Duitsland beweegt zich in de richting van een hogere btw

BONN, 5 AUG. Stapje voor stapje beweegt Duitsland zich in de richting van een btw-verhoging. Voor de eerste keer heeft minister Theo Waigel (financiën, CSU) afgelopen weekeinde zo'n verhoging van 15 tot 16 procent (opbrengst 17 miljard mark) “niet uitgesloten” genoemd, zij het dan pas in 1999.

Meer nog: Waigel acht een verhoging van de in Europa verhoudingsgewijs lage Duitse btw zelfs “verdedigbaar” als een middel om zonodig de voor dat jaar geplande bredere belastinghervorming te financieren. Financiële specialisten zien dat als een indicatie dat Waigel er rekening mee houdt dat die hervorming niet budgettair neutraal uitpakt maar extra middelen kan vergen. Bijvoorbeeld om, zoals SPD en de linkervleugel van de CDU/CSU wensen, dan ook de belastingvrije voet ten gunste van de lagere inkomens te verhogen. Waigel wil te zijner tijd het hoogste tarief in de inkomstenbelasting beneden 40 procent brengen. In de CDU circuleert een plan voor tariefschijven van 8, 18 en 28 procent, naast het schrappen van een lange reeks aftrekposten.

De Duitse regering, die alles op alles moet zetten om over 1997 te voldoen aan de toetredingsvoorwaarden voor de Europese muntunie, ontkende tot voor kort bij monde van Waigel en kanselier Helmut Kohl alle speculatie over mogelijke btw-verhoging categorisch. Daar stond tegenover dat Waigel de afgelopen jaren vaak heeft verklaard dat in de toekomst niet te ontkomen zou zijn aan btw-harmonisering in de Europese Unie, wat zou neerkomen op een aanpassing met 2 à 3 procent van het hoogste Duitse tarief (EU-gemiddelde: circa 18).

De FDP, Duitslands kleinste regeringspartij, heeft de afgelopen weken op hoge toon geëist dat de belastinghervorming al in (het verkiezingsjaar) 1998 zou worden gerealiseerd. Dat heeft Waigel van de hand gewezen omdat hij zoiets financieel en wetgevend onmogelijk acht. De FDP is tegen verhoging van de btw, zodat Waigels positieverandering van het afgelopen weekeinde ook als een tikje in de richting van de liberalen kan worden gezien.

Maar Waigels bereidheid nu al over een btw-verhoging in 1999 te praten heeft ook te maken met zijn moeizame overleg met de deelstaten over de begroting voor 1997. Deze Länder moeten wat hem betreft volgend jaar afzien van enkele regionaal geheven bedrijfsbelastingen die buiten Duitsland onbekend zijn: de Gewerbekapitalsteuer en de Gewerbeertragssteuer. Waigel heeft in zijn eigen 'nationale' begroting voor 1997 de uitgaven met 2,5 procent reëel beperkt, maar de deelstaten vinden dat hij dat op hun kosten heeft gedaan en vragen compensatie voor hun wegvallende belastingopbrengst (circa 6 miljard). De deelstaten hebben recht op een aandeel in de btw-opbrengst, en hoewel de door de SPD geregeerde Länder om inkomenspolitieke redenen officieel zelden om btw-verhoging vragen, zijn zij daar budgettair gesproken natuurlijk niet tegen.

Doordat de SPD in de meeste deelstaten (mee)regeert heeft zij een meerderheid in de Bondsraad, de Duitse Eerste Kamer. En omdat Waigel de Bondsraad en, straks, een meerderheid van tweederde in de Bondsdag nodig heeft om de beoogde belastinghervorming aanvaard te krijgen, koerst hij nu al aan op een akkoord met de SPD voor 1997. Om zo'n duurzaam fiscaal-budgettair compromis te bereiken wil hij praten met Henning Voscherau, voor de SPD financieel coördinator in de Bondsraad.