Ook de paters Capucijnen konden AaBe niet redden

TILBURG, 3 AUG. Vlak voordat ze drie weken geleden met vakantie gingen was de 135 werknemers van de wolverwerkende fabriek AaBe Holland in Tilburg nog verteld dat ze bij terugkeer in plaats van 36 uur weer 40 uur per week moesten gaan werken.

Voorzitter J. Heerkens van de ondernemingsraad: “De orderportefeuille, zo werd ons meegedeeld, was weer beter gevuld.” Maar gisteren kwam er op de laatste vakantiedag een brief in de bus dat iedereen aanstaande dinsdag naar de kantine moet komen. “Dan wordt het ontslag aangezegd”, aldus Heerkens.

Het is stil rond de fabriek aan de Hoevenseweg. De hekken zijn gesloten. Een man loopt er peinzend rond. “Het is nu dus écht afgelopen” zegt hij en dan vervolgt hij hoofdschuddend zijn weg. Het robuuste vuil-witte complex is een onneembare vesting. Hoewel op de tweede “a” van AaBe nog het kroontje staat wegens het predikaat “koninklijk”, getuigt het hoog opgegroeid onkruid op het voorterrein van weinig fiducie meer in de toekomst. “Triest” zegt de vertegenwoordiger van de stichting tot stimulering van de kwantiteit en de kwaliteit van de werkgelegenheid in het bedrijfsleven, Stimulans. Dat is de voortzetting van een door de paters Capucijnen genomen initiatief ter materiële en daardoor geestelijke verheffing van het fabrieksvolk. Stimulans heeft het kleine aandeel dat de Capucijnen in 1982 in AaBe namen overgenomen. De andere aandeelhouders zijn Driessen Aircraft en ABN/Amro. “Nieuwe ellende voor zoveel mensen”, aldus de Stimulanswoordvoerder. “Bijspringen kunnen we niet, want daar zijn we te klein voor.”

“Het was er fijn om te werken. De sfeer was prettig, de collegialiteit uitstekend. Er werd een prima produkt gemaakt”, zegt or-voorzitter Heerkens, 54 jaar oud en 39 jaar in het vak. “We wisten weliswaar dat het niet best ging, maar dat er zo snel een einde aan zou komen had ik niet gedacht.” “Geen verrassing”, aldus voorzitter A. van den Akker van de Nederlandse vereniging van werkgevers in de textielindustrie, “want de sector waarin AaBe werkt, die van brandwerende stof voor vooral de vliegtuigindustrie, is al een hele tijd uitermate moeilijk. Toch is de textiel in het algemeen met nog altijd 18.000 werknemers geen verloren zaak. Wij kunnen best nog concurreren door specifieke produkten, snelle levering en co-makership. Dat er dan toch nog wel eens eentje omvalt kan nu eenmaal gebeuren,” aldus Van den Akker, die zelf een fabriek voor gordijn- en kledingsstoffen heeft in het Oost-Brabantse Gemert. Hoewel dat officieel niet wordt bevestigd, was de produktie van AaBe voor 65 procent gericht op de vliegtuigindustrie, verder op de brandweer en de offshore. Ingewijden in de branche geven een afgeslankt verder gaan niet veel kans. “Er zit structureel iets fout in de markt waarop AaBe zich voornamelijk bewoog”, zeggen ze. In een verklaring van de directie staat dat “de schaalgrootte onvoldoende is om de relatief hoge historische lasten te kunnen dragen. Daarbij komt dat door de internationale prijsconcurrentie tussen luchtvaartmaatschappijen de vervanging van de bekleding wordt uigesteld, c.q. dat de betalingstermijnen worden verlengd”.

De Tilburgse burgemeester G. Brokx heeft kritiek op het feit dat Fokker geen vliegtuigtextiel van AaBe betrok. “Als je een van de vijf fabrieken ter wereld bent die op dit terrein zijn gespecialiseerd en de enige in Nederland, moet je toch al verdomd goeie argumenten hebben om je spullen elders te kopen. Een paar jaar geleden heb ik ook bij onze nationale luchtvaartmaatschappij de KLM mijn verbazing uitgesproken dat ze niet bij AaBe kocht. Terwijl het vliegtuig van koningin Elizabeth van Engeland wèl werd voorzien van AaBe-textiel zit dat niet in het Nederlandse regeringstoestel. Natuurlijk kan dat iets te maken hebben met de prijs; toch had er wel iets meer respect kunnen zijn voor een uniek produkt van eigen bodem”, aldus Brokx. Evenals or-voorzitter Heerkens hoopt Brokx op een “doorstart”. In de verklaring van de onderneming staat dat er onderhandelingen worden gevoerd om AaBe in afgeslankte vorm voor te zetten.

Nadere mededelingen zijn niet te krijgen. Een automatische telefoonbeantwoorder is het enige levensteken.

Bestuurder H. van Winkel van de Industriebond FNV: “Begin dit jaar werd, in het vooruitzicht dat de markt weer zou aantrekken, tien procent van het loon ingeleverd omdat de arbeidstijd met tien procent werd gekort. Maar dat heeft kennelijk onvoldoende geholpen. De vliegtuigbranche lijkt het niet zo erg te interesseren waar men de passagiers op laat zitten.” In onderhandelingen met overnamekandidaten heeft Van Winkel weinig vertrouwen. “Ik denk dat er een enorme schuldenlast is en dat ABN/Amro heeft gezegd: tot hier en niet verder.”

AaBe was vroeger een begrip in wollen dekens. Het was een van de oudste Tilburgse wollenstoffenfabrieken, nu de laatste in haar soort. De oprichter was F. Adolf L. van den Bergh jr. (1879-1956). Enige tijd maakte ze onderdeel uit van Sigmacon, een combinatie van acht wollenstoffenfabrieken, maar die ging in 1982 failliet. In dat jaar werd een nieuw AaBe gevormd dat zich specialiseerde in brandbestendige wollen stoffen.

Een groep Singapore-Chinezen en de paters Capucijnen namen een aandeel. De paters verbonden daaraan de voorwaarde dat er tenminste 200 arbeidsplaatsen behouden bleven. Maar de ene crisis volgde de andere op. Van de eens 1.500 werknemers bleven er uiteindelijk nog maar 135 over. In de hele Tilburgse textielnijverheid werken na de sluiting van AaBe naar schatting nog ongeveer 400 mensen.

In 1965, het jaar waarin de malaise begon, waren er dat nog bijna 11.000 (cijfers uit Tilburg eens de wolstad van Nederland).