Wagner weer omstreden

BAYREUTH, 5 AUG. Heerst in de Wagnerstad Bayreuth een 'godenschemer', een 'Götterdämmerung', zoals de naam luidt van het slotdeel van Wagners Der Ring des Nibelungen, dat de oude wereld van de vermolmde autoriteiten met vuur en water wegvaagt om ruimte te scheppen voor een nieuw begin?

Bij veel Duitse critici en commentatoren heerst negativisme over de huidige toestand van de Festspiele in het nu 120-jarige theater op de 'Groene heuvel' dat Richard Wagner bouwde en dat uitsluitend is gewijd aan zijn oeuvre. Aanleiding is de nieuwe enscenering van Die Meistersinger von Nürnberg door kleinzoon Wolfgang Wagner, zijn derde versie van deze komedie sinds 1968.

De Frankfurter Allgemeine ziet de komende jaren niets gebeuren: pas in 1999 komt er een nieuwe produktie van Lohengrin, maar het is nog niet bekend wie regisseert. En Die Zeit concludeert dat elders beter wordt omgegaan met Wagners actualiteit, schuld, boete en muziek: “Bayreuth is overbodig, het is een dode tak, met meeldauw bestoft.”

Wolfgang Wagner, die 30 augustus 77 wordt, is al drie decennia God in Bayreuth, sinds de dood in 1966 van zijn broer Wieland, die werd gezien als de èchte kunstenaar in de familie. De vriendelijke kleinzoon die uiterlijk zoveel op de grootvader lijkt, belichaamt zoveel geschiedenis en traditie dat op zijn jaarlijkse persconferentie de verzamelde muziekpers niet durfde te vragen of deze Meistersinger werkelijk zijn laatste enscenering zou zijn.

Dit jaar is de nieuwe produktie van de Meistersinger ook aanleiding tot het opnieuw ophalen van het slechtste in de geschiedenis van Bayreuth: de nazitijd waarin Meistersinger werd gezien als een ode aan de Duitse cultuur, de enige juiste. Want zó zagen de nazi's het slotbeeld, waarin het middeleeuwse volk op de feestweide (de voorloper van het stadion waar de NSDAP-partijdagen werden gehouden) in massaal gezang uitbarst: 'Eer uw Duitse meesters en geeft steun aan hun werk, de heilige Duitse kunst.'

In het programmaboek neemt Wolfgang Wagner ver afstand van dat ideologische misbruik van de Meistersinger. “Aan de valse jubel en het cliché van de typisch Duitse nationale feestopera zullen wij geen voedsel geven.” Ook wordt afgerekend met de aantijging van Adorno dat Wagner in het personage Beckmesser, de man die zich krampachtig vasthoudt aan verouderde regels, een portret schiep van 'De jood in de doornstruik' - van sprookjesverteller Grimm.

Het programmaboek zit in een tasje waarop een citaat is afgedrukt uit Wagners Die Kunst und die Revolution: “Het kunstwerk van de toekomst moet de geest van de vrije mensheid omvatten, over alle beperkingen van de nationaliteiten. Het nationale mag alleen een versiering zijn, een trekje van individuele verscheidenheid, geen begrenzing.” Zo is Wagner een voorloper van de multiculturele samenleving, anderhalve eeuw later nog steeds een utopie.

De kritiek op Wolfgang Wagner is veelal dat hij in de 'braaf en conventioneel' volgens het libretto gebrachte voorstelling van Die Meistersinger von Nürnberg niet ingaat op die geschiedenis van het stuk, 'sich damit nicht 'auseinandersetzt'. Maar al doet de regisseur Wagner dat nauwelijks expliciet, zijn enscenering is toch een commentaar.

Wagner laat allerlei traditionele beelden juist niet zien, zoals het in de slotacte achter hun vaandels militaristisch opmarcheren van de gilden op de Festwiese. In plaats daarvan is er een vrolijke en onschuldige carnavalsoptocht, meer de ontspannen uitgelaten sfeer van het slot van de Olympische Spelen dan van het strakke officiële begin daarvan. Ook de 'Prügelszene', waarin Beckmesser te pakken wordt genomen, verliest hier zijn agressiviteit, er is alleen maar nachtelijk kabaal, geen echte afrekening.

Het Neurenberg dat Wagner in de door hemzelf ontworpen decors laat zien, heeft niets pittoresks en rustieks. De kerk is niet gotisch, Hans Sachs woont niet in een vakwerkhuisje. Wagners toneelbeelden hebben een universele uitstraling door de achtergrond van een globe - een reminiscentie aan de houtsnede die de Neurenberger Albrecht Dürer in 1515 vervaardigde van de wereldkaart van Johann Stabius. Op de globe worden achtereenvolgens beelden geprojecteerd van fresco's, daken en van bomen en blauwe lucht - de achtergrond lijkt in de slotacte op een satellietfoto van de aarde.

De Meistersinger gaat dan niet meer over Neurenberg of Sachs' ingeslikte geheime liefde voor Eva, maar over de aard van de kunstbeoefening en over de vaak miskende Wagner zelf. De componist-librettist eist, via de ongebruikelijke noten van de aankomende meesterzanger Walter von Stolzing, het recht op van de academische muzikale regels af te wijken. Het anders zo nationalistische slot beduidt dan hier dan: 'wie de kunst nieuwe impulsen geeft, is een meester en verdient erkenning.' En: 'De Duitse kunst zij innovatief.'

De (joodse) dirigent Daniel Barenboim ondersteunt die visie van Wolfgang Wagner met een instrumentale uitstraling die afrekent met pompositeit en triomfalisme, die doorzichtig is en slank, die afziet van vette crescendi, die de strijkers immer glinsterend laat horen, niet verpletterd door schallend koper of dreunend slagwerk.

Die bijna kamermuzikale aanpak past ook bij het meestal intieme en bescheiden converserende optreden van een aantal hoofdrolvertolkers: de liedzangers Robert Holl (Hans Sachs) en Andreas Schmidt (Beckmesser) en de Mozartsopraan Renée Fleming (Eva). Peter Seiffert is in zijn prijslied een stevig en sonoor stralende Stolzing.

Met Robert Holl zingt voor het eerst sinds dertig jaar een landgenoot een hoofdrol in Bayreuth. Na de oorlog zong Gré Brouwenstijn Elisabeth in Tannhäuser en Eva in Meistersinger. In het begin van de eeuw waren er Anton van Rooy (Wotan in de Ring en de titelrol in Der fliegende Holländer) en Jacques Urlus (de titelrol in Siegfried).

Holl zingt Hans Sachs op een indrukwekkende wijze die zowel past bij hemzelf als bij de opvatting van Wolfgang Wagner: zingend-vertellend is hij een toonbeeld van mild-liberale wijsheid en humaniteit, goedwillend maar ook met onwrikbaar moreel gezag, herinnerend aan zijn vertolkingen van de Christus-rol in de Matthäus Passion. Het finale 'Heil Sachs' klinkt dan als het 'Hosanna' op Palmzondag.