Winkeldochters

“Wilt u mij alstublieft vertellen waar ik 8 procent netto (dus: na aftrek van belasting) op mijn spaargeld kan krijgen?”, schrijft een lezeres. Het antwoord luidt: op dit moment nergens. Spaargeld is een reserve voor nood of voor een doel, zoals een auto, vakantie of verbouwing.

Het geld moet er zijn wanneer het nodig is en daarom wil je er geen koersrisico mee lopen. De rente op spaargelden ligt onder de 5 procent. Die 8 procent gemiddeld per jaar kun je maken op geld dat niet op korte termijn nodig is, waar je risico's mee neemt. Meer dan eens zijn de resultaten van bijvoorbeeld beleggingsfondsen in deze rubriek aangehaald, ook afgelopen maandag, om te laten zien dat 8 procent, na aftrek van inkomsten- en vermogensbelasting, haalbaar is, voor wie geduld heeft en ervan uitgaat dat resultaten uit het verleden iets betekenen voor de toekomst. Maar: het is niet zo dat 100 gulden belegd in een fonds over een jaar gegarandeerd aangroeit tot minstens 108 gulden. Misschien is het dan 96 gulden of 90 en pas na een paar jaar gemiddeld 8 procent.

Een lezer uit Dordrecht, die zich voorstelt als goedwillende amateur, wil weten hoe je achterblijvers op de beurs herkent. Beleggen in die aandelen is een van de manieren om op termijn een beter resultaat te halen dan op voorlopers, modieuze aandelen waar iedereen graag geld in steekt en zo de koers opjaagt. Beleggende amateurs betalen voor die aandelen vaak de hoogste koers en moeten jaren wachten voor ze iets verdienen of hun verlies kunnen beperken.

De koop van winkeldochters of achterblijver garandeert geen succes: wantrouwige beleggers wijzen cynisch op Fokker, DAF en andere missers. Heel juist, maar dat is geen reden om nooit winkeldochters te kopen. Je moet natuurlijk niet al je geld erin stoppen. Hoewel enkele succesvolle (groot)beleggers dat juist wèl doen.

Hoe herken je achterblijvers? In het onlangs verschenen jaarboek van de Postbank Vooruitzichten Nederlandse beursfondsen voor 1996/1997 (153 aandelen, 192 pagina's, prijs ƒ 12,50, te bestellen bij de bank) staat een bekende methode: de relatieve koersontwikkeling. De ontwikkeling van de 25 aandelen (tussen januari 1991 en mei 1996) in de AEXaandelen-index wordt vergeleken met die van de index en per aandeel procentueel; 1 januari 1991 is 100, en wordt in ruwe vorm grafisch weergegeven.

Welke bedrijven bleven in de afgelopen 12 maanden duidelijk achter bij de index? Dat zijn er negen: Bols Wessanen, CSM, DSM, Gist-Brocades, Hoogovens, KNP BT, Koninklijke Olie, Nedlloyd en Unilever. Hoorden deze negen ook tot de dalers of trage stijgers in datzelfde jaar? Dat hoeft niet per se. Een aandeel kan achterblijven en toch stijgen, maar minder snel dan de index, die in die twaalf maanden 32 procent opliep.

Hoe zag de ranglijst van dalers er volgens het boek uit? Nedlloyd (- 26,3 procent), KNP BT (- 12,6 procent), Bols Wessanen (+ 1,8 procent), Philips (2,2 procent), Hoogovens (7,9 procent), Akzo Nobel (10,6 procent), Unilever (12,6 procent), CSM (16,2 procent), Polygram (16,4 procent), KPN (18,9 procent), KLM (21,8 procent), Koninklijke Olie (27,5 procent), DSM (34,1 procent) enzovoort.

Van de genoemde negen stegen DSM en Gist-Brocades meer dan de index in de beschouwde periode. Van de overblijvende zeven deden CSM, Olie en Unilever het niet slecht. Bols Wessanen, Hoogovens, KNP BT en Nedlloyd blijven, langs deze weg geredeneerd, over als mogelijke koopjes.

Waarom lieten beleggers bijvoorbeeld Hoogovens links liggen? Daar zegt het jaarboek dit over. Over 1994 was de nettowinst per aandeel 11,23 gulden. Over 1995 15,72. In 1995 was de hoogste koers 80,80: beleggers betaalden dus ongeveer 5 maal de winst. De bankadviseurs verwachten (omdat Hoogovens zelf voor 1996 30 procent winstdaling voorziet) dit jaar een lagere nettowinst van ƒ 10,00 en volgend jaar ƒ 9,00. Uit de huidige koers van circa 55 gulden blijkt een koers/winst-verhouding (die al rekening houdt met de toekomst) van ruim 5, omdat 1996 nog niet voorbij is en de resultaten mogelijk meevallen. Wie nu Hoogovens koopt, verwacht dat de winst zal stijgen tot die van (liefst) 1995 en dat de koers zal oplopen naar 80 gulden. Dat is niet onwaarschijnlijk: Hoogovens is beweeglijk. De volatiliteit over de afgelopen vijf jaar, blijkt uit de betreffende ranglijst, is op negen na de hoogste van de 153 opgenomen aandelen.

Wie ervaring op wil doen met winkeldochters moet, op papier, een mandje met 100 aandelen Bols Wessanen, Hoogovens, KNP BT en Nedlloyd volgen en zelf controleren of die vier uit kunnen groeien tot voorlopers.