Corbijn en De Jonge welwillend over popmuziek

De Zomergasten van gisteravond, met popfotograaf Anton Corbijn, was de vierde uitzending in de reeks, en het was de eerste waarin Freek de Jonge als presentator werkelijk functioneerde. De wisselwerking tussen de onverstoorbare Corbijn en De Jonge, die in zijn opening al meldde dat hij dit keer pas ècht nerveus was omdat hij zich voor het eerst wezenlijk interesseerde in zijn gast, leverde een programma op dat niet alleen vier uur boeide door de gekozen fragmenten, maar ook door de aardige gesprekjes tussendoor.

Verdwenen was de frictie en de stekelige toon die eerdere uitzendingen ontsierden. De Jonge tetterde nog af en toe dwars door Corbijn heen, maar de sfeer tussen beide mannen was prettig en welwillend. Corbijn ging serieus in op uitdagende vragen als 'wil je met fotografie de wereld veranderen en 'vind je dat popmuziek schade aanricht aan de cultuur, en De Jonge luisterde rustig naar de antwoorden.

Anton Corbijn (41) is vooral bekend geworden met zijn foto's van U2, Captain Beefheart en Depeche Mode, en videoclips voor Henry Rollins en Nirvana, die grote invloed hebben op het publieke image van deze popgroepen. Maar over zaken als 'image of image-building' ging het niet gisteravond. Anton Corbijn had een tv-avond samengesteld zonder thema, met een aantal jeugdsentimenten als Okkie Trooy en Floris, humor van Tommy Cooper, Jacques Tati en de zeer komische Long Johns, kunst van Francis Bacon en de fotograaf Angus McBean, en veel popmuziek.

Hij liet Top of Flop zien, het eerste Nederlandse popprogramma op tv, en Toppop, waar Corbijn wekelijks aanwezig was om de groepen te fotograferen. Er waren fragmenten van Tavares, het ballet van Penny de Jager en Iggy Pop die de palmbomen uit het decor trok. Dit optreden van Iggy Pop heeft Corbijns leven veranderd, bleek tijdens de uitzending. Hij zegde zijn baan op en werd eigen baas, want Iggy Pop en de punkbeweging leerde hem dat je moet doen wat je wìl, ongeacht of je het ook kan. “Iggy vernietigde de hele set, dat had ik ook graag gedaan in zijn plaats”, zei Corbijn gisteravond.

Frappant was de overeenkomst tussen het baldadige gedrag van Bob Dylan in het fragment van D.A. Pennebakers documentaire over Dylan, Don't Look Back uit 1965, en een tv-interview met Johnny Rotten uit 1977. Bob Dylan, die geïnterviewd werd door een betreurenswaardige journalist van Time, deed uitsluitend zijn best op alles een obstinaat antwoord te bedenken. 'Het kan mij helemaal niets schelen wat je over me schrijft', was een geliefde uitspraak. Misschien heeft Johnny Rotten zich ooit door deze film laten inspireren, in ieder geval zei hij twaalf jaar later, met iets meer scheldwoorden tussendoor, ongeveer hetzelfde. En bij beiden krijg je het gevoel dat het een act is.

Anton Corbijn vertegenwoordigt twee onderwerpen, muziek en fotografie. In de gesprekken kwamen Corbijns ideeën over fotografie uiteindelijk het meest naar voren. Naar aanleiding van de Engelse fotograaf Angus McBean kon Freek de Jonge concluderen dat diens motto 'wat je wint aan technische vaardigheid, verlies je aan zeggingskracht' ook geldt voor Corbijn. Dat de fotograaf eind jaren zeventig en begin jaren tachtig in de ban was van bepaalde popgroepen, werd duidelijk, hij is er voor naar Engeland verhuisd. Maar wat hem tegenwoordig nog in de muziek aanspreekt, kwam helaas minder aan bod.