Geen buurlanden die zó verschillend zijn

Veel Nederlanders wonen in Vlaanderen om de belasting te ontvluchten, anderen verblijven er uit liefde. Claudia Theunissen (29), bijvoorbeeld, woont met haar Vlaamse vriend Dirk Nielandt (32) en dochter Joni (drie maanden) in Bazel, vlakbij Antwerpen. Acht jaar geleden kwam ze naar België en ze “zou niet weten waarom ik terug zou gaan”.

Wat ze zeker niet mist, zijn de verjaardagsrituelen. “Afgrijselijk”, valt haar partner bij. “In Nederland zijn verjaardagen een institutie, met altijd dezelfde mensen en dezelfde grapjes. Hier bepaal je zelf of je een feest geeft of met vrienden op café gaat.”

Het cultuurverschil tussen Nederland en Vlaanderen is groter dan Theunissen had gedacht voordat ze emigreerde. Het uit zich in kleding (zij: “hier chiquer en traditioneler”), in omgang (hij: “in Nederland wordt veel meer geluld, iedereen heeft altijd een mening”) of in koopgedrag (zij: “Nederlanders letten op de kleintjes, hier zie je in een winkel als de Aldi alleen marginalen”). In hun relatie merken ze het verschil vooral als het over geld gaat. “Claudia blijft mij een schuldgevoel geven als ik eens voor duizenden franks boeken en cd's koop”, zegt hij. “Zonde, die boeken hebben ze in de bibliotheek ook”, reageert zij. “Anderzijds maak ik me nooit zorgen om geld. Ik heb jaren geleefd van vijf gulden per dag.” Haar vriend beaamt: “Ik ben meer gehecht aan luxe.”

Cijfers over het aantal Vlaams-Nederlandse koppels zijn er niet. Wel wordt het aantal huwelijken tussen Belgen en Nederlanders bijgehouden, door het Brusselse Nationaal Instituut voor de Statistiek en het Haagse Centraal Bureau voor de Statistiek. Opvallend is dat in België ruim twee keer zoveel Belgisch-Nederlandse huwelijken worden voltrokken als in Nederland: in 1994 respectievelijk 608 en 273. Volgens Dirk Nielandt wonen er sowieso veel Nederlanders in België, omdat ze mobieler zijn. “Ik heb altijd met Nederlanders in de klas gezeten.”

“Nederland lijkt ook niet zo aantrekkelijk voor Belgen. Vaak vragen ze: Hoe houd je het daar uit, heb je geen overlevingspakket nodig?” Bettina Hubo (35) woont met haar Nederlandse partner en zoontje Max in Amsterdam, waar ze werkt als correspondent voor de Vlaamse krant De Standaard. Achter een kop koffie met Hollandse appeltaart vertelt ze dat ze aanvankelijk inderdaad 'overlevingspakketten' meenam uit België, met Spa groen (licht bruisend), Jacqmotte koffie en pickles-chips.

Wat Hubo direct opviel toen ze in 1989 voor een opleiding journalistiek naar het noorden trok, was “de welbespraaktheid”. Het beviel haar wel. “Heel verfrissend. Men komt ook gemakkelijker voor zichzelf op. Kleine irritaties worden onmiddellijk geuit, in België kropt men ze zuchtend op.” Verrassend vond ze de gelijkwaardige verhouding tussen studenten en professor. “In België heeft de leraar altijd gelijk. 'Eerste plicht, mondje dicht', leerde ik op school.” Ook Nielandt constateert: “Een Vlaams kindje is braaf, een Nederlands kind is brutaler.” Scholen in Vlaanderen noemt hij conservatief en prestatiegericht. “Maar in Nederland wordt te veel aan de leerling overgelaten.”

