Gezag van militair komt vooral uit zijn geweer

De Nederlandse luchtmacht heeft twee militairen teruggeroepen uit het buitenland omdat ze hun lange haar niet wilden laten knippen. Terecht, vond het Tweede-Kamerlid Van den Doel (VVD) op deze pagina. Lang haar past niet bij een beroepsmilitair. Maar wat zijn daar eigenlijk de argumenten voor, vraagt de historicus R.C. Strootman zich af. Normen aangaande het uiterlijk zijn nu eenmaal veranderlijk. Bovendien moet de krijgsmacht de samenleving niet van zich vervreemden, waarschuwt de econoom Simon Duindam. Dat kan ons nog heel wat duurder komen te staan dan die lange haren.

De kwestie van de haardracht in het leger liet mij tot dusverre onberoerd. Wie er schik in heeft om soldaat te worden, vond ik, moet vooral z'n gang gaan, maar dan niet opkijken van het voorschrift het haar kort te dragen. Dat is net zoiets als het moeten aandoen van een uniform of het zich moeten onderwerpen aan militaire discipline: daarvoor heeft men nu eenmaal getekend. Ik lig daar niet wakker van: het is de krijgsmacht als geheel die mij met weerzin vervult, niet de haarlengte van haar dienaren.

Maar bij het lezen van het artikel van M. van den Doel (31 juli) rezen mij de (korte) haren te berge: niet door de boodschap op zichzelf (een pleidooi voor kort haar in de krijgsmacht) maar door de slinkse retoriek waarmee deze boodschap verkondigd werd. Temeer daar de opmerkingen van Van den Doel zich leken uit te strekken tot ver buiten de kazernepoorten.

Van den Doel voert argumenten op - met name het groeiend aantal vredesmissies en het lage opleidingsniveau van hen die ze uitvoeren - om aan te tonen dat van krijgsmachtpersoneel verwacht mag worden dat het er verzorgd bijloopt; hij onderstreept het belang van 'normaal burgerfatsoen, goede omgangsvormen, innerlijke en uiterlijke discipline, een bepaalde beroepsethiek'. Prima natuurlijk: het leger, zou je zeggen, is bij uitstek een instituut dat een sterk ontwikkelde beroepsethiek en goede omvangsvormen van node heeft.

Maar wat is nu precies een verzorgd uiterlijk, wie bepaalt dat? Van den Doel omzeilt consequent deze vraag. In plaats daarvan kiest hij ervoor de door hem voorgestane korte haren impliciet te vereenzelvigen met een verzorgd uiterlijk en lange haren expliciet met het tegendeel. Uiteraard hoedt hij zich ervoor dit te beargumenteren, zoals het een echte zedenprediker betaamt, weet hij gewoon wat goed en slecht is. Zo heet de huidige toestemming om lang haar te dragen 'water in de wijn op het gebied van de normen', maakt hij opsommingen in de trant van 'onverzorgd personeel, lang haar en lange oorbellen', waaraan vervolgens geen behoefte is omdat de krijgsmacht, 'als het om de negatieve aspecten (mijn cursivering, R.S.) gaat, zeker geen afspiegeling van de samenleving (hoeft) te zijn. Er wordt zelfs een verband gelegd met het 'op grote schaal' (!) gebruiken van niet alleen soft- maar ook van harddrugs binnen de krijgsmacht.

Het behoeft geen betoog, me dunkt, dat dergelijke tendentieuze opmerkingen uiterst kwetsend zijn voor al wie ervoor kiest zijn haren tot over de oren te dragen. Voor het gemak ga ik er dan nog maar vanuit dat een en ander alleen betrekking heeft op mannen, al zou het me niets verbazen als Van der Doel tevens van mening is dat vrouwen het haar juist wèl lang dienen te dragen, zoals het vrouwen betaamt, in overeenstemming met goede zeden en normaal burgerfatsoen. Mijn klomp brak pas goed toen ik las dat soldaten met lang haar en oorringen geen gezag zouden uitstralen. Laat ik nu toch altijd gedacht hebben, dat het 'gezag' van militairen voortkwam uit het feit dat zij over wapentuig beschikken en bereid zijn (het militair beroep is nu eenmaal geen doorsnee beroep) deze te gebruiken om hun gezag af te dwingen - blijkt het, verdomd, het haar te zijn!

Wat Van den Doel niet schijnt te beseffen is dat de normen op het gebied van het uiterlijk veranderlijk zijn en geen nieuwe, absolute waarheden. Zo hoef je niet eens helemaal terug te gaan naar de tijd van de weinig gezag uitstralende Michiel de Ruyter, om aan te tonen dat lang haar ook vroeger 'kon'. Midden vorige eeuw bijvoorbeeld, was het ook heel gewoon dat mannen het haar langer droegen. Opvallend is, dat het in het verleden met name de hogere klassen en de beter opgeleiden waren, die het haar lang droegen.

Mode is een ongrijpbaar verschijnsel. Zeker is evenwel, dat mode niet op voorschrift van de overheid vormt krijgt, laat staan dat de ononderbouwde mening van defensiewoordvoerders van Kamerfracties als bepalend zouden gelden. Een 'verzorgd uiterlijk' is datgene wat maatschappelijk voor een verzorgd uiterlijk wordt gehouden en wat dat betreft zijn de bakens in de burgermaatschappij ondertussen verzet: had het dragen van lang haar in de jaren zestig nog een zekere rebelse connotatie, een uiting van vrijheidszin en jongerencultuur, heden ten dage is dat nauwelijks meer zo. Tegenwoordig zijn lange haren normaal geworden en kunnen ook als 'netjes' gelden. Zo is het bijvoorbeeld heel gewoon om lang haar in combinatie met kostuum en das te dragen, al is dat niet meer zo 'in' als vier à vijf jaar geleden.

Onlangs zag ik op televisie een van de mannen die vanwege hun uiterlijk uit Italië werden teruggeroepen. Ik geloof dat het een sergeant was. Zijn haar was inderdaad behoorlijk lang, maar zat desondanks zeldzaam netjes: symmetrisch naar achteren gekamd en aldaar overgaand in een strakke, rechte vlecht - het oogde al met al aanzienlijk keuriger dan de losdradige coupe van de in hetzelfde programma geïnterviewde luchtmachtbaas die voor de terugroeping verantwoordelijk was.

    • R. Strootman
    • Drs. R.C. Strootman