'Een volk krijgt de medailles die het verdient'

'Waarom zijn we zo waardeloos', vraagt een Engelse krant zich af na de teleurstellende prestaties van de Britse sporters op de Olympische Spelen. De Palestijnen zijn minder verrast door de matige verrichtingen van hun atleten: 'Bij iedere horde moesten wij ons paspoort laten zien'. In Rusland kwam de tv-commentator gisteren superlatieven tekort bij de volleybalfinale. Maar wie was toch die mollige, blonde jongen die zich tussen de feestvierende Nederlandse spelers mengde? Elf correspondenten over de Spelen in Atlanta.

Rusland

“Onze atleten hebben 63 medailles gehaald maar de Amerikanen hebben er meer.” Zo opende een radiostation in Moskou vanmorgen het nieuwsbulletin op typerende wijze. De Koude Oorlog mag dan voorbij zijn, de afgelopen twee weken bleek weer dat de obsessie met de Verenigde Staten is gebleven.

Het begon al direct bij de openingsceremonie, waar “alles door politiek werd verduisterd”, zo zei de vooraanstaande parlementariër Vladimir Loekin, die doorgaans als liberaal wordt omschreven. “Kunt u zich voorstellen wat er zou zijn gebeurd als wij tijdens de Olympische Spelen van 1980 in Moskou Russische tanks en raketten zouden hebben rondgereden? Maar hier vlogen Amerikaanse gevechtsvliegtuigen over het stadion en de ceremonie ging gewoon door.”

Het viel de Russische commentatoren op dat de Amerikaanse ploeg werd 'voorgetrokken'. Na de openingsceremonie werden de sporters van het gastland direct naar het olympische dorp teruggebracht, terwijl de anderen uren in de hitte moesten wachten op bussen. Ernstiger was de toevoeging van 'typisch Amerikaanse' sporten aan het olympische programma, zoals softbal, mountainbike en beachvolleybal. “Hoe moeten wij beachvolleybal beoefenen? Door zand in sporthallen te storten? Het is belachelijk”, zei het hoofd van het Russische olympisch comité.

Echt ontstemd werden de Russen toen Russische sporters die wél medailles wonnen van dopinggebruik werden beschuldigd. “Onze atleten worden er opnieuw ingeluisd”, kopte Komsomolskaja Pravda. Er wordt een 'Anti-Russische doping-oorlog' gevoerd, meende SportExpress. Op de televisie kwamen deskundigen aan het woord die spraken over “psychologische oorlogsvoering” tegen Russische atleten. “De Amerikanen kunnen het gewoon niet hebben dat andere landen gouden medailles voor hun neus wegkapen”, zo droeg vanuit Atlanta de zwemmer Aleksandr Popov aan de discussie bij.

Des te sympatieker werd in Rusland bericht over de prestaties van 'derde' landen. Tijdens de volleybalfinale gisteravond tussen Italië en Nederland ging de televisieverslaggever zich te buiten aan superlatieven. Hij viel alleen stil bij het duiden van die mollige blonde jongen die na het eindsignaal ineens tussen de Nederlandse spelers stond mee te juichen.

HANS NIJENHUIS

Groot-Brittannië

De koppen in de Britse kranten spraken boekdelen. 'Waarom zijn we zo waardeloos', schreef de Evening Standard. En de Daily Mirror verzuchtte: 'Oh jee, daar gaat weer een medaillekans.'

Teleurstelling en frustratie kleurden de laatste weken de Britse sportverslagen. Sinds de Spelen van 1952 in Helsinki is de Britse medailleoogst nooit meer zo pover geweest als in Atlanta. Met 16 medailles - 1 gouden, 8 zilveren, 7 bronzen - bezet het Verenigd Koninkrijk op de olympische ranglijst de 35ste plaats. Achter landen als Ethiopië, Denemarken en Nederland.

Tv-commentatoren spraken over 'de vloek van Atlanta' wanneer weer een Britse atleet naast de medailles greep of wanneer de zoveelste Britse kanshebber door een blessure werd geveld. Symbool van de Britse schlemielenrol was Linford Christie, olympisch kampioen op de 100 meter van vier jaar geleden. In Atlanta kwam hij in de finale van de 100 meter na twee valse starts niet eens toe aan lopen. Ook bij de 4x100 meter hoefde hij niet meer in actie te komen omdat één van zijn ploeggenoten het estafettestokje had verspeeld.

