De mooiste dag uit een rijk sportleven

Hij was dé man van de gouden droom. Ron Zwerver begon tien jaar geleden met de Nederlandse volleyballers aan een avontuur dat moest uitmonden in een olympische titel. In Atlanta werd zijn droom gisteravond werkelijkheid.

Hij won titels met zijn Italiaanse club Treviso en haalde individuele prijzen bij alle titeltoernooien. “Maar het echte goud heb ik nog niet gehaald”, zei Ron Zwerver voor Atlanta. “Dat is het goud met de nationale ploeg. Daar ligt toch mijn hart. Goud met Nederland zou de grootste bekroning van mijn carrière betekenen.”

Het verlangen naar die hoofdprijs was wel anders dan voorheen. Voor Barcelona 1992 liet Zwerver zich nog goud verven ten behoeve van een foto voor het omslag van een sportblad. Dat zou hij voor Atlanta hebben geweigerd. “De Olympische Spelen zijn niet meer het belangrijkste in mijn leven. Toen wel, absoluut nummer één.” Nu heeft hij een vrouw, Jacky, die eind van deze maand een kind verwacht. “Wat ze voor vertrek naar Atlanta tegen me heeft gezegd? Kom heel terug. Dat is anders dan vroeger. Toen toostten we op 31 december om twaalf uur ook altijd op het aanstaande WK of de Olympische Spelen. Nu toosten we op onszelf, op ons geluk.”

Voor de start van het olympisch volleybaltoernooi zei Zwerver dat er deze zomer twee hoofdprijzen op hem lagen te wachten. “Waarvan de laatste, mijn kind, natuurlijk veruit de belangrijkste is.” Vlak na de gewonnen finale tegen de Italianen kreeg hij via een mobiele telefoon zijn vrouw aan de lijn. “Wat voelde je in je buik tijdens de wedstrijd”, vroeg hij. “Was hij aan het schoppen?”

Hij had tijdens de Spelen naar huis verlangd. “Het is wel een ontiegelijk lang toernooi”, zei hij na de eerste wedstrijd tegen Italië, die met 3-0 werd verloren. “Ik zou willen dat het al op zijn eind was. Naar huis gaan is heerlijk, weet je.”

Hij kreeg gisteravond ook nog zijn vader aan de telefoon en Ron Zwerver schoot vol. “Dank je wel, pa. Mooi, hè.” Vader Theo zag er ruim vijftien jaar geleden op toe dat zijn talentvolle zoon bij een goede volleybalclub terechtkwam. Dat werd Martinus uit Amstelveen. Daar trof hij andere fanaten als Brouwers en Goedkoop en uiteindelijk ook Avital en Arie Selinger. Hij geloofde in het woord van de volleybalgoeroe. “Ik heb veel aan Ari en Arie te danken. Als ik die twee niet was tegengekomen, had ik nu een baantje van negen tot vijf gehad.”

Toch heeft hij al lang geen innige band meer met Arie Selinger. De voormalig bondscoach woonde in Atlanta de olympische finale bij. Zwerver: “Nee, ik heb hem niet gesproken. Wat hadden we ook tegen elkaar moeten zeggen? We hebben wel oogcontact gehad. Het is leuk dat hij erbij was.”

Hij maakte een andere Selinger mee toen de coach voor de Olympische Spelen van 1992 terugkeerde bij de Nederlandse ploeg. Oranje werd in Barcelona tweede, maar dat gebeurde wel na een toernooi vol kommer en kwel. De sfeer tussen de spelers was bedroevend en Nederland verloor in de voorronde drie wedstrijden. Zwerver bekende later dat hij na het duel tegen Rusland bij de dopingcontrole zijn plas had opgehouden om maar niet terug naar de kleedkamer te hoeven gaan waar hij Selinger door de muren heen hoorde schreeuwen.

De coach raakte voor de finale tegen Brazilië de speler die hem altijd trouw was gebleven in de ziel. Selinger ging als een bezetene tegen Zwerver tekeer toen deze niets had opgeschreven tijdens een videosessie. “Ik had geen energie meer. Bovendien was het zijn werk en niet het mijne.” De gevoelsmens Zwerver vergeet zo'n tirade nooit meer. “Ik ben blij met die zilveren medaille, maar wat er in Barcelona in de eerste week is gebeurd, hoop ik niet meer mee te maken. Dat gun ik mijn grootste vijanden niet.”

