Rechts- en wetswinkels met opheffing bedreigd; De kloof tussen arm en recht

In de rechts- en wetswinkels kan iedereen gratis advies krijgen over alle mogelijke juridische kwesties. De subsidie aan deze laagdrempelige instellingen dreigt nu in verschillende gemeenten te worden afgebouwd of zelfs stopgezet, zoals in Amsterdam. Wordt juridische steun een luxe-artikel? Een rondgang langs rechtswinkels en bureaus voor rechtshulp.

De Nederlandse vrouw wiebelt zenuwachtig op haar stoel. Ze krast met haar gelakte nagels op het bureaublad terwijl ze het probleem van haar Marokkaanse buurvrouw uitlegt: die woont al jaren in Nederland, heeft acht kinderen en is bang. Haar man, die hier een volledige verblijfsvergunning en werk had, heeft drie van haar kinderen onlangs ontvoerd naar Marokko. Hij wil de overige vijf komen halen en schuwt volgens haar geen geweld. Ze is in de war en durft zelf niemand om hulp te vragen. Behalve financieel is ze ook anderszins van hem afhankelijk - hij kan eisen dat zij en haar kinderen meegaan naar Marokko want ze heeft geen zelfstandige verblijfsvergunning. “Ze wil niet met hem mee, hij is agressief. Ze wil haar kinderen hier houden. Wat zijn haar rechten?”

De rechtenstudent schrijft de feiten op. Ze zit tegenover de vrouw aan een klein tafeltje in het kantoor van de Amsterdamse Rechtswinkel Migranten. Ze is bekend met dit soort vragen en weet het antwoord meteen: “Rechten heeft ze niet, tenzij ze binnen een jaar een baan vindt.” De Nederlandse buurvrouw zucht: “Een baan combineren met vijf kinderen?”

Dagelijks komen klanten in de Amsterdamse rechtswinkels juridisch advies vragen. Wat zijn mijn rechten? Welke juridische maatregelen kan ik nemen? Als het voorstel van wethouder Van der Giessen (Maatschappelijke- en Gezondheidszorg) door de gemeenteraad wordt aangenomen, krijgen Amsterdammers vanaf volgend jaar nergens meer een gratis antwoord. Van der Giessen (D'66) wil de gemeentelijke subsidie aan de twee Amsterdamse rechtswinkels (in totaal 95 duizend gulden per jaar) vanaf januari 1997 stopzetten. Er zijn tegenwoordig voldoende mogelijkheden om juridische informatie en advies te krijgen, zo onderbouwt ze haar besluit in een brief aan de instanties. Bovendien is financiering van rechtsbijstand een taak van het rijk en niet van de gemeente, aldus de wethouder.

Rechts- en wetswinkels zijn de enige plekken in Nederland waar gratis juridisch advies wordt gegeven. Ze ontstonden in de jaren zeventig toen er weinig juridische steun was voor mensen met een laag inkomen. De medewerkers zijn vrijwilligers: rechtenstudenten en afgestudeerde juristen. Inmiddels zijn er voldoende plekken om rechtsbijstand te krijgen, vinden enkele grote gemeenten. Hun subsidie aan de rechtswinkels wordt dan ook afgebouwd, onder andere in Den Haag en Amsterdam. Andere gemeenten hebben hun financiële steun tot nu toe voortgezet, maar die staat nu wel jaarlijks in de gemeenteraden ter discussie.

“Juridische steun is er tegenwoordig inderdaad, maar de instellingen die dat geven zijn niet gratis en laagdrempelig”, zegt P. Höcker van de landelijke Vereniging voor Rechtshulp. “Rechtswinkels steunen hun klanten van begin tot eind en zonder iets te berekenen. Ze zijn niet kil of formeel en staan dicht bij de burger. Iedereen wandelt er zo naar binnen.”

In de professionele bureaus voor rechtshulp van het ministerie van Justitie begint de meter na een half uur te tikken; een afspraak van maximaal twee uur kost 30 gulden. Iemand die vervolgens een proces aanspant, met een 'toegevoegde' (gesubsidieerde) advocaat, moet daarnaast minimaal 110 gulden en maximaal 955 gulden betalen, afhankelijk van zijn inkomen. Wie niet in aanmerking komt voor zo'n toegevoegde advocaat moet er zelf een betalen. Niet-commerciële advocaten kosten ten minste 150 gulden per uur. Ook hebben veel gemeenten 'sociale raadslieden' in huis, met een hbo-opleiding. Maar, zo zeggen ze bij de rechtswinkels, wie gaat er bij het gemeentehuis om raad vragen als hij problemen heeft met de gemeente?