Zo groot was de publieke verontwaardiging over de Britse verrichtingen in Atlanta dat staatssecretaris voor sportzaken Iain Sprout de leider van de ruim 300 mannen en vrouwen sterke olympische delegatie op het matje riep. Maar chef de mission Dick Palmer kaatste de bal behendig terug. Hij beaamde dat de Britse afvaardiging “verschrikkelijk gefaald” had. Hij gaf toe dat “de nationale trots een flinke deuk had opgelopen”. En hij kon niet ontkennen dat de Britse sport “in een ernstige crisis verkeert”. Maar dat was ook de schuld van de regering, zei Palmer. Van een regering die weinig geld in sport steekt, geen sportbeleid kent en sport op school verwaarloosd heeft.

DICK WITTENBERG

Griekenland

In Griekenland heerst algehele genoegdoening over de Spelen van dit jaar. In de eerste plaats omdat zij het land vier gouden en vier zilveren medailles brachten, veel meer dan bij welke Spelen ook sinds die van 1896 in Athene. In de meeste gevallen bleef het geboorteland van de olympische gedachte de laatste decennia zonder gouden plak. Vooral het gewichtheffen zorgde dit jaar voor onverwachte successen, waardoor deze sport in korte tijd nationale draagwijdte heeft gekregen. Dat vier van de succesvolle Grieken van buiten Griekenland komen - Albanië en de Kaukasus - stemt velen tot nog grotere voldoening, al zijn er ook die erover meesmuilen. Zoals er werd gemeesmuild over het feit dat twee gouden medailles werden uitgereikt door oud-koning Konstantijn, zelf als kroonprins in 1964 winnaar van een zeilnummer en nu erelid van het Internationaal Olympisch Comité.

Een andere vorm van voldoening - die soms de proporties van leedvermaak aanneemt - is die over de slechte organisatie en de terreur die deze Spelen overschaduwden. In Griekenland weet men zeker dat de bomaanslag niet zou zijn gebeurd en de organisatie vlekkeloos zou zijn geweest als men was ingegaan op het verlangen van Athene om de Spelen na honderd jaar weer in de Griekse hoofdstad te houden. Men brengt nu ook het oude idee van oud-president Karamanlis weer terug: de Spelen na het jaar 2000 alleen nog maar in Griekenland te laten plaatsvinden, hetgeen dan gepaard zou moeten gaan met een afschaffing van de commercialisering die deze olympiade heeft gekenmerkt. Wanneer deze commercialisering zich voortzet, moet er langs gerechtelijke weg voor gezorgd worden dat de term 'olympisch' niet meer mag worden gebruikt, aldus een voorstel gisteren in het dagblad Kathimerine.

FRANS VAN HASSELT

Frankrijk

ExtraORdinaire, buitengewoon goud. Dat was de paginagrote kop die Le Parisien vrijdag op de voorpagina zette. Na twee weken superlatieven verzinnen was het een aardige vondst. Marie-José Perec uit Guadeloupe had na de 400 meter ook de 200 meter gewonnen, en nog was de medaille-regen niet opgedroogd.

Frankrijk had zich zeker niet ingesteld op deze succesreeks. Na de Tour de France waren alle cameraploegen en enkele vedetten van het kleine scherm naar Atlanta gereisd om de tv de zomer door te helpen. Op de zaterdag voordat het begon hoopten de meest vermetele kranten op “een beetje goud en veel zilver”.

Niemand had het goed en wel in de gaten of Frankrijk sleepte de eerste dag al medailles binnen voor judo, wielrennen bij de dames, schermen en grieks-romeins worstelen. De triomfdagen regen zich daarna aaneen. Meer plakken voor judo, fietsen, atletiek en boogschieten - allerlei sporten waar Franse tv-kijkers zelden mee worden geconfronteerd.

De weelde van roem wende snel. De tv-stations konden zich beperken tot de eigen prijswinnaars van de dag. Tegenstanders leken er nauwelijks te zijn. Carl Lewis en Michael Johnson mochten er even tussendoor, maar onvergetelijk blijven de beelden van de Franse mountainbiker Martinez die zegevierend over het hobbelige parcours reed. En brons won. De gouden medaille van Bart-Jan Brentjens was pas de volgende dag in de kleine lettertjes van de gespecialiseerde pers te lezen.

