Schiphol

AB A. JANSEN: Fliegerhorst Schiphol. Onze nationale luchthaven in bezettingstijd. Deel 1. In het offensief

401 blz., Bataafsche Leeuw 1996, ƒ 75,-

De gedachte een boek te schrijven over Schiphol 'in de donkerste dagen van haar bestaan' kwam bij Ab Jansen vijftien jaar geleden op. In die vijftien jaar werden honderden gesprekken gevoerd, duizenden documenten bestudeerd en verschillende deadlines overschreden.

Fliegerhorst Schiphol was het resultaat, een zeer complete geschiedenis van Schiphol in de Tweede Wereldoorlog. Het is een boek zoals amateurhistorici die schrijven, met het onvermogen (of de onwil) ook maar één snipper informatie weg te laten. Van de opgevoerde personages wordt consequent de gehele titulatuur vermeld, van de vliegtuigen alles behalve de kilometerstand. Dat levert zinnen op als: “Oblt. Otto Allwang had niet lang meer te leven: op 26 juni 1941 sneuvelde hij, toen zijn HE 111 H-5 5J+J5 (WNr. 3836) niet terugkeerde van een aanvalsvlucht naar Southampton”.

Toch is Fliegerhorst (er verschijnen nog twee delen) een interessant boek. De vele interviews die Jansen met omwonenden en met Nederlandse en Duitse vliegers heeft gevoerd, geven samen met de honderden foto's - vele uit Duitse (privé)archieven - een indringend beeld van het dagelijks leven op en rond Schiphol. Bovendien citeert Jansen documenten die een nieuw licht werpen op de rol van KLM-directeur Albert Plesman.

Loe de Jong noemt de naam van Plesman exclusief als één van de bekende Nederlanders over wie het gerucht ging dat ze verraad hadden gepleegd, zonder er overigens een oordeel aan toe te voegen. Ook meldt hij dat Plesman eind juni, begin juli 1940 gezegd zou hebben dat de oorlog niet langer dan enkele maanden zou duren en dat de KLM met Lufthansa samen daarna één van de grootste luchtvaartmaatschapijen ter wereld zou worden. De Britse geheime dienst noemde Plesman onomwonden 'een defaitist, zo niet een lid van de Vijfde Colonne'. Dat laatste vanwege een naïef plan van de KLM-directeur om de strijdende partijen rond de onderhandelingstafel te krijgen.

Vast staat dat Plesman zijn bemanningen schriftelijk verbood met vliegtuig en al naar Engeland te vluchten. Slechts enkelen negeerden dat verbod. Vast staat ook dat Plesman tegen een medewerker heeft gezegd: “Doe voor die mensen wat je kunt, over drie maanden vliegen we weer” (de opmerking die De Jong parafraseerde) - en wel op de ochtend van de dag waarop hij 's avonds met Göring in het Amstelhotel de avondmaaltijd gebruikte: 29 juni 1940. Vast staat ten slotte dat de KLM de Duitse bemanningen van nachtjagers van datzelfde Amstelhotel afhaalde om ze naar Schiphol te brengen.

Maar de dienstverlening ging verder. Uit het Algemeen Rijksarchief in Den Haag haalde Jansen enkele rekeningen te voorschijn waaruit blijkt dat Plesman zich voor die dienstverlening flink liet betalen, althans: dat hij bereid was tegen betaling de nodige arbeid te verrichten. Onder “Zur verfügung stellen von Personal” staat de volgende opsomming: “3 Kraftwagentechniker, 12 Wagenlenker, erster Koch, Kochsgehilfe, Furiergehilfe, Wagenlenker für Bauaufsicht Juni, Juli (+ August), 7 Techniker an Fokker”. Verder werden vliegtuigen 'grau' gespoten en motoren gereviseerd, voor bij elkaar ƒ 48.216,74. Voor reparaties van Duitse vliegtuigen op Ockenburg en Valkenburg werd een rekening gestuurd van ƒ 33.174,44. Maar Albert Plesman - en de KLM - deden meer, zo werden ook koeriersvluchten gemaakt voor ƒ 45.428,44. De meeste KLM-ers werkten door. Eén van de weinigen die weigerden was vlieger Steensma, die liever in Rotterdam hielp bij het puinruimen.

Verder blijkt Plesman een rekening te hebben verstuurd van anderhalf miljoen gulden van vliegtuigen en nog een van hetzelfde bedrag voor reparaties. Was dat collaboratie of gewoon 'een slimme, bewonderenswaardige zakenstunt'. Jansen beantwoordt de vraag niet. Even verderop behandelt hij de uitbreidingen van Schiphol, die voornamelijk werden uitgevoerd door Nederlandse bouwbedrijven. Het leveren van beton is dan plotseling een 'ernstige vorm van collaboratie' en directeur 'De V.' van de Amsterdamsche Ballast Mij is iemand die het 'op een akkoordje gooide met zijn geweten'.