De kerk en de dichtkunst

Octavio Paz: Sor Juana or The Traps of Faith. Transl. by Margaret Sayers Peden. Uitg. Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts

Mexicaanse literaire en intellectuele kringen zijn in rep en roer. Een zeventiende-eeuwse dichteres doet de kerk de oorlog verklaren aan een hedendaagse auteur. De aartsbisschop van Mexico heeft - tijdens een ceremonie in de kathedraal van de hoofdstad - aangekondigd een offensief te beginnen om 'met argumenten en niet met beledigingen' het 'valse' beeld te weerleggen dat Nobelprijswinnaar Octavio Paz in zijn essay 'Sor Juana of de Valkuilen van het Geloof' zowel van de kerkelijke hiërarchie als van Sor Juana Inés de la Cruz geeft.

Sinds de herdenking van haar driehonderdste sterfdag vorig jaar, bereikte de cultus rond deze non en dichteres een hoogtepunt. Haar graf en geboortedorp werden trekpleisters voor 'sorjuanisten', de vrouwenbeweging maakte zich van haar geschiedenis meester, haar beeltenis verscheen op het 1.000-peso biljet, films en toneelstukken onthulden haar liefdesleven, ze werd een onuitputtelijke bron voor essayisten en critici, die niet meer ophouden hun visies in boekwerken te bundelen - en nog steeds is het laatste woord niet over haar gezegd.

Want wie was Juana Inés de la Cruz? Afgezien van haar literaire oeuvre, is haar levensgeschiedenis door raadselen omgeven.

Juana werd geboren aan de voet van de vulkaan. Ze was mooi en arm. Ze gaf al vroeg blijk van haar intelligentie en talent. Ze wilde zich als man verkleden en een zwaard dragen om tot de universiteit door te dringen. Ze vertrok naar Mexico-Stad, centrum van de Spaanse koloniale cultuur. Ze werd de favoriet van de onderkoningin en leefde enkele jaren aan het hof, door velen bewonderd en gefêteerd.

Van de ene op de andere dag gaf ze dit alles op en trok zich terug in het klooster. Ze veranderde haar cel in een studio, werkkamer, atelier, laboratorium en literaire salon. Het klooster werd voor haar een ontmoetingsplaats van intellectuelen. Ze schreef liefdesgedichten, komedies, essays en een autobiografische verdediging, waaruit ze naar voren komt als een feministe avant la lettre.

Ze werd beroemd, zag haar poëzie gepubliceerd en haar stukken gespeeld in het Spaanse taalgebied, dat de helft van de toenmalige wereld omvatte. Toen gaf ze plotseling alles op, herriep haar werk, zette geen letter meer op papier en stierf twee jaar later tijdens een pestepidemie.

Ze liet haar bewonderaars met precaire vragen zitten.

Wat mocht haar bewogen hebben het frivole leven aan het hof voor het klooster te ruilen? Wat deed haar ten slotte besluiten haar schrijven op te geven?

Nadat haar werk lange tijd in vergetelheid was geraakt, prikkelde Octavio Paz met zijn uitgebreide en gewraakte essay over de zeventiende-eeuwse dichteres opnieuw de belangstelling. Sor Juana komt uit zijn boek niet naar voren als een non die uit roeping de bruid van Christus werd, maar als een gepassioneerde vrouw die om haar schrijverschap te beschermen en haar zelfstandigheid te waarborgen in het klooster trok. Haar gedichten bleven erotisch geladen, haar toneelstukken vol ironie, ze kwam op voor vrouwen, laakte de mannen, begaf zich buiten de betreden paden, overschreed de grenzen van het toegestane - ze balanceerde op de grens van ketterij. Paz beschrijft hoe een conflict met de kerkelijke hiërarchie niet kon uitblijven. Haar biechtvader Antonio Núñez de Miranda nam haar werk onder de loep. Hij was censor van de Inquisitie, behoeder van de doctrine. Hij voelde zich naar alle waarschijnlijkheid geprikkeld en geshockeerd door de houding, de gedichten, de intellectuele nieuwsgierigheid en het strijdbare feminisme van Sor Juana. Als klerk van het Heilige Officie diende hij haar onder druk te zetten of angst in te boezemen, zo niet voor God dan toch voor de kerk.

Vrouwenhaat, afgunst en bekrompenheid noodzaakten Sor Juana te zwichten. Ze kwam 'tot inkeer'. Ze verkocht haar bibliotheek ten bate van de armen. “Eén van de grootste Latijns-Amerikaanse dichters zou voortaan zwijgen”, zegt Paz en noemt deze triomf van de kerk een bittere nederlaag voor de literatuur.

'Verzinsels', meent de aartsbisschop. Dat Juana niet uit roeping in het klooster ging, noemt hij 'een mythe', evenals de door Paz gesuggereerde vervolging en het feit dat de kerk haar het zwijgen zou hebben opgelegd.

De aartsbisschop veegt de vloer aan met de stellingen van Paz en houdt hem voor onwetend in zaken van het geloof. Zijn boek zou bol staan van leugens en tegenstrijdigheden. En dan de films en toneelstukken! “In de een verlaagt Sor Juana zich in een liefdesrelatie met de onderkoningin, in een ander danst ze rock and roll. Al deze dingen zijn uitvindingen van een zieke geest...”

Volgens het weekblad Proceso zal de aartsbisschop zijn steun geven aan een campagne van katholieke intellectuelen tegen Paz.

De geschiedenis herhaalt zich. De opstandige geest van Sor Juana is uit de fles. De kerk komt bij monde van de aartsbisschop opnieuw in actie om die te bedwingen. De hoge priester begrijpt niet dat het de revolte is die in deze vrouw zo mateloos intrigeert en inspireert. Bovendien moet men van zeer goeden huize zijn om het betoog van Octavio Paz te ondergraven. Wellicht zou de kerk geleerd kunnen hebben dat ze zich niet met schrijvers dient te bemoeien.

Voorlopig wachten we af. Het lot van Juana is onvoorspelbaar.

Het conflict lijkt er slechts toe bij te dragen dat het mysterie rond haar wordt vergroot en dat ze boven het tumult uitrijst als de vulkaan, aan de voet waarvan ze werd geboren en die met alleen een kleine, in de strak blauwe hemel vernevelende rookpluim zijn magische geweld doet vermoeden.

    • Rense Royaards