MARC CHAVANNES

Palestina

“Waarom eindigde Majed Abu Mrahil als laatste bij de hordenloop?”, vraagt een Palestijn. “Omdat hij bij elke horde zijn paspoort moest laten zien.” Iedereen moet lachen. Het Arabische woord voor horde betekent namelijk ook 'check-point'.

Dat dit grapje de afgelopen week in Gaza en op de Westoever vaak werd verteld, toont aan dat de Palestijnen niet bijster betrokken waren bij de Olympische Spelen. Majed Abu Mrahil is ook geen hordenloper, maar een lange-afstandsloper.

Tijdens de openingsceremonie zaten de meeste Palestijnen gespannen voor de televisie. Zij namen immers voor de eerste keer deel. Tevreden zagen zij dat hun zestien sporters met dezelfde egards werden behandeld als de delegaties uit andere landen. Sommigen huilden toen de vlag werd gehesen en het volkslied werd gespeeld. Palestina was eindelijk in de sportwereld geregistreerd en dat beschouwden zij als een zeldzame overwinning op Israel. Israel had vergeefs geprobeerd de naam Palestina uit de olympische annalen te wissen, omdat zij een staat suggereert die er (nog) niet is. “Atlanta was pure symboliek”, beaamt Wael Afana van het olympisch comité in Gaza.

Het enthousiasme verdampte snel. Dat twee van de drie sporters om politieke redenen alsnog werden gediskwalificeerd, deerde de thuisblijvers niet meer. De Kroaten zagen hun sporters in 1992 als ambassadeurs die de wereld met elke medaille zouden bewijzen dat hun nieuwe staat bestaansrecht had. Bij gebrek aan overheidsfondsen werden hun sporters op kosten van Kroatische zakenlieden gedrild. En niet zonder resultaat. Maar in Gaza rende Abu Mrahil solitair over het strand. Geen van de rijke Palestijnen kocht zelfs maar een trainingspak voor hem. Die nonchalance is een teken dat de Palestijnen sceptisch worden over de symbolen die zij sinds het akkoord van Oslo hebben gekregen en - dat illustreren de recente onlusten op de Westoever - over Arafats vermogen om daar inhoud aan te geven. “Waarom”, zegt een Palestijn, “zou ik mij overgeven aan de symboliek van Atlanta als ik niet meer geloof in een eigen staat?”

Over een feestelijke ontvangst voor de eenzame 'hordenloper' Abu Mrahil, straks in Gaza, is dan ook nog niets bekend.

CAROLINE DE GRUYTER

India

India had zich al half verzoend met de zoveelste medailleloze aflevering van de Olympische Spelen, toen tennisser Leander Paes een bronzen plak in de wacht sleepte. Het was de eerste individuele medaille voor een Indiër op de Spelen in 44 jaar. Alleen de hockeyers, die dit jaar op een achtste plaats eindigden, zagen tussentijds af en toe kans een medaille te winnen.

Hoe verdienstelijk Paes' prestatie ook is, het feit dat een land van meer dan 900 miljoen inwoners daar zo lang op moest wachten, weerspiegelt de treurige staat van de meeste sporten in India. Er is geen belangstelling voor en ook geen geld. De overgrote meerderheid van de Indiërs doet nooit aan sport, ook de meer welgestelden niet. Fysieke inspanning geldt als minderwaardig, als iets voor de lagere kasten en klassen. De enige sport die serieuze aanhang geniet is cricket, helaas voor India geen olympische sport.

De Spelen hebben hier bij lange na niet tot eenzelfde roes geleid als de strijd om de wereldbeker cricket dit voorjaar. Een probleem was ook dat de Verenigde Staten precies aan het andere eind van de wereld liggen en de meeste Indiërs in bed lagen wanneer de wedstrijden in Atlanta op gang kwamen. Slechts één televisiestation verzorgde af en toe reportages van de Spelen.

Dit alles neemt niet weg, dat de Indiërs zich de povere prestaties van hun atleten wel aantrokken. Vooral de afgang van de hockeyers, die na een opleving eerder dit jaar jammerlijk faalden, leidde tot teleurgestelde reacties. De bronzen medaille van Paes kwam daarom haast als een bevrijding en politici waren er dan ook als de kippen bij de tennisser te belonen met een geldbedrag van 35.000 gulden. Uiteraard uit de staatskas.

