Het leven is meer dan werk en kerk

Over de haven van Bunschoten-Spakenburg aan het IJsselmeer dreunt zware house-muziek. Bar-discotheek De Kajuit draait weer op volle toeren. Op straat is het een komen en gaan van jeugd. Het havenkwartier is het centrum van het uitgaansleven van Bunschoten-Spakenburg, de voormalige enclave met zijn negentienduizend bewoners.

BUNSCHOTEN, 5 AUG. De gemeente Bunschoten-Spakenburg heeft een jeugdprobleem. Begin 1995 vroeg zij het Steunpunt Kinderopvang Jeugd- en jongerenwerk Utrecht een onderzoek in te stellen naar de leefwereld van 'ongeorganiseerde' jongeren. Aanleiding was de overlast die zij op straat veroorzaken. Op zondag, als alles is gesloten met uitzondering van het restaurant De Grote Chinese Muur, kan hun aantal oplopen tot tweehonderd. Het rondhangen op straat lijkt onvermijdelijk, want met 3,08 personen per woning heeft Bunschoten de hoogste gemiddelde woningbezetting van de provincie Utrecht.

De uitkomst van het onderzoek was onthutsend. Er werd een kloof gesignaleerd tussen jeugd en ouderen, waarbij de laatsten de ogen sluiten voor wat er gebeurt. Veel jongeren komen alleen thuis voor eten, slapen en de was. “Discussies zijn vaak van korte duur, omdat ouders al snel verwijzen naar de bijbel en daarmee de discussie afbreken.”

De 'ontkenningscultuur' gaat gepaard met roddel en achterklap, terwijl het welvarende Bunschoten ook nog eens kampt met een 'geldcultuur'. Het resultaat is overmatig drank- en drugsgebruik. Geschat wordt dat in de zwaar christelijke gemeente per weekeind zo'n tweeduizend XTC-pillen en ruim honderd gram cocaïne worden verhandeld. Een flink deel daarvan zou overigens gebruikt worden door jongeren uit de regio. Disco De Kajuit is een tijdje gesloten geweest. Nu is zelfs het bezit van roesmiddelen er niet toegestaan.

Burgemeester L. Groen vond het “onplezierig dat de kwestie zo zwart op wit was beschreven. Je nam tot dan aan dat de problemen vooral elders speelden, maar dat blijkt dus niet zo.”

De gemeenteraad heeft inmiddels een jeugdbeleid vastgesteld met als sleutelwoorden JIP en JOP. Er komt vooralsnog voor tien uur in de week een straathoekwerker, die tevens Jongeren Informatie Punt wordt. Hij moet Jongeren Ontmoetings Plekken realiseren. Al dit beleid betekent niet dat de jeugd lanterfant. Bunschoten staat bekend om haar werkdrift. Met een werkloosheidscijfer van 3,1 procent behoort Bunschoten tot de hardst werkende gemeenten van de provincie Utrecht met een gemiddelde werkloosheidscijfer van 6,9 procent. Mogelijk heeft dat te maken met een eigenzinnige instelling. Bunschoten ontstond als een enclave in het moeras en nu nog is de kortste verbinding met het Gooi een pont over de Eem, die op zondag niet vaart.

De aanleg van de Afsluitdijk rond 1930 dreigde de vissers van Spakenburg brodeloos te maken, maar zij schakelden met succes over op de handel. Tot in Arnhem werd de vis per fiets bezorgd. Op tal van markten in Nederland staan Bunschoters met vis of koek. Menig handelaar werd miljonair. De Kamer van Koophandel trekt hier volle zalen.

Dat geldt ook voor de kerken. Tachtig procent van de bevolking is aangesloten bij een kerkgenootschap. Er zijn dertien kerken van vijf verschillende protestantse richtingen. In de gemeenteraad is het Gereformeerd Politiek Verbond met vijf zetels de grootste fractie. Bunschoten is het landelijke bolwerk van het GPV. Overigens heeft het verbond hier geen monopolie op christelijke politiek. Er is ook nog een Christelijke Arbeiders Partij (vier zetels), CDA (3) en RPF/SGP (2). De seculiere politiek wordt verzorgd door de VVD (2) en een progressieve combinatie (1).

Het gemeentebestuur heeft dit jaar gesprekken gevoerd met predikanten en kerkenraden over het jongerenvraagstuk. In juni bleek echter dat verenigde actie nog niet mogelijk is. De kerken verkiezen souvereiniteit in eigen kring. Een woordvoerder van de gemeente bevestigt dat het college van B en W meer resultaat hadden verwacht van het gesprek met de kerken. “Misschien bedenken we nog eens een idee waar de kerken wel voor te vinden zijn.” Burgemeester Groen is “niet teleurgesteld, want bij iedere denominatie worden de problemen nu erkend. We staan nog maar het begin van een aanpak en het is een weerbarstige materie. Het is tasten en zoeken”.

