Tuchtcollege berispt arts na weigeren hulp

DEN HAAG, 3 AUG. Het Medisch Tuchtcollege in Den Haag heeft een huisarts berispt die in 1994 weigerde een baby te behandelen omdat deze geen patiënt van hem was.

De ouders van het jongetje logeerden bij kennissen in de woonplaats van de betreffende huisarts en konden daardoor hun eigen huisarts niet raadplegen. Het jongetje, op dat moment een maand oud, had ernstige ademhalingsmoeilijkheden gekregen. De ouders belden de huisarts van de vrienden bij wie zij verbleven en deelden de arts mee dat de baby tien weken te vroeg geboren was, en lange tijd kunstmatig was beademd. De arts antwoordde daarop dat de baby zijn patiënt niet was, en dat de ouders daarom naar hun eigen huisarts moesten gaan. Toen de ouders zeiden dat zij ergens anders woonden, antwoordde de huisarts dat dat niet zijn probleem was, aldus de uitspraak van het Tuchtcollege. De arts heeft die lezing van de feiten niet tegengesproken.

De ouders namen hun baby vervolgens mee naar een ziekenhuis. Daar werden de ouders direct doorverwezen naar de acute hulp van een naburig kinderziekenhuis. De baby werd onmiddellijk opgenomen wegens een ernstige aanval van pseudo-kroep. Volgens het tuchtcollege had de arts uit de beschreven symptomen moeten afleiden dat de ziekte van de baby acute medische aandacht vereiste. “De arts treft terzake een ernstig verwijt”, aldus de uitspraak van het Medisch Tuchtcollege.

De ouders klaagden de arts aan omdat hij het jongetje naar hun mening onnodige risico's heeft laten lopen.

Het Medisch Tuchtcollege in Den Haag vindt het “kwalijk” dat de arts “botweg heeft volstaan met het weigeren van hulp”. Afgezien daarvan had hij de ouders uit eigen beweging kunnen doorverwijzen naar een adres waar zij wel hulp hadden gekregen. Het Medisch Tuchtcollege stelt dat een huisarts hulp moet bieden aan gasten van zijn patiënten, “alsof zij tot het gezin van de gastheer behoren”.

De nu berispte huisarts bood ruim een jaar later, nadat de ouders met hun klachten naar het Medisch Tuchtcollege waren gestapt, telefonisch zijn excuses aan de ouders van de baby aan. De huisarts verscheen niet op de zitting van het Medisch Tuchtcollege, hoewel hij volgens het college “behoorlijk was opgeroepen”.

De huisarts had eerder al erkend dat hij de hulpvraag van de ouders totaal onjuist moet hebben ingeschat en dat hij niet juist heeft gereageerd op het verzoek.