FLORIS VAN STRAATEN

Australië

Het sportgekke Australië viert een recordaantal olympische medailles. Liefst 40 keer werd eremetaal gewonnen, waaronder negen maal goud - een mooie generale voor de 'thuisspelen' in Sydney over vier jaar. Publiekslieveling was lange-afstandzwemmer Kieran Perkins, die zijn gouden medaille op de 1.500 meter vrije slag van Barcelona prolongeerde. Zijn laatste slagen zijn inmiddels tientallen keren op Rupert Murdoch's tv-kanalen herhaald, zodat niemand straks een excuus heeft om op de ticker tape parade voor Perkins te ontbreken.

Schutters Russell Mark en Michael Diamond wonnen eveneens goud. Hun medailles in deze weinig publieksgerichte sport kregen brede aandacht door reacties van lobby-groepen van vuurwapenbezitters. Die zijn kwaad over de nieuwe, scherpere wapenwetten die premier John Howard wil doordrukken. De wetten zijn het gevolg van het doodschieten van 35 mensen door een gestoorde man in Tasmanië in april van dit jaar. De lobby hield Australiërs voor dat de nieuwe wetten minder olympisch eremetaal tot gevolg zullen hebben.

De bomaanslag in Atlanta bracht schrik in Sydney, de volgende olympische stad. De organisatoren willen niet dat veiligheidsmaatregelen het geplande, ongedwongen olympische feest in 2000 gaan verstikken, maar Mal Hemmerling, directeur van het organisatie-comité, beloofde toch een evaluatie (lees: verscherping) van de veiligheidsplannen.

HANS VAN KREGTEN

Mexico

De Spelen waren nog niet geëindigd of in Mexico was de blame game al begonnen. Zelfs voordat de marathon was gelopen - een nummer waarop Mexicaanse hardlopers doorgaans, maar niet gisteren, hoge ogen gooien - stelde het dagblad Reforma op de voorpagina de vraag die nu vrijwel iedereen in dit land bezighoudt: Wie is verantwoordelijk voor het Mexicaanse fiasco?

De krant liet de vraag via de stem des volks beantwoorden in een opiniepeiling onder vierhonderd hoofdstedelingen. Niet de sporters, maar de offials - van president Zedillo tot vertegenwoordigers van het nationale olympisch comité - zijn in de ogen van de doorsnee-Mexicaan de schuldigen. Trefwoorden hierbij zijn incompetentie, onverschilligheid en vooral corruptie. Het 'systeem' had het weer gedaan. Of, zoals de onafhankelijke parlementariër Adolfo Aguilar Zinser het stelde: “Een natie op drift kan geen goede olympische prestaties leveren.”

De ene bronzen medaille was een marginaal slechtere prestatie dan vier jaar geleden, toen in Barcelona één zilveren plak werd behaald. Heeft Mexico met z'n circa negentig miljoen inwoners dan echt geen top-atleten in huis? Natuurlijk wel: wielrenner Raúl Alcalá, bokser Julio César Chávez, voetballer Hugo Sánchez - allen bekend tot ver over de grenzen. Wat Mexico collectief ontbeert is de mentaliteit van een winnaar. Het antwoord op de schuldvraag die Reforma gisteren pontificaal stelde, luidt dan ook: wij. Een volk krijgt niet alleen de regering die het verdient, maar ook de olympische medailles die het verdient.

REINOUD ROSCAM ABBING

Italië

Nu Blangé en zijn ploeggenoten de Italiaanse volleyballers van een heldenrol hebben afgehouden, blijft die gereserveerd voor de twee atleten die al eerder een stortvloed van superlatieven hadden losgemaakt: turner Yuri Chechi en mountainbiker Paola Pezzo.

Op de brug had Chechi gefaald, maar niemand tilde daaraan. De ringen zijn altijd zijn sterkste punt geweest. Daaraan heeft hij zijn meeste kampioenschappen behaald. Bijna alles, behalve die fel begeerde gouden olympische plak. Vier jaar geleden was hij er klaar voor, maar hij moest de trip naar Barcelona afzeggen wegens een blessure. Atlanta was misschien wel zijn laatste kans. Vola Yuri vola - vlieg Yuri vlieg - schreeuwde de commentator toen Chechi aan het einde kwam van een perfecte oefening. De Italianen hebben de gouden oefening op tv wel vijftig keer kunnen zien.

