Parkeren levert Amsterdam goud op

AMSTERDAM, 3 AUG. Parkeerplaatsen in Amsterdam zijn goud waard. De gemeente verdient er per jaar dertig miljoen aan, projectontwikkelaars verkopen ze voor tienduizenden guldens per stuk en hotels verhuren ze voor veertig à vijftig gulden per nacht.

Een aan de universiteit van Rotterdam gelieerd bureau publiceerde in april een vergelijking tussen de belastingtarieven van grote steden. Daaruit bleek dat Amsterdam vorig jaar ruim 104 miljoen gulden heeft omgezet in de parkeerbranche - meters, vergunningen, boetes en wielklemmen. Schone winst: dertig miljoen gulden, waarvan elf miljoen gulden naar de algemene middelen vloeit. De rest gaat naar de stadsdelen waar betaald parkeren geldt, en naar een fonds waaruit verkeersmaatregelen worden bekostigd.

Amsterdam is daarmee veruit de grootste verdiener van de grote steden. Den Haag en Rotterdam volgen op afstand. Deze steden zetten vorig jaar beide niet meer dan zo'n 21 miljoen gulden om. Den Haag maakte daar op nog 6 à 7 miljoen gulden winst, Rotterdam kwam vorig jaar niet eens uit de kosten.

De winst van de Amsterdamse dienst parkeerbeheer komt voor het grootste deel uit de wielklemmen en het wegslepen van auto's: 27,5 miljoen gulden. In Rotterdam wordt niet geklemd of gesleept, Den Haag heeft die taak uitbesteed aan een particuliere ondernemer, een dochter van vliegtuigbouwer Lockheed. Deze privatisering heeft de gemeente alleen nog maar geld gekost, volgens W.A. Feij, hoofd van de parkeerdienst. “We hadden gedacht dat jaarlijks zo'n 26.000 wielklemmen zouden worden aangelegd. Maar we zijn blijven steken bij de helft. Lockheed had zijn offerte gemaakt op basis van die 26.000. De gemeenteraad heeft besloten er jaarlijks een paar ton bij te leggen.”

De gemeente Amsterdam vaart wel bij haar eigen beleid dat parkeergelegenheid in de binnenstad steeds schaarser maakt. Enkele jaren geleden heeft het stadsbestuur besloten het aantal parkeerplaatsen op straat in het centrum (19.000 in 1993) met zo'n 40 procent terug te brengen. In 2005 zullen er nog 11.600 resteren.

De gemeente is niet de enige die van de schaarste profiteert. E. Swijter, jurist van de gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening, constateert dat projectontwikkelaars zich op de parkeerruimte hebben gestort. “Een paar jaar geleden kreeg je daarvoor de handen nog niet op elkaar. Nu de vraag buitengewoon is geworden, zie je ze achter elkaar in het gat stappen.”

'Te koop. Prestigieuze appartementen. Met parkeergarages.' Een makelaarsbord aan een pand aan een van de gouden grachtenbochten. “Zonder parkeergarage kun je op de grachten geen appartementen meer verkopen”, zegt F. Hoezee, directeur van projectontwikkelaar Au Printemps. Bij “de leuke mensen” die van hem een huis hebben gekocht, hoort volgens Hoezee “zekerheid, geborgenheid”. “Als die hun dure auto op straat zetten, is er morgen een bumper af.”

Hoezee heeft over parkeerplaatsen een conflict met de gemeente. Het door hem ontwikkelde complex Den Grooten Heer telt 68 luxe-appartementen. De norm in de binnenstad schrijft voor dat op elke twee appartementen één inpandige parkeerplaats mag worden gebouwd. Maar Hoezee heeft aan de bewoners van Den Grooten Heer geen 34 plaatsen verkocht, maar 50. Voor de zestien extra plaatsen heeft hij, naar eigen zeggen, met toestemming van de gemeente een garage van 1 miljoen gulden gebouwd - 62.500 gulden per plaats aan bouwkosten alleen. Ambtenaar Swijter heeft koopsommen van 100.000 gulden per plaats horen noemen.

Wethouder Stadig (ruimtelijke ordening) heeft Au Printemps gisteren per brief op de vingers getikt. Hoezee vindt de wethouder hypocriet. Op een andere plaats in de binnenstad staat een project van 22 woningen met 22 parkeerplaatsen. Swijter zegt dat de gemeente niet zozeer naar een enkel project kijkt voor die norm van 2 op 1, maar naar de parkeergelegenheid in de buurt. Hoezee: “Dat is helemaal geen norm waarmee een serieuze projectontwikkelaar kan werken.”