Meer dertigers gewenst; Kamerlid wil verjonging in CDA-fractie

DEN HAAG, 5 AUG. Het CDA-Tweede-Kamerlid Van de Camp vindt dat de fractie van zijn partij bij de volgende verkiezingen moet worden verjongd. Hij acht het gewenst dat er meer mensen tussen de 28 en de 40 jaar in de CDA-fractie komen te zitten.

De 43-jarige Van de Camp, lid van het dagelijks bestuur van de CDA-fractie, zei dit gisteren voor de NOS-radio. Hij kwalificeerde de huidige Tweede-Kamerfractie van het CDA als “gemiddeld oud”. Er zitten veel mensen bij die tussen de 50 en 60 jaar oud zijn. Met haar 34 jaar is het uit Enschede afkomstige Kamerlid Bijleveld-Schouten het jongste lid van de fractie. Zij is sinds 1989 Tweede-Kamerlid. De 40-jarige ex-Europarlementariër M. Verhagen is het op één na jongste CDA-Kamerlid. Daarna volgt Van de Camp.

Deze sprak gisteren de verwachting uit dat de door hem gewenste verjonging van de fractie min of meer van zelf tot stand zal komen. Hij gaat er vanuit dat “een behoorlijk aantal” van de huidige Kamerleden van het CDA te kennen zal geven bij de volgende verkiezingen geen kandidaat meer te willen zijn. Het gaat hierbij om de categorie Kamerleden die al twaalf jaar of langer in het parlement zitten.

Het langst zittende CDA-Kamerlid is de 64-jarige, uit Middelburg afkomstige M. Beinema. Hij zit met een onderbreking van een half jaar al sinds 1975 in de Tweede Kamer en is hiermee ook van alle Kamerleden degene met het meeste aantal dienstjaren. Nummer twee op de lijst is de CDA'er Lansink (62) die in 1977 in de Kamer kwam.

De vorige partijvoorzitter van het CDA, Van Velzen, wilde indertijd als eis invoeren dat Kamerleden van het CDA niet langer dan drie termijnen op het Binnenhof mochten verblijven. Dat leverde hem toen een storm van kritiek op. De regel werd toen veranderd in een richtlijn. De nieuwe voorzitter van het CDA, Helgers, vond vorig voorjaar eveneens de Tweede Kamer tegenover zich toen hij zich kritisch uitliet over de samenstelling van de fractie. Helgers vond ook dat er bij nieuwe verkiezingen ruimte moest komen voor veel nieuwe gezichten. Daarbij dacht hij in de eerste plaats aan jongeren, vrouwen, mensen uit de regio, mensen uit 'gewone', dat wil zeggen niet-bestuurlijke beroepen, en katholieken. Vooral die laatste opmerking zette veel kwaad bloed omdat Helgers hierdoor de in het CDA beruchte bloedgroepen-discussie heropende. Na een langdurig gesprek met de CDA-fractie moest Helgers beloven dat hij zich voorlopig niet meer in het openbaar zou uitlaten over persoonlijke kwesties of de samenstelling van de CDA-lijst bij de volgende verkiezingen.

Het Kamerlid Van de Camp liet zich positief uit over de suggestie van plaatsvervangend directeur Klop van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA om niet langer het kostwinnersmodel als uitgangspunt te nemen in wetgeving, maar huishoudens met twee deeltijdbanen. De kern van de door het CDA voorgestane gezinspolitiek moet volgens Van de Camp zijn dat kinderen op een “stabiele plek” worden opgevoed. Dat kan binnen een huwelijk zijn maar ook binnen “stabiele samenlevingsvormen van gelijke kunnen”, aldus Van de Camp.