De andere helft van het olympische koningskoppel is Pezzo. Behalve mountainbiker is zij ook af en toe fotomodel. Aan het begin van de zware race viel ze, wat op het smalle parkoers had kunnen leiden tot een onoverbrugbare achterstand. Maar ze vechtte zich terug, trapte naar de kop en ging met een ver opengeritst shirt alleen door. Een onweerstaanbare mix voor de Italianen.

Italië is bijzonder tevreden over deze Olympische Spelen. Met een zesde plaats op de medailleranglijst hebben de Italiaanse atleten het aanzienlijk beter gedaan dan in Barcelona. Tv-kijkers die weten dat de wereld groter is dan Italië, zullen ontevreden zijn. Als er geen Italianen aan de top meededen, werd het niet uitgezonden, op enkele hoogtepunten van atletiek na. In dat opzicht zijn de Olympische Spelen voor de Italiaanse kijkers een bijna provinciaal gebeuren geweest.

MARC LEIJENDEKKER

Indonesië

De verhoudingen in de Indonesische media waren de afgelopen dagen wat zoek. Terwijl de in het nauw gebrachte oppositieleidster Megawati Soekarnoputri volstrekt werd genegeerd, waren de vrouwelijke sterren van het Indonesische badminton niet van de beeldbuis te slaan. Op de staatstelevisie en de vijf commerciële tv-stations moesten zelfs de populairste series wijken voor de dagelijkse verslagen uit Atlanta. In verhouding tot de hoeveelheid tv-uren en krantenpagina's gewijd aan deze Spelen was de medaille-oogst van Indonesië wat mager: één goud, één zilver en twee brons. De nationale pers rept dezer dagen dan ook van een 'mislukking'.

Atlanta is het kerkhof der kampioenen genoemd en dat gold zeker voor het Indonesische badminton, de enige olympische sport waarin het land internationaal uitblinkt. De Spelen in Barcelona leverden twee gouden, twee zilveren en één bronzen plak op. Maar noch Susi Susanti noch haar verloofde Alan Budikusuma - het gouden duo van Barcelona - drong dit jaar door tot de finales van het enkelspel. Alan sneuvelde in de kwartfinales en Susi moest genoegen nemen met brons. De enige enkelspelfinaliste was de zestienjarige Mia Audina, een snel rijzend sterretje met een knalharde smash en uitgekookt netspel. Zij bleek echter niet opgewassen tegen de tien jaar oudere, veel ervarener Zuidkoreaanse Bang Soo-hyun, die in de halve finale prima donna Susi Susanti had uitgeschakeld. Op het erepodium huilde Mia van teleurstelling, maar haar tijd komt nog wel.

DIRK VLASBLOM

China

In China heerst frustratie en teleurstelling over zowel de eigen medaille-oogst als over de wijze waarop de Spelen in Atlanta zijn verlopen. Het was China's ambitie om de 'derde sportsupermacht' na de VS en Rusland te worden en 25 gouden medailles te behalen. Beide doelstellingen werden niet bereikt.

De publieke opinie wijt die mindere resultaten aan de algemene tekortkomingen van de organisatie in Atlanta en aan de vooringenomenheid van de jury's in de gymnastiek- en duikcompetities. Een Chinese duik-coach zei enkele dagen geleden op de televisie: “Het is duidelijk hoe sterk en populair de anti-China stemming in de wereld is. Als een Chinese atleet een prestatie levert van hetzelfde niveau als van een concurrent, zal hij zeker de gouden medaille niet krijgen. Alleen als hij extreem, extreem briljant is en de concurrent duidelijke fouten maakt, zal hij de medaille krijgen. Wij zijn daar erg woedend over.”

De Chinese kritiek op de organisatie van de Spelen is luider geweest dan in enig ander land. De afstand tussen het Chinese onderkomen en de sportfaciliteiten was zo groot en het transport zo slecht, dat de meeste atleten in slaapzakken in de wedstrijdarena's bleven. Van het eten deugde al helemaal niets, zodat de meeste Chinezen overleefden op instant noodles.

Extra venijn werd toegevoegd door het nooit verwerkte trauma dat China het gastheerschap voor de Spelen in het jaar 2000 onthouden is, in hoofdzaak door een campagne in het Amerikaanse Congres tegen de schendingen van de mensenrechten in China. De anti-Amerikaanse stemming in de berichtgeving in kranten en op televisie was dan ook overweldigend, alsof het georkestreerd was door de hardliners in China's Centrale Propaganda-directoraat.

WILLEM VAN KEMENADE