Ten onder door de beminden

Voorstelling: De Soldaat Facteur en Rachel van Arne Sierens door De Wetten van Kepler. Decor: Simon Haen e.a.; kostuums: Ilse Vermeulen; regie: Wim Berings; spelers: Romijn Conen, Natasja d'Armagnac e.a. Gezien 3/8 Isabella Kazerne, 's-Hertogenbosch (Theaterfestival Boulevard). Te zien t/m 10/8 aldaar. Tournee t/m 6/9. Inl. 073-6141934.

Een stad als Ieperen in zuid-west Vlaanderen, niet ver van het riviertje De IJzer, is in de Eerste Wereldoorlog geheel weggeschoten, de ene baksteen tuimelde er onder spervuur van de andere. Ieperen lag aan het front, evenals De Panne westwaarts, aan de kust. Ieperen is herbouwd, maar de foto's van toen tonen een onthutsende leegte, waarin een enkele toren of gevel nog overeind staat. Wie ze ziet, beseft met een schok dat de Grote Oorlog de huizen van de kleine mensen kapot heeft gemaakt.

De verschrikkingen van de Grote Oorlog jegens de kleine mensen is de thematiek van een verstild toneelstuk dat Anne Sierens schreef voor zijn gezelschap De Wetten van Kepler. Het stuk heet De Soldaat Facteur en Rachel en bestaat uit twee met elkaar vervlochten monologen. De brievenbestellende soldaat, de facteur dus, heeft niets met Rachel te maken. Temidden van de loopgravenoorlog wordt de facteur verliefd op Hortense. Zij vroeg hem, lachend op hem afkomende, om eem brief - en die kreeg ze de volgende dag, een gloedvolle liefdesbrief. Er volgde brief na brief, totdat de facteur te lang wegbleef en zij vertrok naar Frankrijk. Als de facteur dit hoort, verwondt hij zichzelf om aan de oorlog te ontsnappen en haar te gaan zoeken.

In de monoloog die Rachel heet, is sprake van eenzelfde onmogelijke verliefdheid. Het minderjarige meisje Rachel dat de tekst uitspreekt, het publiek recht en met verbaasde ogen aankijkend, verhaalt ons van haar verliefdheid op een oude soldaat, van wie ze zwanger wordt. Ook hij vertrekt weer naar de loopgraven, en met het kind alleen blijft ze achter. Het is geen wonder dat ze koestering zoekt bij een oudere man; ze groeide op temidden van drankzucht en ontucht in het café van haar tante, gelegen in De Panne. Daar werd ze geleidelijk ingewijd in de bruuskheid van de soldaten, jonge mannen die leefden op de grens van verveling en angst.

Net als in de vorige produktie van De Wetten van Kepler, Distant Voices, speelt de verhaallijn een ondergeschikte rol. Het gaat om associaties en beelden; ik zou zeggen de verijling van wat concreet is, het loszingen van de feiten.

De voorstelling speelt zich af in de voormalige Isabella Kazerne in Vught, nu een centrum voor asielzoekers. De verwijzing naar Joegoslavië en andere politieke brandhaarden ligt voor de hand; misschien dat schrijver Sierens en regisseur Wim Berings daarom kozen voor het introverte in plaats van het onmiddellijke. De werkelijkheid is al nabij genoeg. Toch zou ik willen weten of de asielzoekers de voorstelling ook bezoeken, bij de première bemerkte ik dat niet. Of is de keuze voor de lokatie uiteindelijk toch een esthetische en minder een polemische?

Tijdens het toneelspel worden tegen de achtergrond dia's geprojecteerd van oerbeelden uit elke oorlog; explosies, de afgebroken vleugel van een neergestort vliegtuig, bossen in de winter, ruïnes. De acteurs zijn identiek grauw gekleed, ze lopen op zware, klossende schoenen. In het houten plankier zijn rechthoekige openingen uitgespaard, die de graven van de dode soldaten verbeelden.

Van het onuitputtelijke reservoir aan onderwerpen voor een toneelstuk is die van de oorlog een van de moeilijkste. In een oogwenk worden er beschuldigende wijsvingers uitgestoken, is er de vijand tegenover het slachtoffer. In De soldaat Facteur en Rachel vindt er een omkering plaats: niet door de Duitsers gaan de soldaat en het meisje ten onder, maar juist door degenen op wie ze verliefd zijn, die aan hun kant staan, degenen dus bij wie ze toeverlaat en beschutting zoeken. Het zijn de beschermers die voor het verdriet zorgen, juist temidden van een wereld die niets dan een dodelijke bedreiging vormt.

Deze paradox van liefde in oorlogstijd, van een stille maar niet minder dramatische strijd aan een kant van het front, krijgt bij De Wetten van Kepler een uitbeelding waarin de acteurs en hun tekst, de beelden en de muziek gelijkwaardig zijn. De voorstelling is intens én ongrijpbaar; ze wordt onnadrukkelijk gespeeld. En tegelijk is de zeggingskracht ervan groot, omdat de resonantie van ieders eigen gedachten aan wat 'oorlog' heet zo ver reikt.