Per boot langs de keiharde Russische mythe; Schimmen aan de Wolga

Met het gevoel dat hij naar een treurspel in de schouwburg ging reisde de Russische schrijver Viktor Jerofejev per boot de Wolga af. Waren ze daar voorgoed aan de fles? Of met z'n allen gecrepeerd? Aan de oevers blinken de nieuwe ijzeren daken en op het oorlogsmonument van Mamaj hebben de gebeeldhouwde gewonden meer weg van dronkelappen dan van gewonden. Langs de Russische Amazone naar Volgograd.

De Wolga is een keiharde Russische mythe; ze lijkt wel van beton en het is net of het geen rivier is die zich in de Kaspische Zee stort, maar een Autobahn. Ik heb dit reisje langs de Wolga almaar uitgesteld, als een verplicht maar ook vrijblijvend bezoek aan het rijk van het cliché. Ik zei dat ik het te druk had, dat het een afgekloven sentimenteel onderwerp was, kortom, ik had altijd wel een smoes. Bovendien was ik verpest door mijn jeugdige indrukken van een kortstondig, bijna toevallig contact met zulke zalige Wolga-zaken als een paasnacht in de kerk van Jaroslavl, waar oude vrouwtjes wel flauwvielen in het benauwde gedrang maar niet echt konden omvallen, door gebrek aan ruimte, en dus buiten bewustzijn en met weggedraaide ogen bleven meegolven op de massa.

Of deze: aan het eind van de meifeesten zat ik in een bomvolle trein van Oeglitsj naar Moskou die stonk naar kleffe sokken en zweet en 's nachts begon er een vent te kotsen, pal naast me, en zijn vrouw die niet wist wat ze anders moest, hield hem in plaats van een po zijn eigen schoenen voor, eerst de ene en toen de andere. De man kotste ze tot de rand toe vol en begon opgeruimd te snurken. Schoenen vol kots, dat was mijn Wolga, met verschoten rode vlaggen met hamer en sikkel, dooie winkels die naar goedkope groene zeep roken. Dat tsarevitsj Dmitri, de Russische troonopvolger, drie eeuwen geleden in Oeglitsj was vermoord, het verbaasde me, na die schoenen, niets.

Een half leven later besloot ik, gekweld door bange politieke voorgevoelens en met een hard hoofd in de wijsheid van het volk, toch maar eens de stoute schoenen aan te trekken en te gaan kijken hoe ze het daar aan de Wolga maakten. Waren ze voorgoed aan de fles? Waren ze des duivels? Waren ze met z'n allen gecrepeerd? Inwendig was ik voorbereid op dodelijke smart en cynische spot, alsof ik naar een treurspel in de schouwburg ging. Het enige wat ik nog moest doen, was met zorg een reisgezellin uitkiezen om tussen de bedrijven door op een ijsje te trakteren. Uit alle mogelijke varianten koos ik na rijp beraad voor een Duitse vriendin, een journaliste uit Berlijn, die geen bal verstand had van Rusland maar wel supermodern, superironisch en superfeministisch was, voor het contrast, voor de frisse kijk en, niet in de laatste plaats, voor de fun.

Om te voorkomen dat ik me verveelde, om niet toevallig, naar het voorbeeld van boerenkoning Stenka Razin*, mijn vriendin overboord te zetten en in de Wolga te gooien, bevolkte ik het vierdeks motorschip niet met de gangbare passagiers, maar met een honderdtal Russische journalisten van het meest provinciale slag en uit alle hoeken van het uitgestrekte land; als een collectieve Sheherazade moesten zij ons een keur aan Russische griezelverhalen opdissen. Tenslotte liet ik de serveersters roze doorkijkbloesjes aandoen zodat het was alsof we door dromenland voeren. De kapitein van het schip heette uiteraard Jeltsin.

Bij slecht weer ziet de Wolga grijs; op een warme dag kabbelt ze voort met een kokette, lichtbruine golfslag.