De vakbonden en de consumentenbond nemen het tegenwoordig ook op voor rechtzoekende leden. “Het probleem is dat je dan betalend lid moet zijn”, zegt J. Van de Bunt van de Rechtswinkel Amsterdam. Tenslotte is het mogelijk een verzekering voor rechtsbijstand af te sluiten voor 250 gulden per jaar. Zo'n twee miljoen gezinnen hebben zo'n verzekering volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Slecht Nederlands

De Amsterdamse Rechtswinkel Migranten houdt drie keer per week spreekuur in een klein kantoor in de volkswijk de Pijp. Er werken 25 rechtenstudenten en juristen als vrijwilligers. Ze hebben twaalf verschillende nationaliteiten, twee van hen zijn autochtoon. De veelal allochtone klanten lopen zonder afspraak naar binnen. Aan drie tafeltjes, met kasten ertussen, worden de zaken besproken. Veel privacy is er niet. Sinds vorig jaar is het aantal klanten toegenomen, het zijn er nu zo'n honderd per maand. Eén oorzaak van de toename is mogelijk de invoering van de Wet op de Rechtsbijstand twee jaar geleden. Door die wet is rechtsbijstand van overheidswege voor de burger duurder geworden.

“Hier komen mensen die niet naar een officiële instantie durven of bang zijn voor de kosten. Ze kunnen even wat advies halen. Voor de eerste generatie allochtonen, van wie de meesten slecht Nederlands spreken, is het een geruststelling dat men hier geen tolk nodig heeft”, zegt voorzitter A. Barada (26) van de Rechtswinkel Migranten. Haar collega's schrijven het toenemend aantal Joegoslavische klanten toe aan Barada's afkomst. “Ze spreekt Servo-Kroatisch en begrijpt hun positie.” Zelf is ze advocaat; de 10 uur die ze wekelijks in de rechtswinkel steekt doet ze 'vanuit mijn hart'. Haar baan bij een advocatenbureau heeft ze te danken aan de rechtswinkel, zo bekent ze. “Ik had hier als student veel ervaring opgedaan.”

De medewerkers geven juridisch advies, schrijven alle mogelijke brieven en bezwaarschriften en verwijzen klanten bij gecompliceerde zaken door naar advocaten of de professionele bureaus voor rechtshulp. Aan de muur hangt een bordje: 'Aangetekende brieven moet de klant zelf betalen'. Klanten krijgen hun rechtspositie en juridische mogelijkheden uitgelegd. Zo kunnen ze beoordelen of een procedure aanspannen tegen de gemeente, de buurman of de vreemdelingendienst zinvol is. Al tien jaar ontvangt de Amsterdamse Rechtswinkel Migranten subsidie van de gemeente: jaarlijks 21.000 gulden. Genoeg voor de huur, de telefoonrekening, juridische literatuur en een kop koffie.

De Rechtswinkel Amsterdam biedt uitsluitend telefonisch advies en schrijft voorlichtingsfolders. Dertig rechtenstudenten en juristen werken hier als vrijwilligers. Ze krijgen elk jaar zo'n 3800 telefoontjes. Met de 100.000 gulden jaarlijkse subsidie en een bijdrage van de Universiteit van Amsterdam, kunnen ze één betaalde kracht, de huur, het archief en een accountant betalen.

De meeste vragen die in de rechtswinkels worden gesteld, hebben te maken met huurrecht, vreemdelingenrecht, arbeidsrecht en het sociale verzekeringsrecht. Zo kregen 13 studenten in een Haags studentenhuis onlangs van de gemeente te horen dat ze binnen een maand hun woning moesten verlaten - de eigenaar had vijf jaar verzuimd het huis brandveilig te maken. “We gingen naar de Haagse rechtswinkel”, vertelt studente M. Pijnakker (26), “de enige plek waar ze ons gratis vertelden wat we moesten doen.” Veel heeft het advies niet uitgehaald, de studenten moeten het huis alsnog verlaten. “Maar er was tenminste iemand die ons binnen twee dagen te woord kon staan.”

Rechtswinkels hebben een filter-functie. Eenvoudige vragen, die niet bij een advocaat of jurist thuishoren, kunnen de medewerkers direct beantwoorden. “Soms komen er vragen als: Hoe kan ik zorgen dat mijn vrouw bij me blijft?”, vertelt B. Hermans, medewerkster van de Rechtswinkel Migranten. Ze haalt haar schouders op: “Dan kunnen we alleen maar antwoorden: Koop iets moois voor haar”. Ook zijn er vragen waar de rechtswinkel niets mee aan kan, maar die wel juridische bijstand vereisen, zoals 'hoe kom ik van mijn vrouw af?'. “Voor een echtscheiding ben je verplicht een advocaat in de arm te nemen. Dus die gevallen verwijzen we door.”

