dole, en in het bijzonder de middenklasse die “is komen klem te zitten tussen hoge belastingen en een trage economische groei”. Dole probeert zo de grote groep Amerikanen aan te spreken die de afgelopen jaren nauwelijks geprofiteerd hebben van het gunstige economische klimaat en die ongerust zijn over hun economische toekomst en hun banen. De opmerkelijke situatie doet zich voor dat Dole deze traditioneel Democratische groep het hof maakt, terwijl Clinton zich opwerpt als de kampioen van Wall Street: pleitbezorger van een voorzichtig economisch beleid, gedisciplineerde terugdringing van het begrotingstekort en in toom houden van de inflatie. Clinton kan bovendien wijzen op een lage werkloosheid (5,4 procent) en een aantrekkende economische groei (4,2 porcent over het tweede kwartaal van dit jaar).

Hoewel de onvrede van Amerikanen over hun belastingsysteem en over de hoogte van de belastingen doorgaans groter is dan in veel andere Westerse landen, is nog niet te zeggen hoe de kiezers zullen reageren op Dole's plan. Nadat George Bush in zijn verkiezingscampagne in 1988 beloofde de belastingen niet te verhogen (“Read my lips”) en het toch deed, en nadat Bill Clinton de middenklasse in 1992 een belastingverlaging beloofde die uitpakte als een verhoging, heeft een nieuwe belofte misschien iets van zijn glans verloren. Volgens een recent opinie-onderzoek van de The Wall Street Journal en NBC zouden 70 procent van de Amerikanen een belofte van 15 procent belastingverlaging zien als een verkiezingsstunt, en niet als serieus voorstel. Vorig jaar, toen Dole al stuitte op het beperkte enthousiasme van de Republikeinse achterban, zei hij: “Als jullie een Ronald Reagan willen, dan zal ik een Ronald Reagan zijn”. Gisteren zei hij:“Ik zal de klus afmaken die Reagan zo briljant begonnen is”. Anders dan Reagan beschikt Dole echter niet over grote retorische gaven. En anders dan Reagan heeft hij niet alleen een Democratische tegenstander, maar ook nog een onafhankelijke kandidaat, hoogst waarschijnlijk Ross Perot. Perot zorgde er vier jaar geleden voor dat terugdringing van het begrotingstekort hoog op de politieke agenda kwam en hij waarschuwt nog regelmatig voor “gratis snoep” in verkiezingstijd.

De Amerikaanse media hebben aan Dole's plan, waarvan in het weekeinde al veel was uitgelekt, de afgelopen dagen intensief aandacht geschonken, zij het wel met nogal wat scepsis bij commentatoren en economen. Zo nu en dan wordt ook weer een greep gedaan uit de oude moppentrommel van de jaren tachtig, vooral in verband met Dole's aanname van een forse economische groei: 'Hoe komt een econoom uit een diepe kuil? Hij neemt aan dat er een ladder is...'