“Er is een niet uitgesproken gemeenschappelijke gedachte”, concludeert dominee W. Scherf van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt Spakenburg-Zuid. “Dat overleg heeft per saldo betrekkelijk weinig opgeleverd. Als kerken hebben we niet de handen ineengeslagen, maar we hebben wel de hand in eigen boezem gestoken. We hebben te weinig aan jeugdbeleid gedaan.” Scherf verwacht dat de kerken afzonderlijk allemaal wel aandacht aan de kwestie zullen schenken. Hij denkt dat de ontsporing van een deel van de jeugd te wijten is aan “het harde werken en het vele verdienen. Door dat harde werken hebben de ouders geen aandacht meer voor de kinderen.”

“Iedereen werkt hier keihard en het geld moet rollen”, erkent dominee A. Reitsema van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt Bunschoten-West. “Er zitten hier veel ondernemers en die geven soms weinig aandacht aan hun kinderen.” Reitsema bestrijdt dat Bunschoten het patent heeft op jongerenoverlast. Eerder was hij in Limburg en daar gebeurde hetzelfde. “Het heeft te maken met de geslotenheid van het dorpskarakter.” De predikant ontdekte dat zelfs achter het pillengebruik handelsgeest schuilgaat. “Ik had een gesprek met een catechesant en dat was voor mij ook een openbaring. Die jongere zei: met een pil ben je zoveel kwijt en alcohol kost veel meer.”

Arnoud van Dijk, werkzaam in de bakkerij, loopt uitgelaten met vrienden door het havenkwartier. Versoepeling van de openingstijden heeft prioriteit, meent het gezelschap, want dan hoef je niet op straat te hangen. Arnoud gebruikt geen drugs, maar is liefhebber van Sonnema. Hij vindt alle commotie wat overdreven. “De jongeren beginnen door te krijgen dat er ook iets anders is als werk en kerk. In andere dorpen wisten ze dat al in de jaren zeventig, maar hier loopt alles vijfentwintig jaar achter.” Hij zit graag op een terras, maar zijn oom zegt dat dat niet mag. “Zoiets mag toch in heel Nederland?” Vooral de generatie van boven de dertig jaar doet moeilijk, vindt Arnoud. “Er wordt zo benadrukt dat je niet mag genieten.” Hij geeft grif toe dat het geld uitbundig wordt gespendeerd. “Als je veel geld hebt, geef je het uit. Hier hoeven ze er niet voor te stelen, want ze werken ervoor. Tachtig procent van de jongeren gaat in de week om twaalf uur naar bed en staat om zes uur op.”

Zelf gaat Arnoud nog wel naar de kerk, maar zijn vrienden hebben weinig op met het bekeringsstreven van de kerken. “Daar zitten ze te bedenken hoe ze een ander kunnen naaien.”

Steven (17), op het VWO in Amersfoort, verkiest een schuilnaam. Hij gebruikt geen drugs, maar weet wat stappen is. In een weekeind is honderdvijftig gulden gemakkelijk weggedronken. “Er zijn er zat die er driehonderd doorheenjagen. De jongeren die aan de drugs gaan, hebben vaak strenge ouders en komen op latere leeftijd opeens los.” Er zijn er die halsbrekende toeren uithalen. “Dan gaan ze in Amsterdam stappen, komen om zes uur thuis en om negen uur gaan ze weer naar de kerk. Dat doen ze voor hun ouders.”

Ook Steven is niet onder de indruk van zijn mede-gelovigen. “Ze zitten vooraan en intussen doen ze alles wat niet mag.” In Nijkerk doen ze niet zo moeilijk over uitgaande jeugd. “Daar zijn ze gemakkelijker met het geloof.” Dominee Scherf sluit niet uit dat de discussie met jongeren soms met een beroep op de bijbel wordt gesloten. “Toch zie ik eerder een ander probleem. De mensen zeggen: Laat ons vrij in onze opvattingen en handelingen. Ieder gaat z'n gang en wil niet geconfronteerd worden met het probleem.” Scherf is mild over de constatering in het SKJU-rapport dat in Bunschoten een 'materialistische sfeer' heerst. “Christenen zijn gewone mensen. In de ban van het geld komen is niet typisch christelijk. Je ziet het vaak in plaatsen waar handel gedreven wordt. Zou het in Katwijk anders zijn?”