Tegenwoordig is de sfeer binnen de Nederlandse ploeg veel beter en dat heeft zeker bijgedragen aan het succes in Atlanta. Zwerver gaat zelf innig om met Olof van der Meulen aan wie hij zich vroeger flink kon ergeren. “Ik stoor me nog weleens aan hem. Maar dat kan je tegenwoordig gewoon tegen hem zeggen. Als er een camera op hem gericht staat, heeft hij nog weleens de neiging de wedstrijd te vergeten. Maar hij speelt goed. Ik heb hem nodig en hij mij. Dat weten we.”

Aan het begin van het toernooi werd Van der Meulen een keer huilend wakker. Hij had gedroomd dat Nederland olympisch kampioen was geworden en dat Zwerver de laatste bal had geslagen. “Het geeft de sfeer aan. Iedereen leeft op zijn eigen manier naar de wedstrijden toe”, zei Zwerver toen. Hij was zelf in Atlanta veel meer ontspannen dan in Barcelona en probeerde af en toe iets leuks te doen, lasergames en interactief skiën. Hij kocht ook piepkleine Nike-schoenen voor zijn aanstaande kind. “Als het een meid wordt, hang ik ze aan mijn autospiegel.”

Zwerver bekeek de wedstrijden een voor een. “We proberen”, zei hij een dag voor de eerste wedstrijd, “hetzelfde gevoel als bij de World League in Ahoy' te krijgen. Elke keer waren we na afloop weer verbaasd dat het zo goed was gegaan. We moeten niet denken aan wat we eventueel kunnen bereiken. Dat kost alleen maar energie. Vroeger had ik zo'n toernooi al twee keer gespeeld in mijn gedachten.”

Nederland won in de poule van Tunesië, Rusland, Joegoslavië, maar verloor met 3-0 van Italië. Zwerver maakte na die nederlaag geen aanslagen indruk. “De Italianen waren super. Complimento! Om met Richard Krajicek te spreken: als het niet gaat zoals je wilt, moet je het maar nemen zoals het gaat.” In de kwartfinale had Nederland grote moeite om langs Bulgarije te komen. “Ik besef nu pas dat we door het oog van de naald zijn gekropen”, zei Zwerver een dag later.

Hij was het die de ploeg er in de kwartfinale doorheen sleepte. Hij reageerde na afloop bescheiden op alle complimenten. Maar later zei hij: “Ik hoop wel dat de anderen zich nog kunnen oprichten.” Er werd daarna door de spelers onderling openlijk gesproken. “Dat heeft veel duidelijkheid gebracht”, aldus Zwerver. “Het grote pluspunt is dat we nu om de plakken gaan spelen.”

Tegen Rusland, in de halve finale, speelde Nederland uitstekend. Zwerver was er door verrast en kon door de spanning 's nachts niet in slaap komen.

“Het lijkt wel of ik zelf op de tribune heb gezeten. Het ging zo makkelijk, ik had zo veel macht, ongelooflijk. We hebben verdomme in ieder geval weer zilver. Maar wie weet! Als we zo spelen als tegen Rusland maken we zeker een kans. Alleen Italië is geen Rusland.”

Zwerver liep voor de finale, zoals zo vaak, met assistent-bondscoach Toon van der Burgt van de bus naar de zaal. “Toon zegt dan altijd dat hij een goed gevoel heeft. Ja, dat had ik deze keer ook. Achteraf zijn dat natuurlijk lulverhalen. Maar ik wist dat er van alles kon gebeuren. En ook als we hadden verloren, was het mooi geweest. Dan had ik twee keer zilver gehad.”

Maar na de finale tegen Italië, waarin hij een hoofdrol speelde, had hij goud om zijn hals hangen. “Jezus, dit is fantastisch, te gek.”

Zwerver genoot van het succes. Anton Geesink hing hem de medaille om. De speler keek lang naar zijn prijs. “Het mooiste is zo'n opkomst voor de prijsuitreiking. Dan beleef je het allemaal rustig mee. Al die mensen op de tribune. Volgens mij was het hele olympisch dorp uitgelopen. Bovendien was het prime time in Nederland. Wij hebben geschiedenis geschreven. Ja, dit is de mooiste dag uit mijn sportleven. Daarvoor heb ik het tien jaar lang allemaal gedaan.”

“Ik ben moe, kapot”, zei Zwerver tot slot. “Maar ik ben heel gebleven en dat had ik thuis beloofd.”