Molenbouwer verlegt grenzen naar Japan

De markt voor de twintig molenbouwers in Nederland is beperkt. Het bedrijf Verbij Hoogmade BV keek over de grens en exporteert tegenwoordig molens naar Japan.

HOOGMADE, 5 AUG. Buiten op het erf ligt een molenwiek van 27 meter. Zo op de grond zie je pas goed wat voor een gevaarte dat is. Het houten hekwerk is met wiggen vastgezet in de stalen wiek. Tot 1850 werden molenassen waaraan de wieken bevestigd zijn, nog van hout gemaakt. Daarna kwam gietijzer beschikbaar en de houten wieken maakten vanaf 1900 plaats voor geklonken stalen wieken. Sinds de jaren vijftig kan de molenbouwer gebruik maken van gelaste stalen wieken. Een moderne molenbouwer schakelt daarvoor een staalconstructiebedrijf in, ook bij de restauratie van historische molens.

Luc Verbij (36) is directeur van Verbij Hoogmade BV, een molenbouwersbedrijf dat in 1868 werd opgericht door overgrootvader Hein Verbij. Luc is de vierde generatie die aan het hoofd staat van het familiebedrijf. Ruim een eeuw hebben de molenbouwers Verbij zich nu staande weten te houden, terwijl de vraag naar hun produkt drastisch is afgenomen.

In 1830 telde Nederland nog 9.000 molens, maar door de opkomst van de stoommachines in de late, industriële revolutie telde Nederland rond de eeuwwisseling nog 4.000 molens. Vandaag de dag zijn er nog een kleine duizend molens, waarvan er zo'n 900 kunnen draaien. De resterende honderd verkeren daarvoor in een te slechte staat. Verbij: “Vooral na de Tweede Wereldoorlog drong het besef door dat onze molens behouden moesten worden. Dat was niet eenvoudig, want het zijn niet zomaar grote bouwwerken. Het zijn grote machines, in hun tijd zelfs de grootste die er bestonden, en ze hebben allerlei bewegende delen die veel onderhoud vergen.” Voor de eigenaren, zoals molenaars, boeren en waterschappen, was het een begrotelijke zaak geworden om de molens draaiende te houden.

De molenbouwers moesten zich aanpassen aan die omslag. Verbij: “Het belangrijkste is nu het onderhoud en het herstel van bestaande molens. Maar molens moeten als monumenten wel concurreren met zoveel andere bijzondere objecten, denk aan kerken, boerderijen en woonhuizen. Maar gelukkig wordt het behoud van molens financieel mogelijk gemaakt door zeer actieve particuliere stichtingen die de molens een warm hart toedragen.”

De korenmolens, houtzaagmolens en pelmolens hebben hun functie verloren. Als ze al behouden blijven, is dat omwille van hun monumentale cultuur-historische en industrieel-archeologische betekenis. Dat geldt ook voor veel poldermolens, maar deze kunnen vaak nog heel goed dienst doen om water over te slaan. Verbij: “De boeren kunnen watermolens soms nog goed gebruiken bij het beheersen van de waterstand.” Een kapitale poldermolen kan wel 60 kubieke meter water per minuut uit de polder overslaan in de boezem.

Terwijl zijn vader het bedrijf jarenlang draaiende hield met een of twee medewerkers, heeft zoon Luc meer werk. Zijn bedrijf telt negentien mensen, van wie er vijftien het ambachtelijke werk doen. In heel Nederland zijn nog twintig molenbouwers actief met in totaal circa honderd man personeel.

Met voldoening stelt Verbij vast dat de veertig molens bij hem in de omgeving, het Hollandse polderlandschap even ten noord-oosten van Leiden, in goede staat verkeren. De restauratie van een molen is telkens weer een uniek karwei dat veel onderzoek vergt, er gaat veel tijd zitten in de voorbereiding van het feitelijke herstel. Omdat in zo'n periode het werk dreigt stil te vallen voor het vaste personeel, pakt Verbij zonodig ook andere klussen aan als de restauratie van een boerderij of woonhuis.

Molens vormen af en toe een lastige sta-in-de-weg als een stad of dorp zijn claim op het landelijk gebied waarmaakt. Ook kan een molen door hoogbouw in de stad afgeschermd raken van de wind en bij de aanleg van nieuwe wegen moet er soms een molen wijken. Verbij: “Wij hebben drie molens verplaatst. In 1989 hebben we met een trailer de Schaapwei-molen, gewicht 110 ton, over een afstand van zo'n drie kilometer verplaatst. Die molen stond op het nieuwe tracé van de A4 achter Delft om en staat nu op het 'drielandenpunt' van Rijswijk, Schipluiden en Delft.

In Delft klaarde Verbij ook een bijzondere klus. Op de 15de eeuwse stadspoort is in 1697 molen 'De Roos' gebouwd. Die poort stond echter drie graden uit het lood. Toen begin 1900 de stadswallen werden afgegraven, moest de fundering van poort en molen extra worden verzwaard. Het bleek heel moeilijk om de molenkap tegen de wind in te draaien. Om goed te kunnen werken moet een molen waterpas staan. Verbij heeft de molen halverwege het bovenste gedeelte weer precies recht gezet.

Omdat de markt voor een molenbouwer heel beperkt is, ook ondanks de inspanningen van de diverse molenstichtingen, is Verbij over de grens gaan kijken. Hij is erin geslaagd vier nieuwe molens te exporteren naar Japan. Wegens het gevaar van aardbevingen is de kern van de molen opgetrokken uit beton, maar alle bewegende delen zijn van hout, zij het dat ook de wieken in Japan van staal zijn. Verbij: “Alle onderdelen hebben we hier op de werf gemaakt. Daarna ging alles in containers. Onze uitvoerder was telkens drie maanden in Japan om de bouwers ter zijde te staan.”

De eerste 'Japanse' molen, een stellingmolen, werd in 1989 gebouwd in Sakai, en de tweede, ook een stellingmolen, volgde in 1991 in Hasama. In 1994 volgde molen 'De Liefde' in Sakura. Deze molen is vernoemd naar het gelijknamige schip dat als eerste Hollandse schip in Japan aankwam, in 1600, waar het schipbreuk leed voor de kust. 'De Liefde' is een poldermolen met daaromheen een watercircuit. Schepraderen voeren het water rond. Er komen veel toeristen op af en klassen met schoolkinderen genieten op die manier van aanschouwelijk onderwijs in een bijzonder stuk techniek. De vierde molen, weer een stellingmolen, kwam in 1995 gereed in Shin Nanyo.

In tal van landen zoals China, Indonesië, Australië en de VS worden mensen gefascineerd door de Hollandse molens, aldus Verbij. Maar de Japanners zijn tot nu toe de enigen die ze ook in hun eigen land hebben laten bouwen. Het hoeft geen verbazing te wekken dat zij ook de nodige zorg besteden aan de entourage. De stellingmolen in Sakai staat te midden van gele, rode en witte tulpen.