Kosovo komt op agenda te staan

Drie bomaanslagen op bureau's van de geheel uit Serviërs bestaande politie in Kosovo, vrijdagavond, hebben het probleem-Kosovo verder geactualiseerd. Servië is er de afgelopen jaren in geslaagd het probleem over de status van Kosovo grotendeels uit de wind van de internationale diplomatie te houden. Maar of dat Belgrado blijft lukken nu het geweld in de zuidelijke provincie duidelijk toeneemt, is de vraag.

Sinds 1989, toen de Serviërs de provincie haar autonomie ontnamen, is Kosovo volledig geserviseerd. De Albanezen - negentig procent van de bevolking - hebben al hun rechten verloren. Alle Albanezen zijn verwijderd uit het bestuur van de provincie, het gezondheidswezen, het onderwijs, de media en de economie. De meerderheid van de bevolking is werkloos. Alle straten in de hoofdstad Pristina zijn inmiddels hernoemd naar Servische koningen en prinsen, patriarchen en kunstenaars. Albanese monumenten zijn afgebroken en Albaneestalige opschriften zijn verwijderd. De Servische taalhervormer Vuk Karadzic heeft in Pristina een pompeus monument gekregen en een nieuwe Servisch-orthodoxe kerk is bijna klaar.

Als gevolg van de nieuwe vorm van apartheid is de samenleving in Kosovo langs horizontale lijnen verdeeld in twee parallelle samenlevingen. Aan de officiële oppervlakte bevindt zich de door de Serviërs gedomineerde samenleving, onder die streep, in de illegaliteit, de Albanese, met een eigen bestuur, regering, parlement, een eigen economie, eigen onderwijs, een eigen ziekenzorg en een eigen systeem van sociale hulp: een schaduwstaat.

Dat het de afgelopen jaren in Kosovo rustig is gebleven is vooral te danken aan Ibrahim Rugova, de ondergrondse president van de provincie en leider van de uiteraard verboden partij van de Albanezen, de Democratische Liga van Kosovo (LDK). Aan de ene kant eist Rugova de afscheiding van Kosovo, aan de andere kant onderstreept hij steeds dat geweld moet worden geschuwd.

Die geweldloosheid staat nu op het spel. Sinds april spitst zich binnen de Albanese gemeenschap het debat over de geweldloosheid toe. In die maand werd in Pristina, zonder enige aanleiding, een Albanees door een Servische student doodgeschoten. Voor het eerst in het al jaren slepende conflict in Kosovo kwam het tot wraakacties van Albanese kant. Binnen enkele weken werden bij verschillende aanslagen zes Serviërs vermoord. De verantwoordelijkheid voor deze wraakacties werd opgeëist door een nieuwe organisatie, het Bevrijdingsleger van Kosovo, een organisatie die zich kennelijk niet gebonden acht aan het principe van geweldloosheid van de LDK en Rugova. Daarmee dreigde een van de grootste nachtmerries van de internationale gemeenschap - de radicalisering van de onderdrukte Albanezen - werkelijkheid te worden.

De Serviërs hebben gereageerd zoals kon worden verwacht: met nog meer repressie. De LDK heeft melding gemaakt van honderden arrestaties, van foltering en van sterfgevallen. Een week geleden werd het lichaam gevonden van een 28-jarige Albanees die was doodgemarteld. Enkele dagen later kwam het tot de bomaanslagen op de politiebureau's.

Servië heeft zich altijd met man en macht verzet tegen de plaatsing van Kosovo op enige internationale agenda, met het argument dat Kosovo een intern-Servisch probleem is. De Albanezen van hun kant proberen de internationale gemeenschap zoveel mogelijk attent te maken op het probleem: hun grootste angst is te worden vergeten. Daarbij concentreren ze zich vooral op de Amerikanen, die Joegoslavië nog steeds niet hebben erkend wegens de kwestie-Kosovo. Rugova boekte vorige maand een mooi succes door John Kornblum, de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken en speciaal gezant in ex-Joegoslavië, naar Pristina te krijgen, waar hij een kantoor van de Amerikaanse informatiedienst USIS opende.

Binnen Servië woedt inmiddels een vaak heftig debat over de toekomst van Servië naar aanleiding van een recent artikel van de voorzitter van de Servische Academie van Wetenschappen, die de Serviërs voorhield dat ze wat Kosovo betreft op de lange termijn de keus moeten maken tussen twee alternatieven: ofwel ze gaan een dialoog aan met de Albanezen en geven hun binnen Servië hun rechtmatige plaats in het openbare leven, ofwel ze leggen zich neer bij de afscheiding van Kosovo van Servië en Joegoslavië.

Sindsdien wordt in de Servische media druk gedebatteerd over de toekomstige status van Kosovo, maar op officieel niveau verandert het standpunt intussen (nog) niet. Eind vorige maand verzekerde de Servische premier de Serviërs in Kosovo opnieuw dat Kosovo een integraal onderdeel van Servië blijft.

Het is echter de vraag of de 200.000 Serviërs in Kosovo dat nog geloven: het wantrouwen in de Servische leider Milosevic - ooit hun grootste held - is het afgelopen jaar sterk gegroeid. Volgens de Serviërs van Kosovo heeft Milosevic de Serviërs in Kroatië verraden door niet in te grijpen toen het Kroatische leger precies een jaar geleden de 'Servische Republiek Krajina' oprolde en 150.000 à 200.000 Kroatische Serviërs op de vlucht dreef. Milosevic deed daar niets tegen (volgens de leider van de Kroatische Serviërs, Milan Martic, had de Servische leider zelfs een deal met Kroatië gesloten die voorzag in de opgave van de Krajia). Als hij de Serviërs in Kroatië kan verraden, kan hij dat ook doen met de Serviërs van Kosovo, zo luidt hun redenering. Opiniepeilingen onder de Serviërs in Kosovo tonen aan dat Radovan Karadzic inmiddels hun grootste idool is. Volgens onbevestigde berichten is er in Kosovo zelfs een 'Servische Verzetsbeweging' gevormd die voor terreurdaden niet terug zou schrikken.

Een nog toenemende Servische repressie, een 'Servische Verzetsbeweging', een Albanees 'Bevrijdingsfront', nachtelijke bomaanslagen, doodgemartelde mensen: alle ingrediënten voor een escalatie van de verhoudingen in Kosovo lijken aanwezig.