Omstreden Turkse held herbegraven

ANKARA, 5 AUG. Precies 74 jaar na zijn dood heeft Turkije gisteren Enver Pasa, een van de militaire leiders van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang (beter bekend als de Jong-Turken), in Istanbul herbegraven.

Zijn stoffelijk overschot werd met een militair vliegtuig vanuit de Centraalaziatische staat Tadzjikistan overgevlogen, waar de generaal sinds 1922 in een afgelegen bergdorp, 220 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Dushanbe, lag begraven.

“Enver Pasa, met zijn fouten en zijn verdiensten, is een belangrijk symbool van onze recente geschiedenis”, aldus de Turkse president Süleyman Demirel. Volgens de moslim-fundamentalistische staatsminister Abdullah Gül stierf de militaire leider samen met duizenden anderen, terwijl hij vocht voor de eenheid van de islamitische en Turkssprekende staten in Azië. “Enver Pasa is een martelaar.”

Bij velen in Turkije roep zijn naam evenwel nog steeds gemengde gevoelens op. Enver Pasa wordt verantwoordelijk gehouden voor de fatale Ottomaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog en de dood in 1917 van zeker 70.000 soldaten tijdens een militaire operatie in Oost-Turkije. De secularisten, die onder leiding van de hervormer Atatürk in 1923 de Turkse republiek oprichtten, distantieerden zich van Enver Pasa en zijn kameraden. Toch worden zij, met name door extreem-rechts en de groeiende islamitische beweging in het land, als symbool aangemerkt van de grootheid van het voormalige Ottomaanse rijk. Internationale historici houden Pasa medeverantwoordelijk voor de genocide onder Armeniërs in 1915 waarbij ten minste een miljoen mensen om het leven kwamen.

Enver Pasa is bijgezet op de Hürriyet-i-Ebediye Tepesi, een heuvel in Çaglayan in Istanbul. Ter herinnering aan de revolutie in 1908 van de Jong-Turken, waardoor de grondwet in ere werd hersteld en een einde kwam aan de absolute macht van de sultan in het Ottomaanse rijk, staat op deze heuvel een twaalf meter hoog monument. Eveneens bevinden zich hier de graven van verschillende leiders van het Comite voor Eenheid en Vooruitgang, de politieke groep die het Ottomaanse rijk tussen 1900 en 1918 bestuurde.

Enver Pasa vluchtte na de nederlaag van het Ottomaanse rijk in 1918 naar Duitsland. Van daaruit deed hij pogingen om een wereldwijde revolutionaire moslim-organisatie van de grond te krijgen, om vervolgens terug te kunnen keren naar Anatolië. Nadat dit mislukte vertrok Enver Pasa in 1921 uiteindelijk naar Centraal-Azië. Hij keerde zich evenwel tegen het toenmalige bewind van de bosjewieken. In 1922 sneuvelde hij in een gevecht met het Rode Leger.

Dat Enver Pasa 74 jaar na zijn dood uiteindelijk naar Turkije kon terugkeren, is het gevolg van de verbeterde betrekkingen na het uiteenvallen van de Sowjet-Unie tussen Turkije en de Turks-sprekende republieken in Centraal-Azië. De hoop in progressieve kringen in Turkije is dat de Turkse dichter Nazim Hikmet, die in Moskou ligt begraven, binnenkort eveneens kan terugkeren naar zijn land, dat hij op grond van zijn communistische ideeën moest ontvluchten.