Orange Fund belegt in kleinere bedrijven

Het favoriete aandeel van de best presterende Nederlandse belegger? Hotel Krasnapolsky, zegt Willem Burgers. “Als ik dat zeg, staren mensen mij meestal wezenloos aan, of ze bulderen van het lachen.”

Burgers beheert het Orange Fund, een beleggingsfonds dat de laatste drie jaar in Nederland het hoogste rendement heeft gehaald en op de Europese lijst van 1200 aandelenfondsen op een negende plaats staat. Het fonds belegt louter in aandelen van kleinere Nederlandse bedrijven en dat leverde de laatste drie jaar een superieur rendement op: 27,1 procent per jaar, zo blijkt uit cijfers van Iris, een adviesbureau van de Rabobank en de vermogensbeheerder Robeco.

Maar waarom Grand Hotel Krasnapolsky, de officiële naam van het bescheiden beursfonds (ruim 330 medewerkers, 1,5 miljoen netto winst), gevestigd aan de Dam, te Amsterdam? 'Kras' is geen high tech, mist tot verbeelding sprekende buitenlandse expansie of een flamboyante ondernemer. Gemiddelde omzet vorig jaar in aandelen Kras op de effectenbeurs: 183 stuks. Orange Fund bezit 10 procent van de aandelen. Burgers:“De verbouwing van het hotel, waar zij al vijftien jaar mee bezig waren, is eindelijk afgerond. Zij zijn nu zo groot dat zij genoeg ruimte hebben voor congressen. Zij hebben vorig jaar ook het management van drie Amsterdamse hotels van Caransa overgenomen, dus kunnen zij straks ook genoeg slaapruimte aanbieden aan de bezoekers van die congressen. Ook niet onbelangrijk: zij hebben de verliesgevende exploitatie van het Lido in Amsterdam afgestoten.”

En al die plussen zijn nog niet verwerkt in de beurskoers van Krasnapolsky, vindt Burgers, zoals dat eigenlijk veel vaker gebeurt met de middelgrote en kleine bedrijven waarin het Orange Fund geld steekt. Burgers is het fonds in 1990 gestart toen hij nog bij de effectenmakelaar Van Meer James Capel werkte. Van Meers moederbedrijf, de Britse firma James Capel, beheerde een Brits beleggingsfonds in kleine bedrijven. Amerikaans onderzoek wijst uit dat middelgrote en kleine bedrijven van tijd tot tijd een aanzienlijk beter resultaat laten zien dan grote bedrijven. Dat heeft te maken met factoren als beter ondernemerschap, sterkere financiële verhoudingen en een scherper oog voor winst boven omzetgroei. Waarom dat succes niet kopiëren in Nederland? Zo gezegd, zo gedaan. Het Fund belegt alleen in bedrijven met een waarde op de beurs (aantal aandelen vermenigvuldigd met de beurskoers) van 830 miljoen gulden of minder. Dat zijn ongeveer 120 bedrijven. “Ongeveer 5 procent van de totale Nederlandse beurswaarde, maar wel 70 procent van het aantal bedrijven dat op de effectenbeurs is genoteerd.”

“De eerste twee jaar waren het moeilijkst”, blikt Burgers terug. Hij mocht blij zijn dat het vermogen op peil bleef. Halverwege 1993 begon het te lopen; het beheer van het fonds werd in diezelfde periode verkocht aan de zakenbank Kempen & Co, omdat Van Meer James Capel zich terugtrok uit vermogensbeheer voor institutionele beleggers. Nu is het fonds bijna 600 miljoen gulden groot. Het Fund mag dan een eerste klas performer zijn, maar het fenomeen dat kleine bedrijven de grote jongens langere tijd overvleugelen heeft zich in Nederland (nog) niet voorgedaan, vertelt Burgers. “Het momentum van de winst van de middelgrote bedrijven is beter dan dat van de grote ondernemingen, en dat moet op de beurs een keer in de koersen tot uitdrukking komen.”

De grootste beleggingen heeft het Orange Fund op dit moment in drie heel verschillende bedrijven: een groothandel in voedingsmiddelen (Sligro), een beheerder van vastgoed (Nagron) en een bouwbedrijf (Kondor Wessels). Het gros van de aandeelhouders van het Fund is 30 à 40 Nederlandse professionele beleggers, zoals verzekeraars en pensioenfondsen, die samen 80 tot 85 procent van de aandelen bezitten, schat Burgers. Een belegging in het Fund neemt hen het werk uit handen om het nieuws over 120 bedrijven te volgen. “Ga er maar aan staan als pensioenfonds. De kosten wegen niet tegen de baten op.”

Het nieuws over deze categorie bedrijven bijbenen vereist discipline, zegt Burgers. De regionale en vakpers biedt nog wel eens aardige aanknopingspunten. Om aan de verbrokkelde nieuwsvoorziening tegemoet te komen geeft het Fund het dikste (half)jaarverslag van alle Nederlandse beleggingsfondsen uit, met een samenvatting van de gang van zaken van elke belegging plus de verwachtingen van de directie en van Burgers en mede-directeur F. Tuin.

Particuliere beleggers zijn geen primaire doelgroep van het Fund. Adverteren voor het fonds doet Kempen niet. “Dan moeten wij ook een aparte afdeling hebben om mensen bij te staan als zij in geestelijke nood verkeren doordat de markt zo nu en dan omlaag zakt.”

Als managers van het Fund - aandeleneigenaar, zeggen zij zelf - gaan Burgers en zijn team naar alle aandeelhoudersvergaderingen. Het fonds prefereert stille diplomatie boven boude verklaringen. De fund managers hebben de directie van Krasnapolsky mede ervan overtuigd dat zij haar gebouwen niet zo conservatief op de balans moeten waarderen. Met een andere maatstaf zou de financiering van verdere expansie betere resultaten opleveren voor beleggers. Aldus geschiedde.

Doordat de beurshandel in kleine bedrijven weinig doorzichtig is, de nieuwsvoorziening beperkt is en percepties van de financiële markten soms achterlopen bij de gebeurtenissen heeft Burgers de ruimte te speuren naar ondergewaarde bedrijven. Soms is hij meer dan een jaar bezig om de nodige aandelen te kopen, want het Fund wil wel enige substantie in portefeuille hebben. Daarna kan het tijden duren voordat het goud uit de grond komt. Goudsmit bijvoorbeeld, een fonds met een grootaandeelhouder met een wat controversieel verleden, die het bedrijf verandert van detailhandel in zakelijke dienstverlening. Het Fund heeft 10 procent van de aandelen. Die effecten zijn de afgelopen twee weken met 30 procent in koers gestegen na de aankondiging van een nieuwe overname van een projectbureau en de verkoop van kledingverkoper Society Shop. “Je moet soms engelengeduld hebben om de rit uit te zitten.”