In het eerste bedrijf leek alles volgens plan te verlopen. In Oeglitsj kwam er uit het hek van het kloostercomplex, waar je voor iedere kerk steeds apart moest betalen, een wijdverbreid type invalide recht op me af rijden. In zijn invalidenwagentje, met een rits medailles van de jaren '41-'45 en met de woorden: Alle presidentskandidaten zijn joden! De vrouwen die hem vergezelden stonden op het punt om te gaan klappen. Je vergist je! zei ik nogal bars tegen de invalide. Alle Russen zijn joden, behalve jij. Dat klopt, zei de invalide. Ik ben geen jood! Waar hadden jullie het over? vroeg mijn supermoderne Duitse vriendin benieuwd Oeglitsj - Kostroma

Rusland is een land van hout dat geen sporen van architectuur heeft achtergelaten, afgezien van door de bolsjewieken verwoeste kerken met klokketorens. Daarom is iedereen in Rusland die potentiële dakloze, dat slachtoffer van brand, met zijn ongezonde, bloemige gezicht van overmatige aardappeleter en wodkadrinker. Maar in onze eeuw van de zegevierende stereotypen zijn op het laatste moment enige wijzigingen aangebracht. De Russische ziel wenste zich plotseling in steen uit te drukken. Dat is niet zomaar een sociale verandering maar meer een nationaal metafysisch schandaal. De Russische ziel mijmerde weg bij gedachten aan persoonlijk comfort in de korte tijdsspanne tussen de wieg en het graf. Wat een ketterij! Zelfs als iedereen in Rusland opeens de pijp uitgaat, laat de bouwhausse van de laatste vijf jaar nog eeuwenlang zijn sporen na. De oevers van de Wolga blinken van de nieuwe ijzeren daken.

Zijn het misschien alleen de rijken die bouwen? Dan mogen we Rusland gelukwensen met de opkomst van een hele nieuwe klasse. Omdat zij echter een echte baksteencultuur mist, speelt de Russische ziel overal leentjebuur: wat er uiteindelijk stolt, is een dikke brij van Duits-Frans-Amerikaanse woningbouw. Vooral huizen met een torentje zijn in, het fallussymbool van een krachtdadige sociale erectie.

Daarnaast begint zich tussen mijn Duitse vriendin en mij een historische plot te ontwikkelen. Ik loop met haar over de markt van Kostroma waar koopvrouwen met hun bleke, noordelijke gezichten en met hun buik vooruit druk rotte vis en ananassen, zonnebloempitten en kiwi's staan te verkopen. We zijn in het noorden, op de grens van de witte nachten. Op de grens van de romantische slapeloosheid. Op bussen staat de reclame: Lees de Waarheid van het Noorden! Mijn Duitse vriendin wordt onpasselijk van de vislucht, terwijl ik haar probeer uit te leggen dat het voor het laatst onder tsaar Nicolaas II was dat er ananassen te koop waren in Kostroma en dat kiwi's helemaal een novum zijn. Ze hinken in Kostroma op twee gedachten. Alle straten hebben een dubbele naam: de oude Sovjet-naam en de nieuwe, oftewel stokoude, kerkslavische.

We lopen het nieuw geopende vrouwenklooster binnen: mijn Duitse vriendin, als supermoderne vrouw vanzelfsprekend helemaal in het zwart, is niet te onderscheiden van de troep nonnen van de lichting Jeltsin. We branden ieder een kaarsje voor de icoon van een gerestaureerde Heiland, ook al heeft zij, die in haar jonge jaren topless op de tafels van West-Berlijnse nachtclubs heeft gedanst en volgens mij op onverantwoord goede voet met Marx heeft gestaan, een broertje dood aan religie. Ik houd wel van Rusland, bekent ze met gesmoorde fluisterstem. Na zo'n bekentenis moet ik haar wel afvoeren naar een oud koopmansrestaurant met gestucte plafonds en rode toneelgordijnen. Het restaurant (tegenover een gloednieuwe seksshop met een uithangbord waarop een rode appel met een hap eruit staat) is overdag volkomen uitgestorven. Toen ze ons zagen, gingen de hoogblonde serveersters (langs de Wolga willen alle vrouwen voor blond doorgaan) pijlsnel hun pantoffels inwisselen voor witte pumps met hoge hakken: Wilt u soms kaviaar?

Kostroma - NizjnNovgorod

Rusland bewapent zich. Een koude regen heeft de Duitse en mij een wapenwinkel in Nizjni Novgorod binnengejaagd. Was de hoofdrolspeler in de revolutie van 1917 de man met een geweer, in het moderne Rusland zijn privé-bewakers en lijfwachten de hoofdpersonen geworden: de collectieve emanatie (in hun donkere pakken en met hun kromme cavaleriebenen) van de mafiose geest van mijn oppassende vaderland. Niet voor niks ontpopte het hoofd van Jeltsins lijfgarde zich als de sleutelfiguur van het presidentiële team... Het is net Texas: de toonbanken buigen door onder de overdadige last aan schiettuig. Mijn belangstelling ging meer uit naar handboeien en rubber wapenstokken. Kunnen wij dit luie Wolga-reisje niet met wat sadomasochisme opvrolijken? opperde ik enigszins schertsend. Mijn Duitse vriendin werd bleek van opwinding.

