Bijen dood door anti-luismiddel

DRUTEN, 6 AUG. Een bestrijdingsmiddel tegen luis is waarschijnlijk de oorzaak van de massale bijensterfte in het oosten van Nederland.

De Algemene inspectie dienst (AID) van het Ministerie van landbouw en natuurbeheer maakt dit op uit monsters van bijen die 27 juli in Druten de dood vonden.

In de monsters zijn sporen van het bestrijdingsmiddel dimethomaat aangetroffen. Tegen de landbouwer in Druten die het middel heeft gehanteerd, wordt proces-verbaal opgemaakt. De boer heeft het middel gebruikt ter bestrijding van luis op een tarweveld. Dat gebeurde terwijl het gewas in bloei stond. Dimethomaat mag niet worden gebruikt bij planten die in bloei staan, maar is verder niet verboden.

Een woordvoerder van de AID vermoedt dat het bestrijdingsmiddel ook de oorzaak van de massale bijensterfte in Eibergen en Gendringen in de Achterhoek.

De landbouw past het middel toe tegen luizen. Deze scheiden honingdauw af, een zoete plakkerige substantie die bij bijen erg lekker vinden. “Temeer omdat er in de natuur voor de bijen momenteel relafief weinig bloeiende bloemen te vinden zijn”, aldus de AID.

Op drie plaatsen kwamen in totaal meer dan een miljoen bijen om het leven. Het betreft insecten van twee imkers in Druten, zes bijenhouders in Eibergen en afgelopen weekeinde een imker in Gendringen. Het gaat om honderdvijftig bijenvolken.

Vrijwel alle uitvliegbijen stierven. Imkers vrezen dat ook de larven het niet zullen overleven. De schade loopt voor de bijenhouders in de duizenden guldens omdat veel bijenvolken op het punt stonden te worden uitgezet op de heidevelden. Ook de natuur liep veel schade op omdat bijen voor de bestuiving van veel bloemen een onmisbare schakel zijn.

Naar aanleiding van de massale bijensterfte bepleit de AID meer duidelijkheid in de regelgeving bij onkruid- en gewasbestrijding. Zo is niet duidelijk aangegeven bij welke hoe veelheid bloeiende bloemen tussen de gewassen bepaalde bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt. “Op elk stuk landbouwgrond komen wel enkele bloeiende planten voor. Het is moeilijk aan te geven waar de grens ligt”, aldus AID-woordvoerder H. Ydens.

De AID zal zowel aan de Commissie Bestrijdingsmiddelen als het Ministerie van landbouw rapporteren.