Twijfel

De kwaliteit van de adviezen van de rechtswinkels is door juristen in het verleden openlijk in twijfel getrokken. De studenten in de rechtswinkels zouden ook te vaak zaken moeten doorverwijzen, omdat ze nog niet de weg weten in alle regelgeving. H. Dondorp, juridisch adviseur bij een van de vier professionele bureaus voor rechtshulp in Amsterdam, relativeert de kritiek. Hij is nog nooit gestuit op een doorverwezen klant van de rechtswinkels, die onjuist was geadviseerd. “Maar er werken veel studenten, dus voor ingewikkelde kwesties in bijvoorbeeld het vreemdelingenrecht hebben ze misschien onvoldoende kennis in huis.” De medewerkers van de Rechtswinkel Migranten doen er alles aan hun 'kwaliteit' te verdedigen. Barada: “Als het nodig is vragen we juridisch advies bij een aantal bevriende advocaten en hoogleraren. Studenten komen niet zomaar binnen, ze krijgen eerst een sollicitatiegesprek. Elk advies wordt bovendien voor een 'second opinion' gecheckt door een meer ervaren medewerker.”

Het Buro voor Rechtshulp in Amsterdam Zuid huist in een groter gebouw dan de rechtswinkels. Dit is een overheidsinstantie waar burgers die minder verdienen dan de wettelijk bepaalde grens met hun juridische vragen terecht kunnen. Bij binnenkomst is er een receptie en voor consultatiegesprekken zijn er aparte kamers. De meeste bezoekers bellen van te voren en maken een afspraak, maar een inloop spreekuur is er ook. De medewerkers zijn allen autochtoon, voor bezoekers die het Nederlands niet goed beheersen schakelen ze een tolk in. Dondorp ziet de rechtswinkels niet als een onwelkome concurrentie, omdat ze volgens hem een andere functie hebben dan de bureaus voor rechtshulp: “Ze zijn een soort juridische eerste-lijns hulp. Daarnaast maken ze alvast een selectie van mensen die een kans hebben bij de rechter. De bureaus voor rechtshulp hebben dikwijls wachttijden van twee weken.”

Dat de rechtswinkels een belangrijke filter vormen voor de bureaus voor rechtshulp, is niet de enige reden waarom die bureaus ze niet graag zien verdwijnen. “De grens van toelaatbare beknibbeling op de rechtsbijstand is al bereikt”, vindt P. Ohm, directeur van één van de vijf Raden voor de Rechtsbijstand. Het ministerie van Justitie financiert deze raden die toezien op de uitvoering van de Wet op de Rechtsbijstand. Ze zijn verantwoordelijk voor de bureaus voor rechtshulp en bepalen wie een 'toegevoegde' advocaat krijgt. Jaarlijks krijgen de raden 393 miljoen gulden van het ministerie, ongeveer 6.5 procent van de totale begroting van justitie. Ohm is er nog niet over uit of zijn raad (Noord Holland), en dus het ministerie van Justitie, de financiële verantwoordelijkheid voor de rechtswinkels van de gemeenten moet overnemen. “Maar de winkels moeten wel blijven bestaan.”

Hij wijst op de hogere kosten van rechtsbijstand voor burgers sinds de invoering van de Wet op de Rechtsbijstand in 1994. Ten minste vijftig procent van de Nederlandse bevolking komt nu niet in aanmerking voor een gesubsidieerde advocaat of advies van een bureau voor rechtshulp. Ze verdienen te veel. De inkomensgrens ligt tegenwoordig bij 2.135 gulden netto voor alleenstaanden en 3.055 voor samenwonenden. Wie daar net boven zit moet de advocaat en eventuele proceskosten zelf betalen. Het gevolg is dat het aantal mensen dat een procedure begint met veertig procent is gedaald, volgens het onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie. Rechts- en Wetswinkels ziet Ohm als een kosteloos alternatief voor mensen die een bezwaar- of beroepschrift willen schrijven.

Aan de tafel in de Amsterdamse rechtswinkel Migranten zit een boze Ier. Hij klaagt dat hij is opgelicht door een advocaat die voor hem een aanvraag voor een verblijfsvergunning invulde. Kosten: 360 gulden. “U bent niet opgelicht”, zo legt de student hem uit. “Voor de aanvraag van een verblijfsvergunning krijgt niemand tegenwoordig meer een gesubsideerde advocaat. Als u tijdig hier was gekomen, hadden wij die aanvraag kosteloos ingevuld.” Hoewel hij minder verdient dan 2100 gulden netto, heeft hij de advocaat betaald. “Ik moest wel.”

“De bezuiniging op de rechtsbijstand werd doorgevoerd omdat de voormalige minister van Justitie, Hirsch Ballin, extra cellen wilde bouwen”, vertelt de directeur van de Raad voor de Rechtsbijstand, Ohm. “Nu de roep om meer cellen groter wordt, vrezen we dat dit bij de volgende begrotingsronde opnieuw de rechtsbijstand zal treffen.”