Het fameuze Kremlin van Nizjni Novgorod bleek een wormstekige mythe die geen belangstelling van ons verdiende, maar de afdaling naar het nachtasiel van een plaatselijke kroeg verliep meer dan succesvol. We belandden midden tussen de personages van de vroege Gorki: mannen van de twee Wolga-types, zwart met een snor en blond met kale plekken. Diep over hun tafeltje gebogen en elkaar argwanend aankijkend hadden ze het er natuurlijk over hoe trots het woord mens klonk. Russen zijn nergens zo dol op als bier met kreeft. Rode, gekookte kreeften ruiken naar Wolga-klei. Je moet ze niet opeten maar uitzuigen en van het vuilwitte kreeftsap word je even dronken als van het bier. Van de eerste keer kreeftzuigen in haar leven werd mijn Duitse vriendin smoorverliefd op Rusland, geloof ik. De zaak werd echter bijna verknald door een puisterig jongmens, een fervente bibliofiel, die mij schuchter om een handtekening op zijn servet vroeg. Jij bent geen mens maar een instituut, merkte ze met een eigenaardige mengeling van oud-nieuwlinkse minachting en Duitse sentimentaliteit op.

Nizjni Novgorod - Kazan

Kazan haalde onze boot in met een militaire blaaskapel. Het koper blonk in de zon. Jezus, wat zijn die Tataarse mannen mooi! En dan die vrouwen! Een lust voor het oog! Ze moeten de scouts van de internationale modellenbureaus naar deze stad sturen. Tataarse gezichten hebben een aangeboren sterrenlook. Hun blikken zijn lekker cool, precies waar de Franse parfumreclame op zinspeelt... Ik liep naar een bankje met veteranen die speciaal voor ons waren opgetrommeld. Zijn jullie communist of democraat, vroeg ik op de man af. Wat zullen we zeggen, zeiden de veteranen schouderophalend. Te langen leste vroeg een van hen: Jij? Ik beval mezelf aan als een voorstander van de democratie. Nou, wij ook, moesten ze plotseling bekennen...

Ik trof mijn Duitse vriendin bezig met iets raars. Ze stond bij een bus door haar modieuze donkere bril te kijken hoe de soldaten, die klaar waren met hun marsen, zich aan het omkleden waren. Nog even en we zijn in Stalingrad, liet ze zich opeens ontvallen. Als je vanavond maar niet van die stinkvis eet. Dat doe ik alleen bij een kater, zei ik verheugd, maar met westerse terughoudendheid... Vergeleken bij die Tataren zien de etnische Russen van Kazan er nogal vormeloos en onbeholpen uit. Het is altijd wat met een Rus, zei mijn Duitse vriendin met vertrouwelijk venijn. Ze proberen net als wij westerlingen te zijn, maar op het laatste moment vallen ze steeds weer uit hun rol... En godzijdank! voegde ze er onverwacht aan toe.

Los van die Russische onbeholpenheid was ik echter wel benieuwd naar het moslim-fundamentalisme. Nadat ze een gebed op onze behouden vaart hadden uitgesproken, legden twee oude imams ons in de moskee van Kazan uit dat de Tataren geen plannen hadden om herrie te maken met de Russen omdat ze in de loop der eeuwen aan elkaar gewend en met elkaar vermengd waren. Tevreden met dit simpele antwoord gaven mijn Duitse vriendin en ik elkaar een arm en namen de bus naar het graf van Vasili Stalin, de zoon van de grote leidsman, die hier onder Chroesjtsjov in zijn verbanningsoord was gestorven. Op het graf van Vasili lagen plastic bloemen en kransen die aan oosterse rouwattributen deden denken. Rusland heeft heel wat oosterse trekjes. Neem nu alleen maar die Russische streekbus. De ruimte van de bestuurder was met al zijn gordijntjes, ruches, ikoontjes en kleedjes eerder een altaar dan een cabine. Zo'n cabine staat veel dichter bij India dan bij Europa.

