Brussel dreigt met maatregelen tegen antiterreurwet VS

BRUSSEL / WASHINGTON, 6 AUG. De Europese Unie dreigt met tegenmaatregelen nu de Amerikaanse president, Bill Clinton, gisteren een nieuwe wet heeft getekend die niet-Amerikaanse bedrijven straft die investeren in de olie- en gassector van Libië of Iran.

“De Europese Unie heeft al gezegd dat zij haar rechten en belangen zal verdedigen als die door deze wetgeving in gevaar komen”, aldus Sir Leon Brittan, Europees commissaris verantwoordelijk voor handel.

Ook Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland hebben de zogeheten d'Amato-wet veroordeeld. “We kunnen niet accepteren dat de Verenigde Staten hun partners met dreiging van straffen onder druk zet om strafmaatregelen te nemen,” aldus het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Dreigen met extraterritoriale sancties tegen Europese bedrijven die in deze landen investeren is niet de juiste weg”, zei ook de Duitse minister van Economische Zaken, Günter Rexrodt. Een woordvoerder van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken zei dat de eventuele schade die de Amerikaanse wet toebrengt aan Franse belangen “niet zonder antwoord zal blijven”. De Europese Unie haalt ongeveer eenvijfde van haar olie uit Iran en Libië.

Clinton verwierp de Europese bezwaren gisteren met kracht. Hij noemde Libië en Iran “de gevaarlijkste steunpilaren van terrorisme ter wereld”. Hij ondertekende de omstreden wet in aanwezigheid van nabestaanden van slachtoffers van de vliegramp in 1988 boven het Schotse Lockerbie, die veroorzaakt is door Libische terroristen. De wet, genoemd naar senator Alfonse d'Amato, legt sancties op aan niet-Amerikaanse ondernemingen die in één jaar meer dan 40 miljoen dollar investeren in de olie- of gaswinning in Libië of Iran, of die het bestaande VN-embargo tegen Libië schenden.

Volgens Eurocommissaris Brittan gaan de Verenigde Staten met de d'Amato-wet de “verkeerde kant” op. “Het gaat uit van het ongewenste principe dat een land de buitenlandse politiek van anderen kan dicteren.” Brittan zegt wel het Amerikaanse streven te ondersteunen om een eind te maken aan het terrorisme in de wereld, maar de d'Amato-wet verstoort volgens hem de eenheid die nodig is om dit probleem gezamenlijk te bestrijden. De Europese Unie geeft de voorkeur aan een kritische dialoog met de landen die ervan worden verdacht terrorisme te steunen.

Woordvoerder Nicholas Burns van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken sprak van “een heel duidelijk meningsverschil” met de Europese regeringen, “die er de voorkeur aan geven niets te doen en te hopen dat Iran aardig wordt”. Hij zei dat de Europeanen er op zijn minst voor moeten zorgen dat ze “niet in de weg staan” en noemde het “onverstandig” als Europa vergeldingsmaatregelen neemt tegen de Amerikaanse wetgeving.

Pagina 5: Gevolgen sanctiewet VS onduidelijk

Later op de dag zei president Clinton in een toespraak voor de George Washington University: “Je kunt geen zaken doen met landen die overdag handel met je drijven, terwijl ze de terroristen financieren en beschermen die 's nachts jou en je onschuldige burgers vermoorden. Ik hoop en verwacht dat onze bondgenoten zich binnenkort bedenken en die fundamentele waarheid accepteren”. Clinton noemde het terrorisme “de vijand van onze generatie”. Eerder protesteerden de landen van de Europese Unie tegen de zogenoemde extra-territoriale werking van de door de VS uitgeroepen Helms-Burton-wet, die bedrijven straft die zaken doen met Cuba. De financiële belangen van Europese ondernemingen in Iran en Libië zijn echter veel groter dan in Cuba. De Franse oliemaatschappij Total bijvoorbeeld, heeft in Iran een project ter waarde van 600 miljoen dollar op stapel staan. Maar omdat het contract al is getekend, lijkt de wet daarop niet van toepassing.

Over de preciese uitvoering van de wet bestaat nog enige onduidelijkheid. Amerikaanse regeringsfunctionarissen verschillen van mening over de vraag of ook toeleveringsbedrijven van de olie-industrie onder de wet vallen.

Vorige week heeft de Europese Commissie, op verzoek van de ministers van Buitenlandse Zaken, maatregelen voorgesteld tegen de anti-Cuba wet en soortgelijke extra-territoriale wetgeving. Het commissievoorstel verbiedt Europese bedrijven te voldoen aan de Amerikaanse wetgeving. Tevens worden de bedrijven in staat gesteld het geld dat door Amerikaanse rechtbanken wordt geëist als gevolg van de boycotwetgeving, via Europese rechtbanken terug te eisen. De maatregelen moeten nog worden goedgekeurd door de Europese ministers van Buitenlandse Zaken, die pas volgende maand bijeenkomen.

Onze economie-redactie voegt hieraan toe: Er is grote verwarring over de mogelijke gevolgen van de maatregelen, constateert de werkgeversorganisatie VNO-NCW. “Weliswaar betreffen de Amerikaanse maatregelen investeringen in de olie-industrie, maar ondernemers zijn toch bang voor hun eigen handel. De economie van Iran begon net wat aan te trekken en de Amerikaanse wet komt op psychologsch wel heel slecht moment”, zegt een woordvoerder. Het ministerie van Economische Zaken wilde vanmorgen geen commentaar geven. De Nederlandse-Britse oliemaatschappij Koninklijke Shell Groep zag er vorig jaar vanaf mee te dingen naar een groot olieveld in Iran. Het veld kwam daarmee in handen van het Franse Total. De activiteiten van het Nederlandse bedrijfsleven in Libië en Iran zijn bescheiden. Vorig jaar exporteerden Nederlandse bedrijven voor 263 miljoen gulden aan voedsel en machine-onderdelen naar Libië en werd voor 40 miljoen aan olie-produkten ingevoerd. De uitvoer naar Iran bedroeg 474 miljoen gulden en de import 1,2 miljard gulden.