Operatie Victor is ter ziele

Twee minuten voordat de intercity uit België station Rotterdam CS binnenloopt, stelt het Noordafrikaanse welkomstcomité zich in de voetgangerstunnel op. Negen drugsrunners sonderen de passerende treinreizigers en storten zich op die ene Fransman die aan het signalement voldoet.

Broodmager, een vlassig baardje, een tot het draad versleten legerjas: dat kan niet missen. Men fluistert, gesticuleert en biedt tegen elkaar op, totdat een van de runners de toerist kordaat aan zijn mouw richting achteruitgang trekt. Een collega geeft zich niet zo snel gewonnen en gaat met zijn volle gewicht aan zijn andere arm hangen. Even ontstaat een impasse en sjorren beide runners nijdig aan hun prooi. Dan schudt de Fransman zijn belager van zich af en sjokt achter de eerste runner richting drugspand. Zijn collega's verspreiden zich. Straks is er weer een trein.

Drugsrunnen lijkt dit jaar in Rotterdam minder lucratief dan voorheen. De klandizie is minder, de concurrentie scherper en het bedrijfsrisico hoger nu alleen het maken van het snuifgebaar, waarmee de runner zijn klanten pleegt te lokken, al weken celstraf kan opleveren.

De hete drugszomer die Rotterdamse gemeente-ambtenaren enkele maanden geleden vreesden, blijft uit. Als de tekens niet bedriegen, is de politie er in geslaagd de enige vorm van toerisme die in Rotterdam floreerde, een forse slag toe te brengen. Ze komen nog wel, de Belgen, Fransen en Duitsers - de laatste groep zelfs meer dan vroeger. Maar het zijn er per saldo minder en ze stellen zich discreter op. “We krijgen wekelijks nog een stuk of vijf Fransen binnen”, zegt Lydia Hoogstraten, die bij de Rotterdamse Pauluskerk de opvang van gestrande drugstoeristen regelt. “Maar omdat de hoeveelheid afneemt, kunnen we ze veel meer aandacht geven. Vroeger hadden we nog veel van die drugscrimineeltjes. Die zette je op de trein naar Lille, daar stalen ze een auto en reden daarmee terug om handel te drijven. Die boefjes zien we op dit moment nauwelijks meer.”

Na meer dan vijfduizend aanhoudingen is project Victor min of meer ter ziele, constateert de projectleider commissaris Bakker tevreden. Bedoeling was het ontmoedigen van drugstoerisme, en die missie lijkt geslaagd. Nog altijd zet de politie een inval in een drugspand of inbeslagname van een paar gram heroïne pontificaal bovenaan de persberichten: dit weekeind vijf ons drugs en zeventien arrestaties tijdens een routine-actie in de internationale treinen naar het zuiden. Maar voor Victor worden in Rotterdam geen agenten, rechters of cellen meer vrijgemaakt. “We hebben nog eens in de twee weken overleg met justitie en de hulpverlening om te kijken wat voor signalen er binnenkomen. Alleen in die zin bestaat Victor nog”, aldus Bakker.

Zelfs de Spangense actievoerders tegen drugsoverlast, die zich de afgelopen tijd zo in de aandacht van de politiek mochten verheugen dat het niemand zal verbazen als protesteren tegen drugs in Rotterdam nog eens een Melkertbaan wordt, rusten op hun lauweren. Tegenwoordig onderrichten ze vooral collega-actievoerders uit Arnhem of Terneuzen in het wegpesten van drugstoeristen.

Rotterdam oogt deze zomer weer als vanouds: een lege stad, wachtend op het eind van de vakantie.