Kazan - Samara

Aan het ontbijt kwam de kapitein van de boot met een zorgelijk gezicht naar me toe. Uit de hut van uw Duitse vriendin klonk de hele nacht akelig geschreeuw, deelde hij mee. Geen aandacht aan schenken, grinnikte ik. Ze heeft weleens nachtmerries. Haar grootvader heeft bij Stalingrad gevochten. Oh, is dat het! zei de kapitein gerustgesteld. In Samara, voegde hij er minzaam aan toe, moet u niet vergeten de bunker van Stalin te gaan bekijken.

Samara was in de oorlog de zetel van de Sovjetregering, die uit Moskou was geëvacueerd, net als meer dan twintig buitenlandse ambassades, waaronder die van Japan. De journalisten en schrijvers van Samara bereidden ons een bijzonder hartelijke ontvangst. Ik ben dol op die provinciale Russische gastvrijheid: ze is ingetogen en gul tegelijk. In het gebouw van de plaatselijke afdeling van de Journalistenbond werden we met bonbons gespijzigd en met champagne gelaafd zonder ook maar één vraag te krijgen voorgeschoteld. Onze gastheren vertelden dat de arbeiders de fabrieken van de defensie-industrie de rug hadden toegekeerd en boothandelaren waren geworden: ze voeren naar de Oekraïne en Turkije voor goedkope spullen...

Toen we vol zaten, gingen we naar het gebouw van het oude partijcomité dat was opgetrokken in de eclectische koopmansstijl van de jaren tachtig van de negentiende eeuw. In de ruime hal werden we naar een bescheiden deur gebracht. Achter zo'n deur bevindt zich in Rusland meestal een klein berghok voor de werkster: er staan emmers, zwabbers, er hangt een grijze stofjas. Maar toen de deur openging slaakten mijn Duitse vriendin en ik allebei een kreet van verbazing: het was de toegangsdeur tot een reusachtige wereld onder de grond. De met een vier meter dikke betonplaat afgedekte ondergrondse ruimte, waar niemand in de stad tot voor kort weet van had gehad, deed qua stijl denken aan een buis van de Russische metro die rechtop is gezet en zevenendertig meter naar beneden geduwd. Terwijl we afdaalden naar het diepst van de duizelingwekkende bunker, met zijn aanvullende, verdiepingsgewijs aangebrachte deklagen die met elkaar een atoomaanval konden doorstaan, daalden we in wezen af door de kringen van de hel waarin zich helemaal onderin in al haar pracht de werkkamer van Stalin aan ons openbaarde, die met zijn art-deco lampen en al zijn nepdeuren die naar het niets leidden (tegen de claustrofobie) een getrouwe kopie was van Stalins werkkamer in Moskou. Een menigte metaforen drong zich op. De Russische ziel gaf een glasheldere demonstratie van haar duivelse vernuft en diepgang. De kapitein heeft je horen kermen, zei ik in Stalins werkkamer tegen mijn Duitse vriendin.

Samara - Saratov

Voorbij Samara kwam er een dikke mist over de Wolga en opeens dijde de rivier uit, lag bezaaid met dichtbegroeide eilanden en raakte helemaal verwilderd. Dat was geen Wolga meer, dat was de Amazone. Er stonden hoge golven. In de nachtclub rolden de wijnglazen op de grond. Alle honderd journalisten van de Russische streekbladen liepen te dansen en te drinken, te zuipen en te hossen. Mijn Duitse vriendin en ik zaten in een hoekje toe te kijken. Een Russische volksdans is heel wat anders dan een nachtelijke dans in Berlijn. Een Russische dans heeft dat oorspronkelijke element van hysterie behouden dat bijna onmiddellijk een mondelinge aanvulling krijgt in de vorm van een biecht. Alle honderd journalisten wilden al hun geheimen met ons delen. De vrouwen vertelden ons dat ze niet gelukkig waren in hun huwelijk: hun mannen waren aan de drank, hun kinderen aan de drugs. Na het werk op de redactie reden ze naar hun lapje grond buiten de stad om aardappels te poten: ze kwamen geld tekort. Een jongeman uit een stad in de Oeral bekende mij zijn geheime hartstocht: hij schreef geniale gedichten maar durfde ze niet aan zijn collega's te laten zien. Ik vroeg hem er eentje voor te dragen. Hij zei: Waarvoor? U kunt mij toch nergens mee helpen, ik ga dood in de goot. Ik drong niet aan. Een journalist uit Novosibirsk, die wel iets van Lenin weghad, bekende dat hij voor de KGB had gewerkt.

