Prettige wedstrijd!

Tijdens het jaarlijkse bridgefestival in de Franse badplaats Deauville komen twee Nederlandse spelers elkaar aan de bridgetafel tegen: “Als je niet tegen roken kunt, moet je maar een andere hobby zoeken.” De geadresseerde liet zich niet overbluffen: “Als je nu niet stopt, sla ik je op je smoel.” Anekdotisch, maar authentiek.

Uw verslaggever doet sinds jaar en dag mee aan toernooien en wedstrijden. Een weekendje kaarten kwam voor hem doorgaans neer op doorrookte kleren, opgezette keelklieren en een weeklang keelpijn. Ervaringen die door veel andere slachtoffers helaas worden gedeeld. Om een lang verhaal kort te maken: roken is bij bridge verschrikkelijk. Voor de roker en voor de niet-roker. De Nederlandse Bridgebond zit met het rookverhaal zwaar in zijn maag. De ene helft rookt, de andere niet. Een speciale commissie bestudeert deze problematiek al jarenlang. Kan er weinig aan doen. Het belangrijkste wapenfeit tot nu toe is een naamsverandering. De Commissie Niet-roken heet sinds enige tijd Commissie Roken. De anti-rooklobby binnen en buiten de bond wordt echter sterker. Zal ook wel iets met de tijdgeest te maken hebben. In 'moderne, beschaafde' landen (de V.S., de Scandinavische landen en ook Indonesië, Singapore en India) is roken in het openbaar steeds meer not done. In de mediterrane landen als Frankrijk en Italië, wordt echter nog naar hartelust gepaft. De cultuur is daar blijven stilstaan bij intellectualistisch gedrag in de trant van film noir, chanson, wijn en gele Gitanes. Het roerige studentenleven van de Nederlandse zestiger jaren deed het nog eens dunnetjes over met armoedige pakjes shag. Nog steeds zie je tijdens bridgewedstrijden wazige types die bij wijze van goede wil hun sprietje even niet opsteken. Het geval is wel al gedraaid en wordt bewaard in half open pakjes waar de draadjes tabak zich een weg door naar buiten zoeken. De smerige, gortdroge stank snijdt dwars door je keel. Rokers snappen niet dat zoiets voor niet-rokers een ramp is. Niet-rokers snappen niet dat rokers dat niet snappen. Prettige wedstrijd!

Jaap van der Neut, topspeler en voorzitter van de Spelersraad, vecht een privé-oorlogje uit tegen toernooi- en wedstrijdorganisaties. Hij weigert de speelruimte te betreden als die niet rookvrij is. Bij het zien van deze anti-rookmagiër van de jaren negentig heffen wedstrijdleiders hun handen in wanhoop ten hemel. De voortgang van hun toernooi is in gevaar. Van der Neut, een van de sterkste spelers van Nederland, stuur je toch niet zo maar weer naar huis terug. Dan maar een tafel apart, ergens in de gang of op een andere etage. Het blijft improviseren. Dat erkent ook de huidige voorzitter van de Commissie Roken, voormalig Tweede Kamer lid Minouche Janmaat: “De spelers moeten op dit punt elkaar tolereren. Dat is het uitgangspunt, anders kunnen we er net zo goed mee ophouden.” Mevrouw Janmaat steekt een nieuwe sigaret op: “Om de bond te behoeden voor het uiteenvallen in een roken en een niet-roken kamp, hebben wij in juni een rapport gepubliceerd met aanbevelingen. De norm is inderdaad niet-roken. Als iemand toch wil roken zal hij of zij daarvoor eerst netjes toestemming moeten vragen aan de rest van de tafel.” Janmaat schetst de situatie binnen de bond. “Met tachtig procent is redelijk zaken te doen. Twintig procent is fundamentalistisch. Dat wil zeggen tien procent is voor roken en tien procent is tegen. Met die groepen valt niet te praten. Daar moeten we dan maar mee zien om te gaan.” Het rapport doet suggesties ten aanzien van door de bond georganiseerde wedstrijden. Arbiters wordt een activere rol toebedacht. Zij kunnen rookregels sanctioneren. Bijvoorbeeld door het uitdelen van strafpunten. Locaties zullen moeten gaan voldoen aan door het NOC/NSF opgelegde normen. Extra kosten zullen gedeeltelijk gedekt worden door overheidssubsidies.

Van der Neut evenwel ziet de toekomst sceptisch tegemoet. Volgens hem zijn die normen voor speelruimtes op verkeerde uitgangspunten en berekeningen gebaseerd en dragen daarom niet bij tot een oplossing. Bovendien word je nog steeds niet serieus genomen als je vriendelijk aan je tegenstanders vraagt of ze hun sigaret willen doven. “Of ze doen het niet, of ze doen het wel, maar met een dermate sjagrijnige lichaamstaal dat de sfeer aan tafel gelijk kapot is.”

De laatste jaren zie je steeds meer niet-rokers clubs ontstaan. Omdat deze verenigingen zich vooral op recreatieniveau bewegen, voelen niet-rokende topspelers zich er niet erg bij thuis. Met de oprichting van de Amsterdamse niet-rokers vereniging Ruit wordt aan die trend geknabbeld. Ruit herbergt een groep jonge, ambitieuze spelers. In Deauville deed een Ruit-paar (Marijn den Engelse-Edwin de Ruiter) van zich spreken door in het mannentoernooi als vierde te eindigen. In zo'n sterk bezet internationaal veld een prima prestatie. Uit dat parentoernooi deze hand:

West gever Noord Niemand kw. Schoppen 953 Harten H10843 Ruiten V3 Klaver A74 West Oost Schoppen - Schoppen 87642 Harten B952 Harten AV7 Ruiten B10642 Ruiten 985 Klaver H1085 Klaver 92 Zuid Schoppen AHVB10 Harten 6 Ruiten AH7 Klaver VB63

In 3SA liggen er tien slagen in het verschiet: vijf in schoppen, drie in ruiten en twee in klaveren. Via 1Schoppen-2Schoppen-4Schoppen bereikten De Ruiter-Den Engelse echter het superieure 4Schoppen. Edwin de Ruiter (zuid) liet zich door het slechte troefzitsel niet van de wijs brengen. Hij nam de start van RuitenB op tafel met de vrouw, speelde schoppen naar de vrouw en legde KlaverV op tafel, door west met de heer gedekt. De Ruiter nam KlaverA en speelde klaveren naar de boer. Nu volgde RuitenA en RuitenH waarop in dummy de derde klaveren wegging. De leider troefde vervolgens een klaveren met troefnegen af op tafel en claimde elf slagen. In paren een gouden score: 52 met een top van 68.