Een korte droom

Op de hoogste trede van het olympisch ereschavot het volkslied zingen moet tot ervaringen van het grootste genot worden gerekend. Nederlanders mogen dan geen traditie hebben van spontane zangers, laten zij zich eenmaal verleiden tot het in koor zingen van een hooglied dan moet het wel om een feest gaan van een bijzondere orde - van religieuze betekenis bijna.

Verondersteld mag daarom worden dat de zegevierende volleyballers en hockeyers bij iedereen een gevoelige snaar hebben geraakt. Zingen duidt immers op geluk en dankbaarheid.

Soms verhult het feest rond de triomf de geringe relevantie van een sportprestatie. Een hoofdprijs is niet per definitie het resultaat van uitzonderlijke gaven. Maar wie een gouden medaille relativeert kent niet het gevoel van chauvinisme - of in moderne termen gezegd: het wij-gevoel. Want, voor wie het mocht zijn ontgaan, sport wordt onder invloed van veel media bijna alleen nog waarde toegedicht wanneer het nationale gevoel wordt gestreeld. Prestaties van vreemden dienen op een zeer hoog peil te staan, willen zij nog de waardering krijgen die zij verdienen.

Vooral wanneer ze worden gekoesterd aan de ruime inborst van huppelende kroonprinsen en geknuffeld door 's lands uitbundigste moederkloeken, kunnen winnaars golven van euforie veroorzaken. Het is een verschijnsel waarvan ze in de Amerikaanse cultuur niet meer opkijken. Wie het als buitenstaander aandurfde in het Georgia Dome naar Amerikaanse turnstertjes te kijken, moet in de war zijn geraakt. Zoveel rumoer, zoveel ophef, zoveel pathos, zoveel flitsende fotocamera's, zoveel vlaggetjes ten teken van Amerikaanse blijmoedigheid, het kan niet anders dan een ernstige vorm van ontsporing zijn waarmee de vreemde gast in het gezicht werd geslagen.

Wat is er aan de hand wanneer mensen zo makkelijk ten prooi vallen aan dweepzucht? Welnu, dan worden de Olympic Centennial Games gevierd in het land der onbegrensde mogelijkheden. Mocht dit feest met de allure van een kermis als voorbeeld dienen voor de manier waarop in de toekomst sportprestaties aandacht krijgen, dan zijn enige bedenkingen op hun plaats. Even dreigde deze zomer de betrekkelijkheid van sport te verdwijnen en leken superlatieven als kwaliteitsoordeel voorgoed hun geloofwaardigheid te verliezen. Maar na het vertrek van de feestgangers uit Atlanta zal realiteitszin terugkeren. Racisme, seksuele discriminatie, armoe en geweld in Georgia zullen onder de olympische dekmantel vandaan kruipen en weer de noodzakelijke attentie krijgen. Een droom duurt nooit lang.

De Spelen van Atlanta hadden een eerbetoon aan de vrede moeten zijn met mensen van allerlei komaf die elkaar broederlijk tegemoettreden. In zekere zin werd er veel gelachen, maar of daar altijd reden voor was moet worden betwijfeld. Lachspieren verkrampen snel wanneer ze worden aangetrokken als draadjes aan trekpoppen. De opzet van de Spelen had de uitstraling van operatie Desert Storm, ophefmakend wapengekletter, maar allerminst leidend tot een oplossing die vredig stemt. Wanneer zoveel geld moet worden geïnvesteerd ten einde mensen te verbroederen, is er iets niet goed met de spirituele mentaliteit. Misschien is er pas een weg terug, wanneer hel en verdoemenis over Olympia worden uitgestort of er een macht opstaat die de Spelen verbiedt, zoals de Romeinse keizer Theodosius in 393 na Christus deed wegens hun heidense wortels.

Terrorisme kreeg weinig kans in Atlanta, maar hoe zal het zijn wanneer de beheersingstechnieken niet meer toereikend zijn om een mensenmassa van elf miljoen toeschouwers en elfduizend deelnemers zoals in de hoofdstad van Georgia te beveiligen? Doping lijkt als epidemie even bezworen, maar de derde van de drie olympische plagen, commercie, is in alle hevigheid toegenomen. Er zijn mensen die menen dat topsport niet zonder commercie kan. Mogelijk hebben ze gelijk, maar ze kunnen niet ontkennen dat topsport verliest wanneer commercie de toon zet.

Het heeft er alle schijn van dat sport op geen andere dan een gekunstelde manier onder de aandacht kan worden gebracht. Zoveel kitsch als op de uitdragerij in Atlanta is nooit op Olympische Spelen vertoond. Goud was er in overvloed en wie er niets van kreeg, moet aan zichzelf twijfelen. Gelukkig hielden grensverleggende lichamelijke prestaties zich als blikvangers staande temidden van naar folklore neigende bezigheden. Atlanta kende veel winnaars, maar niet zoveel dat van een sportieve triomf sprake was. De Spelen werden te veel gekenmerkt door sensaties die de sport ontstegen.