Maar wie er echt uitsprong, dat was de lieftallige Natasja, van een stadskrant uit de buurt van Moskou, die in een heel kort jurkje rondhuppelde dat wel iets van een bodystocking weghad. Ze kwam naar ons toe, schoof bij ons aan en vroeg: Wat denken jullie, heb ik nog iets aan onder mijn jurk of niet? Mijn Duitse vriendin en ik verschilden van mening, maar ze luisterde niet erg en viel ons in de rede: Ik ben nog nooit met een vrouw naar bed geweest, ik zat vol met Sovjet-complexen, dat begrijpen jullie wel, maar ik zou het best eens willen proberen. Mijn Duitse vriendin, die wel pap lust van vrouwelijke aanhankelijkheid, streek haar door haar lange haren. Maar eigenlijk geef ik toch de voorkeur aan hem, zei Natasja, met een knikje naar mij, in gebroken Engels tegen haar. Toen had mijn Duitse vriendin het wel gehad en onder het mom van hoofdpijn sleepte ze me aan dek om naar de nevelige Amazone te kijken. Een stelletje gekken zijn het, zei ze. Heel Saratov gleed voorbij in gepraat over relaties. Naar verluidt betekent Saratov in het Mongools Gele berg. De plaatselijke nationalisten verzetten zich met hand en tand tegen deze etymologie.

Saratov - Volgograd

Terwijl haar grootvader Stalingrad probeerde te veroveren, leed mijn grootmoeder honger in het door een blokkade van de buitenwereld afgesloten Leningrad. Op een keer ontplofte er een Duits projectiel en kwam het hoofd van een buurvrouw haar raam binnenzeilen. Door heel Stalingrad liepen we te ginnegappen, alsof we de slappe lach hadden. We moesten vooral erg lachen om de grafheuvel van Mamaj, waar een heel complex van oorlogsmomumenten om heen was gebouwd. Elk volk geeft zijn eigen invulling aan het lijdensvraagstuk. De Russen vertalen het in de eenvoudige vorm die hen aanspreekt. Bij de sokkel van de Moeder des Vaderlands, met haar mond, net als de Franse Marianne, open en haar kleine borsten slecht afgedekt, staat een hele groep beelden die het collectieve lijden symboliseren. Elke compositie bestaat uit twee mensen: iemand die gewond is en iemand die hem hulp geeft en bereid is hem te wreken. Wat blijkt: alle gewonden hebben meer weg van dronkelappen dan van gewonden. Buitengewoon mooi is de verpleegster die met een steelse blik behoedzaam een stomdronken vent van het slagveld draagt. Hoogst waarschijnlijk brengt ze hem van een feestje thuis om hem in haar eigen bed te leggen, uit te kleden en te vertroetelen... Mijn Duitse vriendin lachte zich tranen om mijn veronderstelling. Gierend van de lach lieten we ons in het hoge gras vallen.

Beneden lag de renaissancestad met haar anachronistische verwijzingen naar de Griekse oudheid die door Duitse krijgsgevangenen in volstrekte harmonie met de Sovjet-geest van het socialistisch realisme was herbouwd. Aan de andere kant, ten oosten van de Wolga, daar begon de eindeloze steppe, daar begonnen Mongolië en China... Haar grootvader en mijn grootmoeder zagen vanuit de hemel op ons neer. Grootvader was ontevreden geloof ik en bromde dat die Russen niet te vertrouwen waren, maar mijn grootmoeder was denk ik wel trots op me. Toen we opstonden en ons afschudden, bekende mijn Duitse vriendin dat ze voor die tijd nog nooit geslagen was tijdens het liefdesspel. Ik ben blij, zei ik, dat jij op deze reis een ervaring rijker bent geworden.

Vertaling Arie van der Ent * Kozakkenleider Stenka Razin voerde tussen 1667 en 1671 een boerenopstand, onder meer langs de Wolga waar hij een Kozakkenrepubliek stichtte. In elke stad langs de rivier had hij volgens overlevering een maitresse. Eenmaal wilde hij het meisje op zijn boot meenemen. Toen de bemanning hiertegen dreigde te gaan muiten, gooide hij haar overboord, zo wil een klassiek volksliedje in Rusland. Stenka Razin werd in 1671 op de vlucht in Kagalnik aangehouden en aan de regering uitgeleverd, gemarteld en uiteindelijk gevierendeeld.