Wat Hubo nog altijd opvalt, is dat je in Nederland zonder schroom kunt zeggen dat je niet werkt. “In België is de norm dat iedereen werkt. Wie niet werkt is een zielenpoot.” Ook het idee dat je kunt rondkomen van één salaris, verbaast haar. “Belgen denken vrij veel geld nodig te hebben. Dat merk je aan vakanties. Een Belg gaat niet kamperen, maar wil ten minste evenveel luxe als thuis - en dan nog een mooi landschap er bij.” België is ook meer een familieland. “Kinderen wonen langer thuis en zondags ga je op familiebezoek. In Nederland nemen vrienden deels die plaats in.” In tegenstelling tot alle vooroordelen, vindt Hubo Nederlanders niet gierig. Wel signaleert ze een ander uitgavenpatroon. “Nederlanders halen meer uit hun besteedbaar inkomen. Als je hier een compliment krijgt over je kleding en je kunt zeggen dat het maar vijf gulden kostte, dan is het helemaal goed.”

Geen twee landen met een gemeenschappelijke grens en taal zijn cultureel zo verschillend als Nederland en België, concludeert de Limburgse emeritus-hoogleraar Geert Hofstede in Culture's Consequences, waarin veertig 'moderne landen' zijn vergeleken. Terwijl België zich schaart onder Latijnse landen, lijkt Nederland meer op Scandinavië. België scoort bijvoorbeeld veel hoger op het gebied van 'machtsafstand' (de mate van ongelijkheid tussen mensen die de bevolking van een land als normaal beschouwt) en 'onzekerheidsvermijding' (de mate waarin mensen de voorkeur geven aan duidelijke (on)geschreven en gedragsregels), wat zich vertaalt in machthebbers de schuld geven van de eigen fouten en zich vrij voelen regels te overtreden als de baas niet oplet. “Alleen op het gebied van individualisme komen België en Nederland samen”, concludeert Hofstede.

Ondanks de verschillen, voelt Hubo zich in beide landen even goed. “Een mix van de twee zou ideaal zijn.” Zo vindt ze in België het wooncomfort groter. “Hier heerst krapheid. En de moderne woningbouw is vreselijk stereotiep. Ik woon er trouwens zelf in, omdat ik niets anders kon vinden.” In België heb je meer vrijheid, bijvoorbeeld om je eigen huis te bouwen. “Iedereen gaat z'n gang en trekt zich minder aan van modes en rages.” Het Nederlandse woekeren met ruimte blijkt ook bij het winkelen. “In België ga je naar de Maxi-GB, waar je de auto tot negen uur 's avonds voor de deur zet en waar je alles kunt kopen, van verse vis tot schoenen.”

Anderzijds vindt ze België steiler. “Hier heerst een meer creatief klimaat. Alles moet kunnen en je moet vooral jezelf ontplooien. In België doen mensen jarenlang hetzelfde werk, al bevalt het niet.” Nederlanders hebben een open mentaliteit. Ook samenwonen is er gemakkelijker. “In België wordt toch gevraagd: ben je nu nog niet getrouwd?” Als pluspunt noemt Hubo verder de Nederlandse bureaucratie. Ook Nielandt constateert: “Alles wat officiële instelling is in België, lijkt uit de jaren vijftig te stammen. Bij jullie is dat beter.”

Hoe groot het verschil in medische zorg is tussen de buurlanden, ondervonden zowel Theunissen als Hubo onlangs tijdens zwangerschap en bevalling. België is meer gemedicaliseerd: volgens cijfers van Eurostat waren er begin jaren negentig per duizend inwoners 3,5 dokters en 1,3 apothekers, in Nederland respectievelijk 2,5 en 0,1. In Vlaanderen bevalt bijna iedereen in een stadsziekenhuis, merkte Theunissen. Toen ze na een thuisbevalling haar dochter kwam aangeven op het gemeentehuis van Bazel, brak lichte paniek uit: er was in geen twintig jaar een baby ingeschreven. Uit een la konden papieren worden gevist en Joni werd ingeschreven als nummer 001. Hubo daarentegen leek het barbaars dat ze een paar uur na de bevalling naar huis werd gestuurd. “Die heerlijke week in het ziekenhuis, daar had ik al mijn hele leven naar uitgekeken.” Uiteindelijk vindt ze het Nederlandse systeem met een kraamverzorgster thuis ideaal. “Het bezoek komt op afspraak, terwijl in België iedereen binnenloopt. Je geeft ze een kopje thee, beschuit met muisjes en ze zijn tevreden - heel gemakkelijk.”