Zapman

De Spelen waren amper op de helft toen mannen met vragenlijsten over Nederland uitzwermden om op anonieme deurbellen te drukken. Niemand gaf thuis. Maar de mannen drukten door en zie, daar ging een deur open. De Publieke Opinie stapte naar buiten, wreef zich de slaap uit de ogen en zei: “We zaten toevallig net te kijken, maar eigenlijk kijken we niet.”

Ik moet zowat de enige zijn geweest die het de hele Spelen voor de televisie heeft uitgehouden. Maar de beloning was er ook naar. Ik heb met eigen ogen mogen aanschouwen wat alle sporten bindt: Het Raadsel Van Het Verkrampte Gezicht. Zoveel opgetrokken lippen, samengeknepen ogen en opgezwollen nekspieren als in die tweeënhalve week had ik nog nooit bij elkaar gezien. En de bedoeling van al die rare bekken? Een dier trekt zijn lip op om een tegenstander schrik aan te jagen. Maar dan moet die wél kijken. In Atlanta keken de tegenstanders niet. Te druk in de weer met de eigen prestaties. Waarom dan collectief die gelaatsspieren aanspannen?

Na een tijd op een laag vuurtje geeft zelfs het taaiste stuk stoofvlees zich over en wordt gaar. Dagenlang liet ik Het Raadsel sudderen, ik dacht er af en toe aan, een klein beetje maar. Toch kwam de oplossing niet. Toen ging de telefoon, het was gisteren, Atlanta's laatste dag. Een vriend had een nieuwe bal met de handtekeningen van alle Ajaxspelers erop. Ik liet de televisie de televisie. In het Vondelpark bleven we net zolang tegen die bal trappen tot de handtekeningen begonnen te vervagen. Puffend zakten we op een bankje. Ik begon over Het Raadsel. Voor mijn vriend één rimpel in zijn voorhoofd had getrokken, boog zich een vrouw voorover. Ze zat naast ons met een baby op schoot.

“Toen de weeën zo sterk werden dat ik kon gaan persen, waarschuwde de arts dat ik mijn gezicht niet in een kramp moest trekken. Je zet de aderen in je hoofd onder druk. Ze kunnen springen, in je gezicht, zelfs in je hersenen.”

“Dat klopt”, zei mijn vriend. “Dat moet je nooit doen, ook met poepen niet. Vroeger trok ik altijd een gezicht, nu kijk ik er normaal bij.”

“Dat is nou echt weer een man, om poepen met baren te vergelijken”, zei zij.

“Dat was niet de bedoeling. Ik weet ook wel dat je over een drol geen negen maanden doet, en als hij er eenmaal uit is, zie je hem nooit meer terug”, zei hij.

“En deze hier zie ik elke dag”, zei de vrouw en zoende haar baby bovenop zijn hoofd. Op dat moment viel het kind, dat tot dan toe rusteloos heen en weer had gewiebeld, stil. Het kreeg een peinzende blik, zijn gezicht begon op te zwellen en werd rood.